top of page

Guiliano ‘Guilly’ Graanoogst (Faja Lobi KDS), speler aan het woord

  • 3 dagen geleden
  • 9 minuten om te lezen

Dat voetbal Guilly Graanoogst met de paplepel is ingegoten, is bijna een understatement. Zijn opa Cornelis Graanoogst was een grote naam in het Surinaamse voetbal, verdedigde jarenlang het doel van de nationale ploeg en stond in 1948 zelfs onder de lat toen Suriname in Amsterdam tegenover Ajax stond.

Een prachtige familiegeschiedenis die Guilly met trots met zich meedraagt. Zelf staat hij niet tussen de palen, maar raast hij als back over het bijzondere voetbalveld op het dak van IKEA. De pannen van het dak spelen krijgt bij Faja Lobi KDS dan ook ineens een bijna letterlijke betekenis.

Trainer Awi Nunda hoeft hem daarbij zelden te motiveren; afremmen lijkt eerder noodzakelijk. Niet voor niets draagt Guilly binnen de ploeg de bijnaam ‘de Pitbull van Faja Lobi KDS’. Ook komend seizoen zal hij weer voorop in de strijd gaan en zijn medespelers proberen mee te nemen om negentig minuten lang gas te geven.

Tijd om de Pitbull zelf eens aan het woord te laten. We zochten Guilly Graanoogst op voor een mooi en open gesprek.

Guilly, allereerst, stel jezelf eens voor.


“Hé, ik ben Guiliano Cornelis Graanoogst, 34 jaar en tegenwoordig woonachtig in Mijdrecht. Ik werk als monteur binnen de ventilatietechniek en daarnaast ben ik tattooartiest.”


Waar stond jouw voetbalwieg? Neem ons eens mee vanaf het moment dat je als klein jongetje voor het eerst tegen een bal trapte tot het bijzondere voetbaldecor waar je nu iedere week te vinden bent: het dak van IKEA bij Faja Lobi KDS. Welke clubs kwamen er onderweg allemaal voorbij?


“Ik ben als kleine jongen begonnen met voetballen bij Delta Sports ’95, waar ik tot mijn vijftiende heb gespeeld. Daarna verhuisde ik van Houten naar Utrecht en ben ik eigenlijk tot de A-jeugd gestopt met voetballen. Vanaf het moment dat ik het voetbal weer oppakte, heb ik in de senioren bij een heleboel clubs gespeeld, zoals Domstad Majella, UVV, Utrecht United, Faja Lobi KDS en Patria.

Ik heb zo’n tien jaar geleden al bij Faja Lobi gespeeld, maar eigenlijk kom ik al vanaf mijn jeugd bij de club. Toen Faja Lobi nog in Lunetten speelde, kwam ik er als klein kind al. Mijn vader en mijn opa hebben allebei bij Faja Lobi gespeeld, dus Faja Lobi is wel echt mijn clubje. Vorig seizoen ben ik teruggekomen nadat ik twee jaar bij Patria had gespeeld.”


Weet je nog bij welke club je jouw officiële debuut in het seniorenvoetbal maakte? Hoe oud was je, wie was destijds je trainer en was jij zo’n jongen die al vroeg richting het eerste elftal werd geschoven, of heb je daar echt voor moeten knokken?


“Mijn eerste seizoen in de senioren kwam eigenlijk nadat ik al een tijd gestopt was met voetballen. De opa van een vriend van mij was destijds voorzitter van Domstad Majella en zo ben ik daar terechtgekomen. In die tijd speelde ik nog in de punt van de aanval en dat was bovendien nog op zondag. Het seniorenvoetbal was voor mij wel even wennen, omdat het heel anders was dan het jeugdvoetbal.

Nadat ik daar één jaar had gespeeld, werd ik benaderd door Coco, de trainer van Patria, die naar het zaterdagvoetbal ging. Vervolgens heb ik twee jaar bij Patria gespeeld. Daar moest ik het vooral doen met invalbeurten. Omdat ik zoveel van mijn jeugdjaren had gemist, moest ik eigenlijk nog veel leren als seniorenspeler.

Na mijn periode bij Patria ben ik naar Faja Lobi gegaan, waar Greggory Hardley destijds trainer was. Hij zag in mij een back en vanaf dat moment ben ik eigenlijk op die positie terechtgekomen.”


Voor de mensen die jou nooit hebben zien voetballen: hoe zou jij jezelf als speler omschrijven? Waar ligt volgens jou de grootste kracht van jouw spel en wat is juist een onderdeel waarvan je zelf zegt: daar valt nog steeds winst te boeken?


“Ik ben een speler die altijd honderd procent geeft. Als back denk ik erg aanvallend, soms misschien zelfs iets te veel. Ik denk dat mijn grootste kracht ligt in het één-tegen-één verdedigen tegen een buitenspeler en daarnaast in het opkomen.

Ik ben een type dat zich vastbijt in ieder duel. Als je langs me komt, kom je me honderd procent nog een keer tegen. Ik denk dat ik in balbezit nog veel winst kan behalen. Soms denk ik daarin nog te veel als een aanvaller.”


Wat is jouw favoriete positie en waarom komt Guilly Graanoogst juist daar het beste tot zijn recht? Ben je bovendien iemand die zonder morren ergens anders gaat staan als de trainer daarom vraagt, of begint het dan van binnen toch een beetje te borrelen?


“Uiteraard blijft mijn favoriete positie voorin, maar ik ben wel reëel. Ik weet dat de meeste jongens die daar spelen fitter zijn en op die positie meer kunnen brengen. Daarom vind ik het totaal niet erg om als back te spelen. Uiteindelijk maakt het mij niet uit waar ik op het veld sta, als ik mijn team maar kan helpen.”


Als jij één bekende voetballer zou moeten noemen met wie jouw manier van spelen overeenkomsten heeft, bij wie komen we dan uit? Niet noodzakelijk qua niveau natuurlijk, maar vooral qua speelstijl, mentaliteit of de manier waarop je een wedstrijd beleeft.


“Ik ben zelf Ajax-fan. Als ik dan naar de afgelopen jaren kijk en een speler moet noemen van wie ik erg heb genoten op de backpositie, dan zou ik, als ik een vergelijking met mezelf mag maken, zeggen: Nicolás Tagliafico. Een pitbull die maar blijft gaan en echt zijn hart in het spel legt.”


Graanoogst is geen onbekende voetbalnaam in Utrecht en omgeving. We kennen natuurlijk ook trainer Raymond Graanoogst. Is daar familieverwantschap, en speelt voetbal sowieso een grote rol binnen de familie Graanoogst?


“Dat is inderdaad waar. Ik krijg vaak de vraag of we familie zijn. Voor zover ik weet niet. Wel weet ik dat Graanoogst in Suriname een best bekende naam is. Vooral voor de oude garde zal de naam Cornelis Graanoogst niet onbekend zijn. Hij was oud-keeper van het Surinaams elftal en tevens mijn opa.

Ik heb hem zelf nooit gekend, maar ik heb altijd mooie verhalen over hem gehoord. Niet alleen van familie, maar ook van oudere Surinaamse mensen die bekend zijn met het Surinaamse voetbal uit die tijd. Mijn vader was ook een goede voetballer en ook mijn ooms van mijn moeders kant zijn bekende namen binnen het Utrechtse amateurvoetbal. Het voetbal is mij dus eigenlijk al met de paplepel ingegoten.”




Faja Lobi KDS is qua omvang misschien geen grote vereniging, maar de ambitie om hogerop te komen is er volgens mij wel degelijk. De faciliteiten zijn aanwezig en jullie beschikken met het complex op het dak van IKEA natuurlijk ook over een van de meest bijzondere voetbalaccommodaties van Nederland. Wat ontbreekt er volgens jou nog om daadwerkelijk die stap naar de vierde klasse te kunnen maken? Zit dat vooral in kwaliteit, mentaliteit en continuïteit, of moet er simpelweg een bredere en sterkere selectie komen? En hoe lastig is het voor een relatief kleine club als Faja om goede spelers binnen te halen én vervolgens voor langere tijd aan de club te binden?


“Ik denk dat wij als Faja Lobi KDS echt de goede richting opgaan om kans te maken op promotie naar de vierde klasse. Is het niet dit seizoen, dan zal het de komende seizoenen gebeuren. Ik denk dat de spelersgroep zowel groter kan als moet worden, maar volgens mij is het vooral ook een kwestie van tijd.

Met trainer Awi en de staf zit er echt een goed plan achter. Als spelersgroep gaan we nu het tweede jaar samen in en ik denk dat Awi de juiste persoon is om ons die kant op te brengen. Hij heeft ons vorig seizoen ook bij elkaar weten te houden nadat de trainer was opgestapt en heeft ervoor gezorgd dat wij als team samen nog een seizoen ingaan.

Het is duidelijk te merken dat we elkaar nu een stuk beter kennen dan aan het begin van vorig seizoen en ik denk dat dit ons heel veel voordeel kan opleveren. In de eerste helft van vorig seizoen hebben we dusdanig veel punten laten liggen in de laatste tien minuten van wedstrijden, dat het aan het einde van de rit misschien leek alsof we niet zo’n geweldig seizoen hadden gedraaid. Gevoelsmatig zaten we echter heel dicht bij de top drie.

Ik denk dat ieder team van vorig seizoen kan beamen dat wij een heel moeilijk te kloppen ploeg zijn. Als we deze lijn doortrekken, denk ik dat er heel veel in het vat zit!”


Hoe werkt spelerswerving eigenlijk bij een club als Faja? Moet je het vooral hebben van het eigen netwerk, vrienden die vrienden meenemen en spelers die elkaar kennen uit het Utrechtse voetbal? En ben jij zelf ook weleens bezig om iemand te overtuigen met: kom gewoon een jaartje bij ons op het dak voetballen?


“Ja, dat werkt zeker zo. Het gaat vooral van vriend naar vriend. Afgelopen seizoen heb ik geprobeerd tien man binnen te halen, zodat we een tweede selectieteam konden realiseren. Dat is helaas niet gelukt. Acht man hebben uiteindelijk op het laatste moment afgezegd, wat erg jammer is. Twee vrienden van mij zijn uiteindelijk wel aangesloten.

Ook andere teamgenoten proberen vrienden enthousiast te maken om bij Faja te komen voetballen. Wij hebben helaas niet, zoals sommige andere clubs, geldschieters of sponsoren die jongens iets kunnen bieden. Hier komen jongens die met vrienden willen voetballen: gezellig, maar tegelijkertijd serieus en met een doel.”


Over dat dak gesproken: voor buitenstaanders blijft voetballen bovenop IKEA toch iets bijzonders. Hoe ervaar jij dat zelf? En zeker op van die bloedhete zomerdagen: wordt dat kunstgras dan niet zo warm dat je bijna het idee hebt dat je boven een barbecue staat te voetballen?


“Hahaha, ja nee, ik leef juist voor die hete dagen! Helaas heb je die niet zo heel veel in Nederland. Maar als ik soms naar de tegenstander of naar mijn eigen teamgenoten kijk, kan ik inderdaad wel zeggen dat de meesten daar iets minder blij mee zijn.

In de zomer is het inderdaad erg heet en in de winter juist lekker warm. Maar als ik dan tijdens de warming-up naar de skyline kijk en de mooie grote gebouwen zie waarmee we omringd zijn, denk ik: welke club heeft het zo mooi als wij? Nou, ik denk geen één, hahaha!”


Faja Lobi KDS straalt gezelligheid en saamhorigheid uit, maar uiteindelijk stap je op zaterdag natuurlijk ook het veld op om te winnen. Waar ligt voor jou de balans? Mag gezelligheid nooit ten koste gaan van presteren, of is juist die combinatie de kracht van Faja?


“Ja, het draait natuurlijk voor een belangrijk deel om gezelligheid bij ons. Maar bij iedere speler gaat die knop van gezelligheid naar ambitie om zodra we het veld opstappen. Ik denk dat wij allemaal willen promoveren en er alles aan gaan doen om dat voor elkaar te krijgen. Tegelijkertijd weten we ook dat het een moeilijke taak wordt, want er zitten dit seizoen meer goede ploegen in onze competitie.”


Hoe ambitieus ben jij zelf eigenlijk nog als voetballer? Stel dat je de kans krijgt om een stap omhoog te maken, zou je daar serieus over nadenken of betekenen het plezier, de groep en het gevoel bij Faja inmiddels meer voor je dan het niveau waarop je speelt?


“Nee, op mijn leeftijd hoef ik zelf niet meer de ambitie te hebben om per se hogerop te gaan. Ik vecht liever om Faja Lobi omhoog te helpen dan dat ik zelf een niveau hoger ga spelen. Ik heb mezelf deze zomer wel superfit proberen te krijgen, maar het doel daarvan is vooral om het seizoen zonder blessures door te komen en niet zozeer om zelf nog een stap omhoog te maken.”


Een vrije zaterdag midden in het voetbalseizoen is een zeldzaamheid voor een voetballer. Waar kunnen we Guilly dan waarschijnlijk vinden? Lekker thuis, met vrienden of familie op pad, ergens bij een andere voetbalwedstrijd of juist zo ver mogelijk bij een voetbalveld vandaan?


“Op een vrije dag midden in het seizoen zal ik waarschijnlijk met mijn dochter iets gezelligs gaan doen. Zo niet, dan zal ik waarschijnlijk bij een van mijn vrienden naar het voetbal gaan kijken. Ook bij Patria ben ik nog kind aan huis en daar spelen nog vrienden van me, dus op een vrije zaterdag vind ik het leuk om daar te gaan kijken.

Daardoor zal je ook wel begrijpen dat de bekerwedstrijd op de 29e voor mij een bijzondere is. Ondanks dat ik weet dat Patria een aantal niveautjes hoger speelt dan wij, vind ik het altijd geweldig om tegen vrienden te spelen.”

Als jij één voetbalwedstrijd over zou mogen doen die nog altijd met heel veel plezier en om zeer positieve redenen op je netvlies staat, welke wedstrijd zou dat dan zijn en waarom juist die?


“Uhmm, dat zal dan drie jaar geleden zijn geweest, in de beker met Patria tegen EDO. We knikkerden toen als vijfdeklasser een tweedeklasser uit de beker en ik maakte de 1-0. Het was een erg beladen wedstrijd en uiteindelijk wonnen we na strafschoppen. Ja, dat was voor mij echt een van mijn mooiste wedstrijden.”


Je hebt de poule inmiddels gezien. Is een top-vijfklassering volgens jou een reëel doel, of is het eerder een kwestie van eerst maar eens kijken waar het schip dit seizoen strandt? Met andere woorden: spreken jullie vooraf al een duidelijke doelstelling uit, of bekijken jullie dat gedurende het seizoen?


“Ik heb de poule inderdaad gezien en ik ken de clubs een beetje. Bij bijna iedere club ken ik wel wat spelers. Ik denk zeker dat, als wij ons niveau halen, we bij de eerste vijf moeten kunnen eindigen.

Het heeft natuurlijk ook te maken met blessures. Wij hebben een vrij oude ploeg en de vraag blijft altijd: hoe lang houd je iedereen fit? Maar ik denk dat wij met een complete ploeg voor niemand in deze competitie onderdoen.”


Tot slot

Geen lange uitleg, gewoon kiezen. Al mag je jezelf natuurlijk verdedigen als er écht een onmogelijke keuze tussen zit.

Muziek of voetbal?

“Voetbal.”


Kunstgras of echt gras?

“Echt gras.”


Suriname of Nederland, voor welk nationaal elftal juich je nét even harder?

“Het Surinaams elftal, maar ook voor Nederland kan ik een traantje laten als het weer eens fout gaat.”


Fernandes of cola?

“Fernandes.”


Later in het bestuur of als trainer langs de lijn?

“Later in het bestuur.”


Zelf dansen of lekker toekijken?

“Zelf lekker dansen.”


Awi Nunda als trainer of Awi als muzikant?

“Hahaha, dit is een moeilijke, maar doe toch maar Awi als trainer, aangezien hij me nog moet opstellen. 😝😝😝”


Pitbull of tijger?

“Pitbull.”


Broodje kroket of broodje kip-kerrie?

“Broodje kip-kerrie!”

Opmerkingen


bottom of page