top of page

Tim Bösker (SVM Maartensdijk), speler aan het woord

3 dagen geleden
14 minuten om te lezen

SVM is al jarenlang een vertrouwd gezicht in de vierde klasse, maar moest vorig seizoen tot de laatste speeldag knokken voor lijfsbehoud. In een competitie met dertien ploegen hoopt de club dit seizoen wat meer lucht te krijgen, al verloopt de start nog moeizaam. Hoe staat de ploeg ervoor en wat leeft er binnen de club? We schoven aan bij Tim Bösker, een vertrouwde rots in de branding. Over zijn cluppie, de ambities én het voetballeven dat hem zoveel mooie herinneringen bracht.

Stel je eerst eens voor. Waar en wanneer ben je geboren, waar woon je en hoe ziet je dagelijks leven eruit qua werk en thuissituatie?


Ik ben Tim Bösker, 26 jaar oud. Ik ben geboren in Utrecht, maar opgegroeid in Maartensdijk. Inmiddels woon ik weer in Utrecht, samen met een huisgenoot. Grappig genoeg heeft hij vroeger ook jarenlang bij SVM gevoetbald. Daar kennen we elkaar oorspronkelijk van, dus het is leuk dat we nu nog steeds samenwonen.

In het dagelijks leven werk ik bij Valcon als Data Specialist. Ik houd me bezig met data en het bouwen van technische oplossingen voor bedrijven.


Hoe is jouw voetballiefde ontstaan? Op welke leeftijd ben je bij SVM begonnen? Kreeg je het voetbal van huis uit mee of was jij degene die thuis als eerste met een bal onder zijn arm rondliep?


Ik ben op mijn derde begonnen bij SVM. Officieel moest je eigenlijk vier jaar zijn, maar omdat ik bijna vier was, mocht ik al bij de kabouters beginnen.

Voetbal heb ik zeker van huis uit meegekregen. Mijn vader heeft zelf ook altijd gevoetbald, dus ik denk dat het me misschien een klein beetje is opgedrongen. Dat neem ik hem overigens absoluut niet kwalijk, want ik heb er ontzettend veel plezier aan beleefd. Voetbal is nog steeds een van mijn grootste hobby's, zowel zelf spelen als wedstrijden kijken.

Welke rol speelde jouw familie bij de club toen je jong was? Wie stond er langs de lijn of hielp achter de schermen, en wie zijn er tegenwoordig nog betrokken?


Mijn beide ouders zijn eigenlijk altijd betrokken geweest bij SVM, en dat zijn ze nog steeds. Mijn moeder is al jarenlang een trouwe supporter en mijn vader was vroeger trainer van mijn teams. Dat deed hij vanaf de F'jes tot en met de D'tjes, toen we de overstap maakten naar het grote veld.

Tegenwoordig zijn mijn ouders vooral supporters, maar ze komen nog altijd trouw kijken. Mijn vader helpt daarnaast af en toe nog met EHBO bij voetbaltoernooien. Mijn zusje komt soms ook mee kijken, als ze zelf geen andere sportverplichtingen heeft.

Het is mooi dat mijn familie al die jaren betrokken is gebleven bij de club.


Als je terugdenkt aan je jeugdjaren, wat komt er dan als eerste boven? Was je een van de talenten die steeds in de selectieteams terechtkwamen, of heb je juist moeten knokken voor je plek? Vertel eens hoe die periode jou heeft gevormd.


Als ik aan mijn jeugd terugdenk, komen vooral de kampioenschappen naar boven. In de F'jes en E'tjes werden we regelmatig kampioen. Een herinnering die me altijd is bijgebleven, is een wedstrijd tegen Schravenland die we met 10-0 wonnen. Volgens mij was dat in de F'jes of E'tjes. We werden dat seizoen kampioen en gingen voor die wedstrijd met een echte touringcar op pad. Dat maakte natuurlijk enorm veel indruk. Na een kampioenschap hoorde ook de traditionele platte kar erbij. Dat waren fantastische tijden.

Naarmate we ouder werden en op een groot veld gingen spelen, werd het voetbal serieuzer en veranderde er ook meer in de teams. SVM is geen enorme vereniging, dus je kwam al snel in een van de eerste twee jeugdteams terecht. Ik heb me nooit heel druk gemaakt over de vraag of ik in het eerste of tweede team speelde. Ik voetbalde vooral met plezier.

In de A-jeugd speelde ik volgens mij nog in de A1 en mocht ik af en toe invallen bij de seniorenselectie. Dat vond ik natuurlijk fantastisch. Tegelijkertijd werden er ook al goede spelers bij de selectie gehaald, waardoor het voor ons als jeugdspelers lastiger was om daar een vaste plek te veroveren. Zelf moest ik het in die periode vooral van invalbeurten hebben. Uiteindelijk ben ik wel op relatief jonge leeftijd bij de selectie terechtgekomen.


Welke jeugdtrainer heeft het meeste voor jou betekend? Uiteraard qua voetbal, maar ook over bijvoorbeeld discipline, omgaan met teleurstellingen en verantwoordelijkheid nemen?


Ik kan niet direct één jeugdtrainer aanwijzen die er voor mij echt bovenuit steekt. In de jongste jeugd was mijn vader natuurlijk jarenlang mijn trainer. Als je nu oude beelden terugziet, is het bijzonder om te beseffen dat je die periode samen met je vader hebt meegemaakt. Als kind sta je daar niet zo bij stil, maar achteraf is dat een mooie herinnering.

Wat ik als jonge speler ook altijd leuk vond, waren trainingen van mensen uit de seniorenselectie. Daar keek je toch tegen op. Als jonge jongen vond je het bijzonder om training te krijgen van spelers die je zelf op zaterdag bij het eerste zag voetballen.

Verder was gezelligheid in de jeugd voor ons erg belangrijk. Ik herinner me vooral een heel leuk team waarin Gert van der Tol trainer was. Ik weet niet meer precies of dat in de B- of A-jeugd was, maar hij was een ontzettend aardige man en we hadden een geweldige tijd.

Als ik terugkijk, heb ik het gevoel dat ik vooral bij de seniorenselectie echt veel over het voetbal zelf ben gaan leren. In de jeugd draait het natuurlijk ook om ontwikkeling, maar je bent als trainer soms vooral bezig om een groep pubers aan het trainen te krijgen. Dat hoort er ook bij.

Hoe verliep jouw overstap naar het seniorenvoetbal? Mocht je als jeugdspeler al aan het eerste ruiken of liep jouw route via een ander elftal? Neem ons ook eens mee naar je debuut: wat weet je daar nog van?


Mijn debuut bij de senioren was volgens mij toen ik een jaar of vijftien of zestien was. Volgens mij was het Remco die mij liet debuteren. Het was een uitwedstrijd, maar tegen wie we speelden en wat de uitslag was, weet ik niet meer precies. Ik weet nog wel dat ik het heel spannend vond.

Toen ik zeventien of achttien was, kwam ik steeds vaker bij de seniorenselectie. Op dat moment verhuisde ik echter naar Rotterdam, waardoor de combinatie met SVM lastiger werd. De reis tussen Rotterdam en Maartensdijk was niet ideaal en ik kon door mijn studie en andere verplichtingen vaak maar één keer per week trainen in plaats van twee keer. Daardoor speelde ik voornamelijk in het tweede elftal, waar Wout van Dronkelaar trainer was. Hij wilde op dinsdag nog weleens een foto zien waarop ik aan het hardlopen was of in de sportschool stond. Als ik die stuurde en donderdag kon trainen, mocht ik hopen op een basisplaats op zaterdag.

Uiteindelijk hield het tweede elftal op te bestaan en moest ik een keuze maken. Het eerste elftal trainde twee keer per week, wat op dat moment lastig te combineren was met mijn andere verplichtingen. Daarom heb ik eerst een halfjaar bij Hercules 15 gespeeld, samen met vrienden. Daarna ben ik weer bij SVM gaan voetballen, in het vijfde elftal. Daar heb ik volgens mij ongeveer een heel seizoen gespeeld, samen met mijn neef en andere vrienden die ik al jarenlang kende. Het niveau lag wat lager, maar de gezelligheid was er zeker niet minder om.

Later ontstond het derde elftal, met een mooie mix van jongere spelers uit het tweede en oudere spelers die uit het eerste kwamen. We hadden voldoende spelers, draaiden bovenin mee in de vierde klasse en werden zelfs kampioen. Ook het teamuitje naar de Ardennen was een groot succes, al zal ik daar verder niet te veel over vertellen. Sommige details kunnen beter binnen de kleedkamer blijven!

Na twee seizoenen viel ook het derde elftal uit elkaar. Afgelopen seizoen ben ik daarom weer teruggekeerd naar het eerste. Inmiddels woonde ik in Utrecht en speelden daar veel vrienden van mij. Ik wilde graag nog een keer proberen om op dat niveau mee te draaien.

De overstap naar twee trainingen per week, meer oefenwedstrijden en een hoger tempo was wel even wennen. Bovendien raakte ik vroeg in het seizoen geblesseerd, waardoor ik er ongeveer drie maanden uit lag. Uiteindelijk heb ik later in het seizoen weer volop kunnen meespelen en hebben we degradatie-nacompetitie weten te voorkomen. Dat hebben we goed gevierd. Dit seizoen hopelijk geen blessureleed, en proberen waar het kan mijn steentje bij te dragen.


Met welke jongens uit je jeugd speel je nu nog samen? Wat betekent die gezamenlijke geschiedenis voor jullie band en voor de manier waarop jullie elkaar in het veld aanspreken?


Ik speel nog steeds met veel vrienden van vroeger, onder anderen Nick, Jelle, Freek en Mark. Met sommigen voetbal ik al vanaf de jeugd, terwijl anderen tussendoor ergens anders hebben gespeeld of eerder bij de selectie zijn gekomen.

Met Jelle zat ik bijvoorbeeld zes jaar lang in dezelfde klas op de middelbare school. Dat maakt het extra bijzonder dat we nu nog steeds samen op het veld staan.

De meeste jongens komen uit de omgeving en kennen elkaar al jarenlang. Daardoor is iedereen vertrouwd met elkaar en durft iedereen te zeggen waar het op staat. Niemand is echt bang om een ander aan te spreken als dat nodig is.

Dat vind ik juist mooi aan het voetballen bij SVM. Je speelt niet alleen samen omdat je in hetzelfde team zit, maar ook omdat je elkaar al zo lang kent. Het is een fantastische manier om vriendschappen te onderhouden en tegelijkertijd samen iets sportiefs neer te zetten. Uiteindelijk is het bij ons een combinatie van voetbal en gezelligheid, en dat maakt het voor mij zo leuk.


Wat voor voetballer krijgen de toeschouwers te zien als jij op het veld staat? Waar ligt jouw kracht, welke rol past het beste bij je en op welk onderdeel wil je jezelf nog verbeteren?


Ik denk dat de toeschouwers een redelijk felle verdediger te zien krijgen die vaak op het randje speelt. Ik ga altijd voor de bal en zal mijn voet niet snel terugtrekken in een duel. Dat is volgens mij ook iets wat de mensen langs de lijn wel zien.

Die felheid is tegelijkertijd een sterk punt en een valkuil. Soms ga ik net iets te ver, met kaarten als gevolg. Zeker als dat op het middenveld gebeurt of tijdens belangrijke wedstrijden, krijg ik dat terecht van trainers te horen. Als ik daarin wat slimmer kan worden, denk ik dat mijn felheid echt een kwaliteit is.

Ik speel centraal achterin en sta verdedigend over het algemeen mijn mannetje. Mijn voetballende kwaliteiten laat ik, zoals ik zelf altijd zeg, liever over aan de mensen die het daadwerkelijk kunnen. Dat is misschien wat scherp uitgedrukt, maar ik ben vooral iemand die graag verdedigt en de duels aangaat.


Hoe ben je lichamelijk door de voorbereiding en de eerste competitieweken gekomen? In hoeverre kun je op dit moment het niveau en de energie leveren die je van jezelf verlangt?


De voorbereiding is eigenlijk best goed verlopen. Ik heb aan de meeste trainingen meegedaan en ook de oefenwedstrijden kunnen spelen.

Door een rode kaart in de laatste wedstrijd van vorig seizoen begon ik de competitie alleen met een schorsing. Daardoor mocht ik de eerste drie wedstrijden niet spelen. Omdat een tegenstander zich ook nog uit de beker had teruggetrokken, telde de eerste competitiewedstrijd voor mij zelfs nog mee voor die schorsing. Mijn eerste officiële wedstrijd van dit seizoen liet dus even op zich wachten. Dat is ook een van de redenen waarom ik tot nu toe pas één wedstrijd heb gespeeld.

Ook ben ik momenteel fit genoeg. Mijn lies, waar ik vorig seizoen last van had, lijkt onder controle. Het wordt in ieder geval niet erger, en dat is positief. Ik ben dus benieuwd naar de komende wedstrijden.

Wat wil jij dit seizoen persoonlijk toevoegen aan de ploeg? Heb je jezelf iets concreets voorgenomen, bijvoorbeeld in je spel, je rendement of de verantwoordelijkheid die je binnen het team neemt?


Ik heb mezelf niet echt een concreet sportief doel gesteld. Het belangrijkste voornemen is eigenlijk om geen rode kaarten meer te pakken. Dat is niet alleen vervelend voor mezelf en het team, maar kan ook behoorlijk oplopen qua schorsingen.

Voor zover ik het begrijp, kunnen herhaalde overtredingen binnen een periode van twee jaar leiden tot steeds langere schorsingen. Als ik op dezelfde manier nog een keer rood pak, kan dat dus grotere gevolgen hebben. Ik wil daarom vooral slimmer verdedigen en mijn felheid beter doseren, zodat ik het team kan helpen zonder onnodig kaarten te pakken.


Welke sportieve uitdaging zou je zelf nog willen aangaan? Wil je vooral met SVM ontdekken hoe hoog je kunt komen, of ben je ook nieuwsgierig naar waar jouw persoonlijke plafond elders zou liggen? Het plafond van de kantine bewaren we nog even voor na de wedstrijd.


Mijn plafond ligt bij SVM. Ik heb het hier fantastisch. Ik speel met mijn vrienden, ken iedereen en voel me helemaal thuis bij de club. Ik heb niet de behoefte om ergens anders te gaan kijken hoe hoog ik nog zou kunnen komen. Voor mij is SVM de plek waar ik wil voetballen.


Als je een wedstrijd zou mogen overspelen waar je hele mooie herinneringen aan hebt, welke wedstrijd is dat dan en waarom die?


Dan zou ik de wedstrijd tegen Baarn van vorig seizoen nog wel eens willen overspelen. Als we die wedstrijd niet verloren, en uiteindelijk speelden we gelijk, zouden we de nacompetitie ontlopen. Het was dus een ontzettend belangrijke wedstrijd, waarin veel op het spel stond.

Het was een zwaar bevochten wedstrijd en de spanning was enorm. Ik had niet eerder zo'n wedstrijd meegemaakt, waarin het resultaat zoveel invloed had op hoe je het seizoen zou afsluiten. Juist daarom zou ik die wedstrijd graag nog eens spelen. Het was een bijzondere ervaring en een moment dat me is bijgebleven.


De buitenwacht ziet SVM misschien vooral als een gezellige dorpsclub. Hoe goed past dat beeld bij de werkelijkheid? Hoe merk jij binnen de selectie en de vereniging dat er óók sportieve ambities zijn?


Ik denk dat dat beeld op zich wel klopt. We zijn een gezellige dorpsclub, maar dat betekent niet dat we sportief gezien geen ambities hebben. Vooral op zaterdag staat iedereen er voor de volle honderd procent. De trainingsmentaliteit is prima en als het erop aankomt, willen we allemaal winnen.


Welke doelstelling hebben jullie voor dit seizoen met elkaar uitgesproken en waarop is die gebaseerd? Wat kan deze selectie volgens jou bereiken?


Onze concrete doelstelling is handhaving, het liefst zonder nacompetitie. Het zou mooi zijn als we een keer comfortabel in het linkerrijtje kunnen voetballen, zonder dat we aan het einde van het seizoen nog in de problemen komen.

Onze start is alleen nog niet fantastisch, dus er moet nog wel het een en ander gebeuren. Als alles goed valt en we een goede reeks neerzetten, zien we vanzelf waar we eindigen. Het zou natuurlijk helemaal mooi zijn als we stiekem nog een periodetitel kunnen pakken, maar dat moeten we eerst maar eens op het veld laten zien. De tijd zal het leren.

Als je SVM langs de meetlat van de vierde klasse legt, hoe staat de club er dan voor? Kijk daarbij eens verder dan het eerste elftal: wat is er qua beleid, jeugdopleiding en faciliteiten al goed geregeld, en welke volgende stap zou de club het meest helpen?


Wat betreft de faciliteiten hebben we eigenlijk weinig te klagen. De materialen zijn goed geregeld: nieuwe ballen, hoedjes, hesjes en alles wat we nodig hebben. Ook bij het eerste is er een goede staf en weet iedereen wat zijn taken zijn. Ik zou dus niet zeggen dat daar het probleem ligt.

Ik vind het lastig om SVM op alle onderdelen met andere verenigingen te vergelijken, omdat ik vooral ervaring heb binnen SVM en niet bij andere clubs in verschillende selecties heb gespeeld. Vanuit mijn eigen ervaring is de organisatie rondom het eerste in ieder geval goed geregeld.

Bij de jeugd hebben we wel een uitdaging. SVM is een kleine dorpsclub, waardoor de vijver waaruit we kunnen vissen beperkt is. Hoe ouder spelers worden, hoe kleiner de jeugdgroepen vaak worden. Sommige jongeren vertrekken uit het dorp of gaan ergens anders studeren. Dat is niet iets wat je SVM zomaar kunt verwijten; het hoort ook bij de uitdagingen van een kleine vereniging.


Hoe verloopt de aansluiting van de jeugd bij de senioren? Waar liggen kansen om jonge spelers te laten doorstromen én voor SVM te behouden, juist op de leeftijd waarop werk, studie en andere interesses meer tijd gaan vragen?


Dat sluit eigenlijk aan bij wat ik net zei. Een nadeel van een dorpsclub is dat spelers die gaan studeren in een andere stad dan Utrecht al snel verder weg komen te wonen. Ik ben daar zelf ook een voorbeeld van. Toen ik in Rotterdam woonde, was het door de reistijd lastig om twee keer per week te trainen.

Daarnaast is de situatie bij de senioren veranderd, omdat het tweede elftal niet meer op dezelfde manier als selectieteam functioneert. Daardoor is de bezetting in de senioren wat krapper geworden.

Tegelijkertijd biedt dat ook kansen. We hebben jonge spelers hard nodig en er zijn zeker mogelijkheden om door te stromen. Voor een jeugdspeler die graag in het eerste wil voetballen, kan dat juist aantrekkelijk zijn. Je krijgt bij een kleinere club mogelijk eerder de kans om aan te sluiten en jezelf te laten zien.


Hoe lastig is het om jeugdspelers uit Maartensdijk aan SVM te binden, met clubs uit Utrecht en omgeving in de buurt? Wat heeft SVM hun te bieden en waarin zou de club zich nog sterker kunnen onderscheiden?


Ik denk dat SVM zich vooral onderscheidt door de gezelligheid. Nieuwe mensen zijn welkom en iedereen staat open voor spelers die zich bij de club willen aansluiten. Drink na de wedstrijd gezellig een biertje mee en je hoort er eigenlijk al bij. Niemand doet moeilijk, zolang je zelf natuurlijk ook niet moeilijk doet.

Het is gewoon een gezellige vereniging met een leuke kantine. Daarnaast zijn we relatief goedkoop, zeker als je ons vergelijkt met grotere verenigingen zoals Hercules. Onze kannetjes bier zijn in ieder geval een stuk beter betaalbaar.

Ik denk dat die combinatie van gezelligheid, een laagdrempelige sfeer en de mogelijkheid om lekker te voetballen SVM aantrekkelijk maakt. Je hoeft niet meteen bij een grote vereniging te spelen om plezier te hebben en jezelf sportief te ontwikkelen.


Met dertien ploegen in de poule hebben jullie dit weekend vrij. Hoe ervaar jij zo’n onderbreking? Komt die prettig uit om even iets anders te doen, of speel je liever iedere zaterdag?


Aan het begin van het seizoen, zodra het wedstrijdschema bekend is, zie je meteen welke weekenden je vrij bent. Ik probeer dan eigenlijk gelijk iets in te plannen. Zo waren we afgelopen weekend ook vrij en heb ik spontaan een weekendje Stockholm met mijn vriendin gepland. Aankomende zaterdag gaan we met een groepje van ons team naar Düsseldorf om daar de plaatselijke FC te bezoeken. Uiteraard horen daar ook het lokale bier en een bratwurst bij. Ik vind het dus helemaal geen probleem om af en toe een zaterdag vrij te zijn. Het is juist een mooie gelegenheid om met vrienden of mijn vriendin iets anders te ondernemen.


Waar vinden we Tim wanneer er geen training of wedstrijd op het programma staat? Waar maak je graag tijd voor en waarmee kun je je hoofd echt even leegmaken?


Ik vind het fantastisch om met vrienden op pad te gaan, bijvoorbeeld zoals aankomende zaterdag naar Düsseldorf. Daarnaast kijk ik zelf veel voetbal in Nederland. Ik zit iedere week in De Kuip en kijk ook graag met vrienden naar de Champions League. Verder probeer ik tijd vrij te maken voor weekendjes weg met vrienden of mijn vriendin. Gezelligheid en samen leuke dingen ondernemen zijn voor mij belangrijk, zowel binnen als buiten het voetbal.


Stel dat iemand jou vraagt: ‘Wat is SVM eigenlijk voor een club?’ Wat vertel je dan?


SVM is gewoon een klassieke dorpsclub. Er lopen vrijwilligers rond die al jarenlang bij de vereniging betrokken zijn en mensen die je eigenlijk al kent vanaf het moment dat je als driejarige bij de club begon. Het is echt ons-kent-ons: iedereen kent elkaar en nieuwe mensen worden gemakkelijk opgenomen in de groep. Gezelligheid staat centraal, met betaalbaar bier, een zangetje op zijn tijd en leuke feestjes. Als ik SVM in twee woorden moet omschrijven, dan is het een gezellige dorpsclub.

Als jij één jonge speler bij SVM een seizoen lang onder je hoede mocht nemen, wat zou je hem dan vooral willen meegeven? Welke les had je zelf op die leeftijd graag eerder geleerd?


Ik weet niet of ik zelf het schoolvoorbeeld ben, aangezien ik niet meteen bij de selectie terechtkwam. Wat ik een jonge speler vooral zou willen meegeven, is dat je plezier moet blijven houden in het voetbal. Kies vooral voor wat jij op dat moment leuk vindt en laat je niet te veel leiden door wat anderen van je verwachten.

Toen ik op een gegeven moment naar Rotterdam verhuisde, wilde ik nog steeds blijven voetballen. Dat was niet alleen omdat ik het spelletje leuk vond, maar ook omdat ik op die manier het contact met mijn vrienden bij SVM wilde behouden. Voetbal was en is voor mij een mooie manier om die vriendschappen te onderhouden. Uiteindelijk gaat het erom dat je plezier houdt in wat je doet en dat je de mensen om je heen niet uit het oog verliest.


Het laatste woord is voor jou. Wat zou je de trouwe supporters, vrijwilligers of andere mensen binnen de club graag eens willen zeggen?


Ik vind het iedere keer weer fantastisch om de trouwe supporters langs de zijlijn te zien staan. Zelfs als we een wanprestatie leveren, zijn er nog steeds mensen die in de auto stappen en veertig minuten naar Veenendaal rijden om ons op onze klote te zien krijgen. Dat waardeer ik enorm.

Blijf dat vooral doen! Ik hoop dat we jullie steun dit seizoen kunnen belonen met betere prestaties en mooie resultaten. Dus blijf vooral lekker komen, en laat het bier rijkelijk vloeien.


Foto's: Prive en SVM Maartensdijk.

Opmerkingen


bottom of page