top of page

Twan Wagemakers (SV Odijk), speler aan het woord

  • 3 dagen geleden
  • 11 minuten om te lezen

We mochten weer zo’n echte clubman spreken. Iemand bij wie het voetbal en SV Odijk er met de paplepel zijn ingegoten en die ook wanneer zijn rol binnen de lijnen verandert, niet afhaakt. Integendeel. Trainen, klaarstaan als reservekeeper, jeugdkeepers begeleiden, onderdeel zijn van de staf én actief binnen het wedstrijdsecretariaat: stilzitten komt in zijn woordenboek nauwelijks voor.

Een echte jongen van de club dus, met inmiddels een flinke staat van dienst. We zochten het Odijkse fenomeen Twan Wagemakers deze week op voor een mooi en vooral ontspannen interview.

Hoi Twan, allereerst voor de leden die jou nog niet kennen: stel jezelf eens voor.


Nou, ik ben dus Twan Wagemakers, geboren op 28 februari 1995, dus inmiddels alweer 31 jaar oud. Ik ben geboren en getogen in het mooie Odijk. Sinds begin augustus ben ik verhuisd naar het naastgelegen dorp Houten. Als beroep ben ik accountmanager in de IT-branche. In deze rol ben ik eindverantwoordelijk voor een portefeuille van klanten binnen de Nederlandse Rijksoverheid, waarbij ik onder andere zorg draag voor het realiseren van hun IT-behoeften. Ik heb sinds kort een appartement gekocht in Houten. Hiervoor heb ik altijd in Odijk gewoond en ik verwacht daar op termijn ook ooit weer terug te keren!


Waar stond jouw voetbalwieg en hoe ben je daar ooit terechtgekomen? Was voetbal iets wat bij jullie thuis automatisch werd meegegeven, of heb je zelf als klein jongetje de weg naar de voetbalclub gevonden?


Mijn voetbalwieg stond bij SV Odijk. De plek waar ik geboren ben en ook altijd heb gewoond. Zo was het dus een één-tweetje dat ik daar ook mijn eerste stappen zou zetten in het voetbal. Mijn vader is niet per se een voetbaldier. Mijn moeder heeft meer met het spelletje en vindt het eigenlijk leuker om te kijken dan mijn vader. De echte weg naar het voetbalveld is gekomen door mijn bijna zes jaar oudere broer Per. Hij ‘zat’ al eerder op voetbal en daardoor ben ik er rond mijn elfde jaar ook mee begonnen. Daarvoor heb ik een aantal jaar op judo gezeten. Dit heeft mij goed geholpen met het ontwikkelen van onder andere mijn valtechniek.


Was het doel vanaf het begin jouw plek, of ben je ooit als veldspeler begonnen? Wanneer ontdekte je dat keepen bij jou paste en weet je nog waarom je uiteindelijk voor die positie hebt gekozen?


Ik ben gelijk als keeper begonnen. Voordat ik verbonden was aan de club vond ik het al leuk om te keepen, bijvoorbeeld wanneer ik met vrienden na school ging voetballen op een pleintje. Ik wilde altijd gelijk op doel staan en vond het leuker om een bal tegen te houden dan om een doelpunt te scoren. Ik vond met name het duiken naar een bal gelijk al leuk en dit heeft ervoor gezorgd dat ik vanaf jongs af aan voor deze positie heb gekozen.

Wanneer maakte jij je officiële debuut in het seniorenvoetbal? In welk seizoen, wie was je trainer en weet je die eerste wedstrijd nog voor de geest te halen?


Dit ga ik nooit meer vergeten. Dit was in het seizoen 2013-2014. Ik was net 18 jaar geworden en speelde in de A1, tegenwoordig de JO19-1. Ons eerste elftal speelde destijds nog op zondag. Zowel de eerste als de tweede keeper waren doordeweeks geblesseerd geraakt. Vervolgens kreeg ik een belletje van hoofdtrainer Wouter Jansen. Hij vroeg of ik beschikbaar was om zondag met hen mee te doen. Uiteraard liet ik die kans niet schieten. We speelden een thuiswedstrijd tegen Focus ’07 en wonnen met 2-1! Vervolgens heb ik de rest van het seizoen meegetraind met het eerste elftal, waarna ik het seizoen erna, 2014-2015, onder de nieuwe trainer Florian Wolf officieel aansloot bij de selectie.


Als eerste doelman van Odijk tel ik zes seizoenen, maar volgens mij zit je al langer bij de selectie? Als je de selectie van toen naast die van nu zet, hoeveel is er in die jaren veranderd? Speel je nog met veel jongens uit jouw eerste seizoen of heeft de groep inmiddels een behoorlijke metamorfose ondergaan?


Als je de jaren als eerste keeper bij elkaar optelt, dan kom je inderdaad op zes seizoenen uit: 2017-2018, 2018-2019, 2019-2020, 2020-2021, 2021-2022 en 2022-2023. Echter maak ik in totaal al twaalf seizoenen vast onderdeel uit van de selectie en ga ik aankomend seizoen alweer mijn dertiende seizoen in. Uiteraard is er flink wat veranderd in de tijd dat ik er voor het eerst bij kwam tot het moment waar we nu zijn. Wel is er in al die jaren altijd een vaste kern geweest. Daar moet SV Odijk het ook van hebben. We zijn een echte dorpsclub en moeten het met name hebben van jongens uit het eigen dorp. Waarvan ik nu wel kan zeggen dat de lichting de afgelopen drie seizoenen op zijn sterkst is, wat ook heeft geresulteerd in een kampioenschap in het seizoen 2024-2025 in de vierde klasse en een mooie zesde plek vorig seizoen in de derde klasse. Uit mijn eerste seizoen is eigenlijk nog maar één speler over in de selectie. Dat is Mitchell van Laar. Hij maakte zelfs al onderdeel uit van de selectie voordat ik erbij kwam. Tot en met vorig seizoen maakte Jerôme Gijsbertsen als aanvoerder ook nog onderdeel uit van de selectie. Hij heeft er helaas door aanhoudende knieproblemen een punt achter moeten zetten. Wel maakt Jerôme vanaf dit seizoen als assistent-trainer onderdeel uit van de staf. Samen met onder anderen Jerôme maakte ik destijds gelijktijdig de overstap van de jeugd naar de selectie.


Odijk promoveerde in het seizoen 2024-2025 naar de derde klasse en eindigde afgelopen seizoen direct als zesde. Hoe kijk jij terug op dat eerste jaar op een hoger niveau? Waarin merkte je vooral het verschil met de vierde klasse en wat zegt die zesde plaats volgens jou over de ontwikkeling die jullie als ploeg hebben doorgemaakt?


Wij hikten, voordat we in het seizoen 2024-2025 kampioen werden, al drie seizoenen lang tegen promotie naar de derde klasse aan. Echter strandden we steeds in de nacompetitie, waarbij we tot twee keer toe de finale hebben verloren. De groep was dus toe aan een stapje hogerop. We merkten bij de start van vorig seizoen wel gelijk dat er wat anders werd gevraagd in de derde klasse dan in de vierde klasse. Het hielp daarbij ook niet mee dat we in de eerste drie wedstrijden al gelijk Delta Sports ’95 en Jonathan tegenkwamen, waarvan Delta Sports ’95 uiteindelijk kampioen werd en Jonathan via de nacompetitie promoveerde naar de tweede klasse. Na de wedstrijd tegen Delta Sports ’95 is er een knop omgegaan en heeft onze trainer, Marius Rutting, een strijdplan gecreëerd waarmee wij het iedere tegenstander in de derde klasse lastig konden maken. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in die verdienstelijke zesde plaats op de ranglijst, waar wij als ploeg en dorpsclub trots op mogen zijn!


Inmiddels zijn ook jullie weer aan de voorbereiding begonnen. Hoe ziet de selectie er ten opzichte van vorig seizoen uit? Veel nieuwkomers van buitenaf, of zijn het vooral jongens die vanuit de jeugd of een ander elftal zijn doorgeschoven?


Ook wij zijn inderdaad weer begonnen aan de voorbereiding. Ten opzichte van vorig seizoen hebben wij helaas afscheid moeten nemen van een viertal spelers. Twee zijn naar FZO vertrokken en twee zijn helaas gestopt. Zoals eerder aangegeven is SV Odijk een echte dorpsclub en moeten wij het met name hebben van jongens uit het dorp. Zodoende is de selectie dit seizoen dus aangevuld met ‘eigen jongens’ uit de jeugd.

Jullie komen dit seizoen uit in de derde klasse F en treffen daarin veel tegenstanders die inmiddels bekend zijn. Eén wedstrijd springt er qua speeldag uit: uit bij Fair Play spelen jullie op zondag. Odijk maakte enkele jaren geleden juist de overstap naar het zaterdagvoetbal. Hoe wordt er binnen de spelersgroep tegen die ene zondagwedstrijd aangekeken?


Er zijn nog een handjevol jongens in de selectie aanwezig die ooit al eerder op zondag een wedstrijd hebben gespeeld. Het is namelijk iets korter geleden dan tien jaar dat wij de overstap maakten van de zondag naar de zaterdag. Het seizoen 2017-2018 was ons laatste seizoen op de zondag. In dat seizoen speelde er al een aantal jongens uit de jeugd op zondag mee met het eerste elftal. Een aantal van deze jongens maakt nu ook nog steeds onderdeel uit van de selectie, onder anderen Hidde Maat, Roel van Eck en Stijn Coffeng. Ik vind het persoonlijk wel leuk en nostalgisch om weer een keertje op zondag naar het voetbal te gaan voor een wedstrijd. De rest van de groep vindt het volgens mij ook niet heel erg. Daarnaast is het ook maar één wedstrijd dit seizoen.


Veel tegenstanders zijn niet meer nieuw en andersom kennen zij Odijk inmiddels natuurlijk ook een stuk beter. Met welke verwachtingen beginnen jullie aan dit tweede seizoen in de derde klasse? Is er binnen de groep al een concrete doelstelling uitgesproken, of willen jullie eerst ervaren hoe de verhoudingen dit seizoen liggen en is bijvoorbeeld de winterstop een mooie eerste graadmeter?


Dat klopt inderdaad, we komen weer veel bekende tegenstanders tegen dit seizoen. Wat je aangeeft is inderdaad hoe wij er ook naar kijken. Je weet namelijk pas waar je staat als het seizoen onderweg is en je alle of de meerderheid van de tegenstanders bent tegengekomen. Ook bij andere teams in onze competitie zijn verschuivingen geweest qua spelers. De winterstop is dus inderdaad een mooie eerste graadmeter. Ik ben ervan overtuigd dat je uiteindelijk hoort te staan waar je staat na, in dit geval, 24 wedstrijden.


Als we naar de geschiedenis van Odijk kijken, is de derde klasse het hoogste niveau waarop de club de afgelopen 25 jaar heeft gespeeld. Is de derde klasse voor een vereniging als Odijk een mooi podium dat goed bij de club past, of zou de tweede klasse een realistische volgende stap kunnen zijn? Zijn binnen de vereniging de faciliteiten, organisatie en overige randvoorwaarden aanwezig om structureel op tweedeklasseniveau te kunnen spelen, of draait zo’n stap uiteindelijk vooral om de kwaliteit binnen de lijnen en moet daar de grootste stap worden gezet?


Voor een dorpsclub als Odijk is het al fantastisch dat in het seizoen 2024-2025 het kampioenschap in de vierde klasse is behaald. Daarnaast is de zesde plek in de derde klasse van vorig seizoen ook al een fantastisch resultaat. De tweede klasse vind ik geen realistisch doel voor een club die het enkel moet hebben van ‘eigen jongens’. Alles draait om de kwaliteit van de selectie en dus de lichting/generatie die op dat moment beschikbaar is.

Je weet dat je aan het seizoen begint in een andere rol dan in de jaren waarin je eerste keeper was. Tegelijkertijd kan er door blessures of andere omstandigheden gedurende een seizoen altijd iets veranderen. Hoe beleef je jouw huidige rol achter Jesper de Haan, hoe zorg je ervoor dat je zelf scherp en klaar blijft en op welke manier wil je vanuit jouw ervaring, ongeacht het aantal wedstrijden dat je speelt, van waarde zijn voor de ploeg?


Inderdaad, mijn rol is anders dan in de jaren waarin ik eerste keeper was. Jesper is nu de eerste keeper en daar probeer ik hem zo goed mogelijk in te ondersteunen. Tijdens de trainingen probeer ik hem scherp te houden en tegelijkertijd zorg ik ervoor dat ik zelf ook klaar ben wanneer dat nodig is. Je weet tenslotte nooit hoe een seizoen loopt. Door blessures of andere omstandigheden kan een situatie zomaar veranderen. Daarnaast pak ik gedurende het seizoen mijn wedstrijden mee. Zo speel ik de bekerwedstrijden en sta ik er wanneer Jesper een zaterdag niet aanwezig is. Ik merk dat ik daardoor misschien ook wel meer geniet van de wedstrijden die ik zelf speel. Uiteindelijk blijft een wedstrijd spelen toch het leukste wat er is. Mijn ervaring helpt mij ook in deze rol. Ik ben door de jaren heen als keeper een stuk rustiger geworden en probeer die ervaring ook binnen de groep te gebruiken. Waarschijnlijk heeft de leeftijd daar eveneens iets mee te maken, haha! Uiteindelijk wil ik, of ik nu speel of niet, mijn bijdrage leveren aan de ploeg en ervoor zorgen dat we er met elkaar alles aan doen om het maximale uit het seizoen te halen.


Als jij zelf onder de lat staat, wat voor keeper krijgt de ploeg dan achter zich? Welke rol past bij jou in het coachen en organiseren van de spelers voor je en waar liggen volgens jou de sterkste punten van jouw keepersspel? En als je kritisch naar jezelf kijkt: op welke onderdelen valt er voor Twan nog winst te behalen?


Ik ben vooral een aanwezige keeper. Mijn sterke punten liggen met name bij mijn reflexen en in de één-op-één-situaties. Gezien mijn lengte zijn voor mij de ballen vanaf de zijkanten wat lastiger. Aangezien een groeispurt na 31 jaar niet meer komt, probeer ik dit te compenseren door de juiste positie te kiezen op het moment dat zo’n bal wordt gegeven.


Is er een keeper naar wie jij graag kijkt in het profvoetbal en van wie je bewust bepaalde dingen probeert mee te nemen? Dat hoeft niet per se de beste keeper ter wereld te zijn; het mag ook iemand zijn wiens stijl of uitstraling jou gewoon aanspreekt.


Vroeger was dit Victor Valdés van onder andere FC Barcelona. Zijn stijl van keepen en uitstraling spraken mij altijd zeer aan. Tegenwoordig is dat Yann Sommer. Mede gezien zijn geringe lengte vind ik het interessant om te zien hoe hij bepaalde situaties oplost en probeer ik dat ook mee te nemen in mijn eigen spel.


Je bent inmiddels al behoorlijk wat jaren onderdeel van de selectie van Odijk. Beperkt jouw betrokkenheid bij de club zich tot trainen en wedstrijden spelen, of ben je daarnaast ook op andere manieren actief binnen de vereniging?


Een dorpsclub als SV Odijk moet draaien op clubmensen. Ook wij hebben dus mensen nodig die naast het voetballen op een andere manier betrokken zijn bij de vereniging. Ikzelf doe dat in een drietal functies.

Zo ga ik dit seizoen alweer mijn zesde seizoen in als keeperstrainer van de jeugd. In deze rol train ik iedere donderdag, voorafgaand aan onze eigen training, twee groepen van ieder drie kwartier met gemiddeld vijf à zes keepers per groep: de onderbouw en bovenbouw. De onderbouw train ik van 18.30 tot 19.15 uur en de bovenbouw van 19.15 tot 20.00 uur, waarna wij zelf met de selectie om 20.15 uur starten met onze training. Ook ben ik aankomend seizoen al voor mijn derde seizoen betrokken bij het wedstrijdsecretariaat van onze vereniging. Dit doe ik samen met twee andere jongens van de club, Niels Hendriksen en Remco van Wijk.

Ten slotte ben ik na mijn eerste seizoen als tweede keeper door de huidige hoofdtrainer, Marius Rutting, gevraagd om naast de rol van tweede keeper ook onderdeel uit te maken van de staf van de selectie, om zodoende ook op een andere manier betrokken te zijn. Deze extra rol kon ik, gezien de lange verstandhouding met Marius, niet afslaan. Komend seizoen is dus ook alweer het tweede seizoen in deze dubbelrol.


Voetballers brengen behoorlijk wat uren met elkaar door en dan is muziek in de kleedkamer bijna onvermijdelijk. Hoe tevreden ben jij over de huidige kleedkamer-dj? Of denk je stiekem weleens: geef die box maar aan mij, dan komt het muzikaal allemaal goed?


Dat is eigenlijk het leukste aan de muziek in de kleedkamer. Iedereen, ook ik, heeft er commentaar op, maar bijna niemand wil het doen. Haha! Ik moet wel zeggen dat er ten opzichte van mijn eerste seizoen bij de selectie een flinke omslag is geweest in het type muziek dat wordt gedraaid in de kleedkamer. Ik vind het eigenlijk altijd allemaal wel prima, als er maar muziek op staat. Ik ben na een training en/of wedstrijd meestal als één van de laatsten nog in de kleedkamer aanwezig, dus dan komen vanzelf wel de hitjes over de box.

Wat zijn jouw hobby’s buiten het voetbal? Waar kan Twan echt van genieten wanneer de voetbaltas en keepershandschoenen even aan de kant liggen?


Ik vind het op dat soort momenten eigenlijk gewoon heerlijk om te ontspannen. Ontspannen is voor mij op vakantie gaan, weekendjes weg of lekker het terras op gaan. Als ik dan nog iets actiefs moet benoemen wat ik doe in de tijden dat het voetbal even stil ligt, dan is dat hardlopen. Ik vind het altijd wel lekker om een stukje hard te lopen met een podcastje in de oren. Ook is padel een sport die ik leuk vind om te doen. Daarnaast vind ik het ook leuk om af en toe een pijltje te gooien.


Stel, je hebt midden in het seizoen ineens een volledig vrije zaterdag zonder training, wedstrijd of andere voetbalverplichting. Waar is de kans dan het grootst dat we Twan tegenkomen?


Eigenlijk sluit dat wel aan op mijn antwoord uit de vorige vraag. Vaak ben ik op dit soort dagen te vinden op een terrasje. Of ergens anders waar ik met vrienden een drankje kan drinken.


Als we met jou ergens gaan eten en jij mag bepalen waar we aanschuiven: wat moet er dan op tafel komen en welk drankje zetten we ernaast?


Ik vind het ‘lange’ tafelen eigenlijk het leukste en lekkerste wat er is. Dan maakt het mij niet heel erg uit wat voor eten er op tafel komt. In mijn ogen kan dit het beste bij tapas. Zo kun je verschillende gerechten eten, verdeeld over de avond, en kun je lekker lang genieten van het eten en dus ook van de avond. Een koud pilsje mag daarbij niet ontbreken. Als afsluiter gaat een Irish coffee er ook altijd wel in.


Twan, het laatste woord is voor jou!


Allereerst dank voor het leuke interview! Aan het account te zien blijft Voetbal Midden-Nederland ieder seizoen groeien. Dat is een mooie opsteker voor jou/jullie achter de schermen! Ik zeg dus: vooral zo doorgaan!

Opmerkingen


bottom of page