top of page

Kwamé Ballo(Kockengen), speler aan het woord

2 uur geleden
9 minuten om te lezen

Afgelopen week deelden we het verdrietige nieuws over Kwamé Ballo: een afgescheurde kruisband maakt een einde aan zijn seizoen. Opnieuw een zware tegenvaller voor een geweldige voetballer die in zijn carrière al veel te veel blessureleed heeft moeten doorstaan. Juist nu hij met plezier en volle inzet zijn bijdrage leverde bij Kockengen, moet hij het spelletje waar hij zo van houdt weer missen.

Kort nadat het nieuws bekend werd, zochten we Kwamé op voor een persoonlijk gesprek. Over de klap, zijn liefde voor voetbal en de mooie herinneringen die niemand hem afneemt. Maar ook over de man achter de voetballer, die ondanks alle pech zijn glimlach probeert vast te houden.

Hoi Kwamé, je hebt inmiddels heel wat kleedkamers van binnen gezien en de nodige verhalen verzameld. Van mooie voetbaljaren tot een vervelende blessure bij Kockengen: genoeg om over bij te praten. Tijd om de voetballer én de man achter de voetbalschoenen beter te leren kennen!


Om te beginnen, stel jezelf eens voor?


Mijn naam is Kwamé Ballo, ik ben 33 jaar oud en geboren in Capelle aan den IJssel. Sinds kort woon ik weer bij mams thuis in Nieuwegein. Ik heb een prachtige vriendin die ik zo nu en dan een beetje irriteer, haha.


Waar stond jouw voetbalwieg en welke rol speelde jouw familie daarin? Neem ons eens mee naar je jeugdjaren: waar droomde je van en tegen welke spelers keek je op?


Ik ben al vroeg verliefd geworden op het voetbalspelletje. Op mijn vierde begon ik met trainen bij IJFC, toen nog bij de F’jes. Mijn broer Miquel Ballo speelde er ook en mijn moeder werkte als vrijwilliger in de commissiekamer. Op zaterdag waren we altijd bij de club te vinden.

Ik kreeg al snel de bijnaam ‘Tosti Boy’, want na de wedstrijd zag je me altijd met een tosti ham-kaas over het terrein lopen. Als je me in de jeugd had gevraagd waar ik wilde voetballen, was mijn antwoord altijd: in het eerste van IJFC.

Mijn broer maakte onder John Vink al op jonge leeftijd, op zijn zestiende of zeventiende, zijn debuut. Zijn allereerste wedstrijd vergeet ik nooit meer: bij zijn eerste balcontact een goal, bij zijn tweede een assist en bij zijn derde weer een goal. Na die wedstrijd was hij niet meer weg te denken uit het eerste.

Als kleine jongen keek ik naar wedstrijden van het eerste, met spelers als Dennis Groenendijk, Daniel Willekes, Elvin Hardeveld, Dusty Louwaars en Bob de Vries. Het zijn er te veel om op te noemen, maar ik keek met plezier naar deze heren.


Weet je jouw debuut in het eerste elftal nog? Welke trainer gaf je het vertrouwen en tegen wie speelde je? En vooral: voelde je je er klaar voor of deden de zenuwen tijdens de warming-up al het meeste loopwerk?


Mijn debuut in het eerste was onder Perry Gesser. We speelden thuis tegen CJVV. Na 45 minuten stond het nog 0-0. Dan zit je als jonge jongen op de bank te hopen dat de stand zo blijft, zodat jij de winnende kunt maken of een assist kunt geven. Kortom, ik wilde belangrijk zijn. Ik denk dat velen dat gevoel wel kennen.

Ik mocht warmlopen en viel in de 75e minuut in. Vol spanning en zenuwen stond ik eindelijk op het veld bij de grote jongens. Ik maakte een goede actie, wat me meteen wat vertrouwen gaf. Je eerste balcontact is erg belangrijk, want dat bepaalt hoe je aan de wedstrijd begint.

Uiteindelijk maakte ik een actie en gaf ik de bal voor richting de tweede paal. Davy Boon schoot hem binnen, waardoor we met 1-0 wonnen. Dat was voor mij een dag om nooit te vergeten. Helaas raakte ik daarna geblesseerd en moest ik aan mijn rechterknie worden geopereerd. Dat betekende het einde van mijn seizoen.

Na Benschop kwam je bij FC Hilversum terecht, waar je met de nodige bekende namen uit het regionale voetbal speelde. Waarom koos je voor die club en wat heb je van die periode meegenomen? Een mooie herinnering aan de spelersgroep mag natuurlijk niet ontbreken, misschien eentje met Jerraynel, zolang jullie daarna nog samen door één deur kunnen.


Na mijn vervelende seizoen bij VV Benschop, met veel blessureleed, besloot ik naar FC Hilversum te gaan. De reden was dat we daar op gras trainden en ook onze thuiswedstrijden op gras speelden. Na zoveel jaren voetballen met blessures wilde ik kijken of het aan het kunstgras lag. Bij FC Hilversum kreeg ik die kans.

Ik speelde er met geweldige spelers, van wie ik in één jaar veel heb geleerd: Tony Bonsink, Tonnie Cussel, Jerraynel van der Pol, Giordano van der Pol, Rosco Cyrus en Samet Sukus.

Ik leerde al snel dat je geen bal meer kreeg als je een bal ingespeeld kreeg en er weinig goeds mee deed, haha. De druk om te presteren was dus hoog en dat was in die tijd goed voor mij. Ik heb ook nog nooit zoveel gele kaarten zien vallen in één seizoen. Jerraynel wist daar wel raad mee, haha.

Je maakte samen met Djao de overstap van PVC naar Kockengen. Wat speelde er destijds en waarom besloten jullie verder te kijken?


In het seizoen bij PVC speelden we op zondag. Het was voor een club uit de regio Utrecht gewoon niet leuk meer om in die competitie te spelen. Omdat er binnen de club nog geen duidelijkheid was over een overstap naar de zaterdag, besloten Djao en ik zelf verder te kijken. Uiteindelijk is PVC op het laatste moment toch overgestapt, maar toen hadden we Kockengen al ons jawoord gegeven.


Je draait inmiddels ruim een seizoen mee bij Kockengen. Wat voor club heb je aangetroffen en hoe voel jij je daar op je plek?


Van buitenaf zien veel mensen Kockengen misschien als een kleine boerenclub. Maar juist bij de kleinere clubs is het vaak wat gezelliger en is de onderlinge band wat sterker. Je weet dat je iedereen die er onderdeel van uitmaakt keihard nodig hebt. Dat zorgt voor mooie momenten en hechte banden.

Kockengen is niet zomaar een voetbalclub, het is een familieclub van het dorp. Vanuit de club worden ook veel activiteiten en sportactiviteiten georganiseerd. In het begin vraag je je altijd af hoe je binnen een club zult passen, maar ik ben heel blij met hoe dat hier is gegaan.

Na een hoopgevende competitiestart ging het tegen Faja Lobi KDS voor jou mis. Wat gebeurde er precies, wat is inmiddels bekend over de blessure en hoe ziet het vooruitzicht op herstel eruit?


We speelden tegen Faja Lobi KDS en na tien minuten was het voor mij al raak. Ik wilde druk zetten op mijn tegenstander, maar bij het draaien bleef ik met mijn nop haken in het kunstgras en verdraaide ik mijn linkerknie. Ik voelde iets knappen en schreeuwde het uit van de pijn. Gezien mijn verleden wist ik meteen dat het foute boel was.

Afgelopen week heb ik te horen gekregen dat mijn voorste kruisband inderdaad is afgescheurd. Maar gek genoeg heb ik nog steeds veel energie en sta ik er positief in. De volgende stap is een operatie en daarna herstellen. Daar ben ik nog negen maanden tot een jaar zoet mee.


Zo’n blessure raakt je ook buiten het veld. Hoe heb je de eerste dagen ervaren en kijk je nu anders naar zo’n tegenslag dan toen je jonger was?


De pijn was de eerste dagen erg vervelend. Ik ben zelf geen voorstander van slapen met pijnstillers, want ik wil zo snel mogelijk aan de pijn wennen, zodat ik ermee leer omgaan.

Maar dat terzijde: ik ben natuurlijk geen achttien meer. Je kijkt er nu anders naar, omdat ook andere prioriteiten in je leven eronder lijden.

Een jaar of vijf geleden noemde je jezelf ‘een man van glas’ en vertelde je dat je daarom veel naar de sportschool ging. Is krachttraining sindsdien een vast onderdeel van jouw voetballeven gebleven en waarop richt je je om lichamelijk sterker en minder kwetsbaar te worden?


Ik sport nog steeds actief, juist om fit te blijven voor het voetbal. Ik heb een ontzettend lange geschiedenis met hamstringblessures en richt me daarom vooral op mijn hamstrings. Dat ging ongeveer anderhalf jaar goed, totdat ik mijn knie blesseerde.


Als je nu moet antwoorden: wil je na je herstel weer terugkeren als voetballer? Of is dat een beslissing waarvoor je jezelf de komende tijd de ruimte wilt geven?


Als je mij die vraag nu stelt, is het antwoord nee. Maar ik ken mezelf. Het is een haat-liefdeverhouding die je met het spel hebt. Hoe laat je iets los waar je al vanaf je vierde van houdt? Iets waar je bijna dagelijks mee bezig bent, jaar in, jaar uit? Dat is lastig.

Voetbal is onderdeel van mijn leven, dus dit is een bittere pil. Ik voel aan alles dat de tank nog niet leeg is, zelfs na deze blessure. Maar ik moet ook realistisch zijn.

Daarom ga ik tijdens mijn herstel bekijken hoe ik erin sta. Ook ga ik ervoor zorgen dat ik wat credits bij mijn vriendin heb opgebouwd, zodat we thuis een goed vervolggesprek kunnen hebben over mijn toekomst als voetballer, haha.


Los van deze blessure: zie je nog een terugkeer naar PVC voor je, of is Kockengen jouw laatste club? Je hebt ooit gezegd bij PVC te willen stoppen; staat die deur nog op een kier?


Nee, Kockengen is het eindstation. Dat was PVC voor mij eigenlijk al, maar het zondagvoetbal was echt een ding.


Je bent bij Kockengen ook actief als jeugdtrainer. Welke teams train je en wat geeft jou daarin de meeste voldoening? Hoe bevalt het om nu zelf aan de andere kant van de oefening te staan?


Ik ben trainer van de JO16 en JO14. Samen met Siggi verzorg ik de trainingen. Het is leuk om te zien hoe die jongens zich ontwikkelen. Dit zijn natuurlijk jongens die de potentie hebben om in het eerste te spelen.

Ik ben dit jaar pas begonnen, dus het is nog vrij nieuw. Ook ik leer bij elke training en wedstrijd weer iets. Hier wil ik voorlopig nog mee doorgaan.

Je hebt met heel wat spelers op het veld gestaan. Welke vijf oud-ploeggenoten zou je direct bellen voor een gezelligheidsteam, vanwege hun kwaliteiten, jullie onderlinge band of allebei? Een mooie anekdote mag er natuurlijk bij.


Carinho, met wie ik bij DESTO heb gespeeld. Hij is geen ploeggenoot meer, maar wel een vriend en een goede voetballer.

Miquel Ballo, mijn broer. Dat ik samen met hem op het veld heb kunnen staan, was voor mij erg bijzonder. Een grappig verhaal: we hebben een keer in de nacompetitie tegenover elkaar gestaan. Door veel blessureleed was hij nog speelgerechtigd voor De Meern 2 en ik speelde bij VVIJ 2.

We zaten bij de kapper en hij zei: ‘Ik ga drie keer scoren. Als ik niet drie keer scoor, neem ik jullie mee uit eten. Maar als het wel lukt, betalen jullie voor mij.’

We stonden met 2-1 achter, waarbij Miquel uiteraard had gescoord. Hij legde de bal neer voor een vrije trap. Ik vroeg nog aan mijn keeper: ‘Moeten we springen of wil je dat we blijven staan?’ We moesten in de muur blijven staan. En ja hoor: de bal vloog precies over mijn hoofd de kruising in. Dat was zijn derde goal en dus moest mijn portemonnee open.

Djao Hazeleger, met wie ik al een aantal jaar voetbal en ook buiten het veld een heel goede band heb.

Tony Bonsink. Ik heb niemand de ballen zo simpel zien wegleggen. Met zo’n speler krijg je ineens rust en hij laat ook andere spelers beter spelen.

En ik kan Jerraynel van der Pol niet vergeten. Wat een fenomeen was dat, binnen en buiten het veld! Er zijn bepaalde spelers naar wie je op het veld meteen luistert als ze iets zeggen. Hun ervaring zie je direct.

Jerraynel liet het spelletje heel makkelijk lijken. Als ik rechtsbuiten stond, vertelde hij van tevoren hoe hij ging lopen. Het enige wat ik moest doen, was de bal bij de tweede paal leggen. Hij deed de rest.


In welke periode van jouw seniorencarrière heb je het meeste plezier gehad? Laat de ranglijst en de prijzenkast even buiten beschouwing: bij welke spelersgroep werd zóveel gelachen dat je voor de kleedkamer alleen al naar de training kwam?


Dan moet ik toch DESTO zeggen. Het was zo’n leuke groep. Raymond Graanoogst zei me van tevoren al dat je echt bij de groep moest passen en er niet zomaar bij kwam.

Na de trainingen zetten we zelfs muziek op in de kleedkamer en bleven we langer hangen om te rappen of te dansen. De sfeer buiten het voetbal was ongekend gezellig. Erg bijzonder!

Hoe ziet jouw leven eruit wanneer de voetbaltas dichtblijft? Waar haal je buiten het voetbal plezier uit en waarmee ben je in het dagelijks leven druk?


Ik breng veel tijd door met mijn vriendin, familie en vrienden. Dat is voor mij de manier om mentaal weer op te laden. Veel vrienden van mij hebben kinderen en ik ben de gekke oom, haha. Daar haal ik veel voldoening uit.

Verder werk ik als installatiemonteur bij Utrecht Dental en ben ik mijn eigen bedrijf gestart: een online platform voor dj’s. Kortom, een week mag van mij best acht dagen hebben in plaats van zeven, haha.


Welke plek neemt voetbal tegenwoordig in jouw leven in? Is de balans met werk en familie in de loop der jaren veranderd?


Voetbal staat nu op de derde plaats, achter werk en familie. Het is een belangrijk onderdeel van mijn leven, maar in deze tijd moet je nu eenmaal keuzes maken.


Welke droom buiten het voetbal zou je nog graag willen waarmaken? Wat is voor jou het mooiste om naar uit te kijken?


Er is eigenlijk maar één droom en dat is mijn eigen gezin. Alles wat ik nu doe, is er uiteindelijk op gericht om vader te worden en dat mooie avontuur met mijn partner te beginnen.

O ja, voordat ik het vergeet: het schijnt dat jij ook gewoon meehelpt met het verbouwen van de kantine. Moest je ergens wat energie kwijt, of hoort de handen uit de mouwen steken er bij Kockengen gewoon bij?


Zoals ik al zei: als je bij een club als Kockengen speelt, kun je van heel veel faciliteiten gebruikmaken. Juist daarom is het belangrijk dat we allemaal ons steentje bijdragen. Vele handen maken licht werk.


Tot slot: stel dat je de achttienjarige Kwamé onder je hoede krijgt. Welk advies zou je hem met al jouw ervaring willen meegeven?


Blijf altijd jezelf. De lach op je gezicht maakt andere mensen vrolijk. Laat niemand die lach van je afpakken.


Foto's Kockengen: Nico van Stroe.

Opmerkingen


bottom of page