top of page

Oscar de Wit(SC 't Gooi), trainer aan het woord

28 aug
7 minuten om te lezen

Nu de bekerwedstrijden morgen beginnen, is het een mooi moment om ook bij Oscar de Wit, trainer van SC ’t Gooi, te informeren hoe zijn ploeg ervoor staat. Hoe kijkt hij terug op de voorbereiding, is de selectie klaar voor de eerste officiële wedstrijden en met welke verwachtingen gaat SC ’t Gooi het nieuwe seizoen tegemoet?

Hoi Oscar, met welk gevoel kijk je tot nu toe terug op de voorbereiding? Verloopt alles grotendeels volgens plan of ben je onderweg toch tegen enkele onverwachte valkuilen aangelopen, zoals blessures en afzeggingen?


Met een goed gevoel. We hebben drie oefenwedstrijden gespeeld en daarnaast deelgenomen aan het MZS-toernooi, waarin we goed hebben gepresteerd. Natuurlijk heb je tijdens een voorbereiding altijd te maken met vakanties, spelers die later aansluiten en hier en daar een pijntje of afmelding. Maar over het algemeen ben ik tevreden over waar we nu staan.

We hebben een aantal nieuwe spelers moeten inpassen en zijn iets anders gaan spelen dan in de afgelopen seizoenen. Dan weet je dat niet alles vanaf de eerste training meteen goed staat. Maar ik zie dat we stappen maken en dat is in deze fase het belangrijkste.


Hoe kijk je naar de samenstelling van je huidige selectie? Is de groep volgens jou breed en sterk genoeg, of had je op bepaalde posities nog graag één of meerdere versterkingen verwelkomd?


Er zijn vijf spelers vertrokken en daar zijn vier nieuwe spelers voor teruggekomen. Daarnaast hebben we twee jonge spelers vanuit de JO19 doorgeschoven. De groep is dus op een aantal plekken veranderd.

Ik ben tevreden over de samenstelling. We hebben een mooie combinatie van spelers die er al langer bij zijn, nieuwe jongens en jonge spelers die de kans krijgen zich te ontwikkelen. Ook binnen de staf hebben we een stap gezet. Met de komst van Denny van den Bosch en het aanblijven van Dennis Te Nuijl hebben we meer mogelijkheden om spelers persoonlijke aandacht te geven en hen te helpen bij hun ontwikkeling. Natuurlijk kun je als trainer altijd ergens nog wel een speler gebruiken, maar ik denk dat we een goede en leuke groep hebben om mee te werken.


Je kunt volgens mij voortborduren op de weg die vorig seizoen is ingeslagen. Merk je dat je minder tijd kwijt bent aan het uitleggen en inslijpen van de basisprincipes van jullie spel en nu vooral bezig bent met finetunen? Welk onderdeel van jullie spel krijgt momenteel de meeste aandacht?


Voor een deel is dat zeker zo. Ik ga nu mijn derde seizoen in en veel spelers kennen inmiddels mijn manier van werken en weten wat ik van ze verwacht. Daardoor hoef je bepaalde dingen niet iedere keer opnieuw uit te leggen. Tegelijkertijd hebben we onze speelwijze ten opzichte van de afgelopen seizoenen wel iets veranderd. We zijn dus niet alleen maar aan het finetunen. Er moeten ook nieuwe afspraken worden ingeslepen en spelers moeten daarin hun rol leren kennen. Dat kost tijd, maar ik heb het gevoel dat de groep het steeds beter oppakt.


Hoe kwamen de spelers na de zomerstop terug wat betreft hun fitheid? Kon je direct verder bouwen, of waren er onderling duidelijke verschillen en moest een deel van de groep eerst weer conditioneel op niveau komen?


Dat verschilt inderdaad per speler, zoals dat volgens mij bij iedere amateurclub het geval is. De één komt behoorlijk fit terug en de ander heeft tijdens zijn vakantie vooral vakantie gevierd. Dat hoort er ook een beetje bij. We verwachten niet dat iedereen in zijn vrije weken met een compleet individueel programma bezig is. Uiteindelijk moet je tijdens de voorbereiding weer wedstrijdfit worden. Door de trainingen, de drie oefenwedstrijden en het toernooi zie je dat de groep daarin iedere week stappen maakt.


Welke rol spelen de bekerwedstrijden in jullie verdere voorbereiding op de competitie? Zoek je daarin al nadrukkelijk naar vastigheid met een beoogde basiself, of blijft er ruimte om verschillende spelers en samenstellingen te bekijken? En wat weegt in deze fase het zwaarst: het resultaat of de uitvoering?


We zijn goed op weg, maar de bekerwedstrijden zijn voor ons ook nog onderdeel van de voorbereiding richting de competitie. We hebben inmiddels aardig wat wedstrijdminuten kunnen maken, dus dat helpt. We willen natuurlijk steeds meer vastigheid creëren, maar tegelijkertijd wil je spelers nog de kans geven om zich te laten zien en verschillende samenstellingen bekijken. Naarmate de competitie dichterbij komt, zullen we steeds meer richting een vaste samenstelling gaan. De uitslagen zijn daarbij niet onbelangrijk, want je wilt iedere wedstrijd winnen. Maar in deze fase kijk ik zeker ook naar de uitvoering. Doen we wat we hebben afgesproken? Zie ik onze manier van spelen terug? En hoe reageren we op momenten waarop iets niet goed gaat? Daar kunnen we richting de competitie nog van leren.


Hoe compleet en fit is je selectie inmiddels richting de competitiestart? En heb je er als trainer vrede mee dat je door vakanties, blessures, werk en andere verplichtingen niet altijd met de volledige groep kunt trainen?


Tijdens een voorbereiding is het eigenlijk lastig om op iedere training iedereen beschikbaar te hebben. Je hebt te maken met vakanties, werk, blessures en andere verplichtingen. Dat hoort bij het amateurvoetbal en daar moet je als trainer ook realistisch in zijn.

Natuurlijk werk je het liefst iedere training met de complete groep, zeker wanneer je nieuwe dingen wilt inslijpen. Maar inmiddels weet je ook dat dit niet altijd mogelijk is. Het belangrijkste is dat we richting de eerste competitiewedstrijd zo compleet en fit mogelijk zijn.


Vorig seizoen liep de ploeg op een haar na promotie mis. Is promoveren daarom dit jaar automatisch de duidelijke doelstelling, of wil je voorkomen dat die teleurstelling als extra druk op de groep komt te liggen?


We hoeven niet geheimzinnig te doen over onze ambitie. Als je vorig seizoen zo dicht bij promotie bent geweest, wil je dit seizoen natuurlijk opnieuw bovenin meedoen.

Maar ik wil niet dat we vanaf de eerste wedstrijd alleen maar bezig zijn met het woord ‘promotie’. Daar gaan we niet beter van voetballen. We moeten ervoor zorgen dat we iedere week ons niveau halen, als team spelen en wedstrijden winnen.

Als we dat consequent doen, hoop en verwacht ik dat we aan het einde van het seizoen opnieuw meedoen om de prijzen.


Jullie zijn ingedeeld in een overwegend Amsterdamse en Gooise poule. Sportief lijkt het een interessante competitie, maar qua derby’s is de indeling misschien wat minder aantrekkelijk. Hoe kijk jij naar deze poule en had je vanuit sportief én publieksoogpunt graag meer regionale tegenstanders getroffen?


Ik denk dat het sportief een interessante poule is. Inmiddels is De Vecht eraan toegevoegd en bestaat de competitie uit dertien ploegen. Dat vind ik een mooie toevoeging.

Er zitten verschillende tegenstanders tussen die we kennen, maar ook ploegen waartegen we wat minder vaak spelen. Wedstrijden tegen clubs uit de directe omgeving zijn natuurlijk altijd leuk voor de spelers en de mensen langs de lijn. Maar uiteindelijk moeten wij vooral naar onszelf kijken. Tegen wie we ook spelen, we willen iedere week goed voor de dag komen.


Door de toevoeging van De Vecht bestaat de poule inmiddels uit dertien clubs, waardoor iedere speelronde één ploeg vrij is. Vind je zulke vrije weekenden vervelend voor het wedstrijdritme en de beleving? En hoe houd je de ploeg tijdens deze onderbrekingen scherp?


Door de komst van De Vecht is de situatie inderdaad iets veranderd ten opzichte van de oorspronkelijke indeling met twaalf ploegen. Met dertien ploegen is er iedere speelronde één ploeg vrij. Mijn voorkeur is om zoveel mogelijk weekenden gewoon een wedstrijd te spelen. Uiteindelijk trainen en voetballen de jongens ook om op zaterdag wedstrijden te spelen. Een vrij weekend kan gedurende het seizoen best een keer goed uitkomen, maar voor het ritme speel ik liever door. Als we een weekend vrij zijn, bekijken we op dat moment wat de groep nodig heeft. Dat kan een training of een oefenwedstrijd zijn, maar soms kan het ook juist goed zijn om iedereen een weekend vrij te geven.


Wat moet straks vanaf de eerste competitiewedstrijd direct herkenbaar zijn aan jouw ploeg? Met welke drie kenmerken wil jij dat tegenstanders, supporters en neutrale toeschouwers jullie manier van spelen omschrijven?


Als ik drie dingen moet noemen: met energie, discipline en als collectief wedstrijden spelen.

We willen een ploeg zijn die hard voor elkaar werkt, zich aan de afspraken houdt en niet opgeeft als het een keer tegenzit. Daarnaast hoop ik natuurlijk dat onze aangepaste speelwijze steeds beter herkenbaar wordt. Het hoeft vanaf wedstrijd één niet allemaal perfect te zijn, maar tegenstanders moeten na een wedstrijd tegen ons wel het gevoel hebben dat ze tegen een echt team hebben gespeeld.


Een voorbereiding draait niet alleen om conditie en tactiek, maar ook om het ontstaan van een duidelijke hiërarchie. Hebben spelers zich positief onderscheiden of zich nadrukkelijk bij de basiself gemeld, waardoor de bestaande verhoudingen binnen de groep misschien zijn veranderd?


Er zijn zeker spelers die zich goed laten zien. Dat geldt voor nieuwe spelers, maar ook voor jongens die al langer bij de groep zitten. Daarnaast vind ik het mooi om te zien hoe de twee jonge spelers die vanuit de JO19 zijn doorgeschoven zich aanpassen aan het niveau en aan de groep.

Met de komst van Denny van den Bosch en het aanblijven van Dennis Te Nuijl hebben we bovendien meer mogelijkheden om individueel naar spelers te kijken. Daardoor kunnen we hen gerichter helpen bij hun ontwikkeling en krijgen we als staf ook een beter beeld van wat iedereen nodig heeft. Een voorbereiding is uiteindelijk ook de periode waarin iedereen zijn kans kan pakken. Niemand moet het gevoel hebben dat zijn plek vanzelfsprekend is. Spelers bepalen voor een groot gedeelte zelf, met hun prestaties tijdens trainingen en wedstrijden, hoeveel minuten ze gaan maken.


Hoe belangrijk is het mentale gedeelte na het op een haar na mislopen van promotie? Heb je dat hoofdstuk inmiddels volledig afgesloten, of gebruik je die teleurstelling soms als extra brandstof voor het nieuwe seizoen?


Natuurlijk was het balen dat we vorig seizoen zo dichtbij waren en uiteindelijk niet promoveerden. Maar op een gegeven moment moet je daar ook een streep onder zetten.

Wat we wel meenemen, is de ervaring dat we in staat zijn om bovenin mee te doen. Dat moet juist vertrouwen geven. We beginnen weer op nul, net als iedereen, maar we weten inmiddels wel wat ervoor nodig is om gedurende een heel seizoen mee te strijden.

Die teleurstelling hoeft wat mij betreft geen extra druk te geven. We kunnen die beter gebruiken als motivatie om dit seizoen opnieuw het maximale eruit te halen.


Wat wil je tijdens de bekerwedstrijden nog terugzien om straks met een tevreden en goed gevoel aan de competitie te kunnen beginnen?


Ik stap met een tevreden gevoel richting de competitie als ik tijdens de bekerwedstrijden zie dat onze aangepaste speelwijze steeds herkenbaarder wordt en de spelers daar vertrouwen in krijgen.

Daarnaast wil je zien dat de nieuwe jongens steeds beter hun plek vinden, de jonge spelers zich blijven ontwikkelen en we als groep steeds fitter worden. Met de bredere staf hebben we ook meer ruimte om spelers individueel aandacht te geven. Dat moet ons helpen om gedurende het seizoen verdere stappen te zetten.

Als we de goede dingen uit onze drie oefenwedstrijden en het MZS-toernooi kunnen doortrekken en tegelijkertijd verder werken aan de punten die nog beter moeten, denk ik dat we met een goed gevoel aan de competitie kunnen beginnen.

Opmerkingen


bottom of page