top of page

Serkan Yasar(Montfoort SV'19), speler aan het woord.

1 okt
4 minuten om te lezen

Het liefst zou Serkan Yasar zijn voetbalschoenen aantrekken en zijn ploeg helpen, maar voorlopig moet hij vanaf de zijlijn toekijken. Een vervelende knieblessure houdt hem nog aan de kant, juist nu zijn team na een moeizame seizoenstart een steuntje in de rug kan gebruiken.

Van paniek is na twee wedstrijden geen sprake. Een overwinning kan het vertrouwen een zetje geven, al zou Serkan daar maar wat graag zelf op het veld aan bijdragen. Voor nu werkt hij hard aan zijn herstel en leeft hij volop met zijn ploeggenoten mee.

Deze week spraken we hem over zijn blessure, het gemis van het spelletje en zijn vertrouwen in de ploeg. Een open gesprek met Serkan Yasar, die uitkijkt naar het moment waarop hij weer kan doen wat hij zo graag doet: voetballen en belangrijk zijn voor zijn team.

Hoi Serkan, eerst jouw blessure: wanneer en hoe is die ontstaan? Wat is er precies aan de hand en wanneer verwacht je weer te kunnen spelen?


“In de halve finale van de nacompetitie afgelopen seizoen kreeg ik een flinke trap terwijl mijn voet vaststond, waardoor mijn linkerknie verdraaide. Ik hoorde een knak en mijn knie werd snel dik. Ik heb er alles aan gedaan om de finale nog te kunnen spelen, maar dat bleek helaas niet mogelijk. Dat we die finale vervolgens verloren, was natuurlijk een teleurstelling.

Dankzij de goede begeleiding van de clubfysio kwam ik snel bij een goede orthopeed terecht. Uit de MRI bleek dat mijn buitenmeniscus gescheurd was. Omdat er acht jaar geleden al een stukje van die meniscus was verwijderd, hebben we ervoor gekozen om hem deze keer te hechten en zoveel mogelijk te behouden.

Daar hoort helaas een langer herstel bij. Ik heb zes weken op krukken gelopen en werk nu drie tot vijf keer per week bij de fysio aan mijn terugkeer. Ik mis het spelletje enorm. Het doel is om na de winterstop weer volledig fit te zijn. Als ik daarvoor al wat invalminuten kan maken, zou dat mooi zijn, maar mijn herstel bepaalt wanneer dat verantwoord is.”


Twee wedstrijden, twee nederlagen: wat is volgens jou de belangrijkste verklaring voor deze start? Waren De Merino’s en De Meern duidelijk sterker, of hebben jullie jezelf tekortgedaan? Zie jij beide tegenstanders als serieuze kampioenskandidaten?


“Het waren twee verschillende wedstrijden. Tegen De Meern begonnen we niet scherp genoeg en kwamen we snel op achterstand. Zij scoorden op de juiste momenten. De Meern heeft bovendien een goede ploeg, met meer ervaring dan vorig seizoen.

Tegen De Merino’s had ik juist het gevoel dat we een groot deel van de wedstrijd de overhand hadden. In de laatste fase maakten we alleen fouten, waardoor we de controle kwijtraakten. Een ervaren ploeg als De Merino’s profiteert daarvan. Voor ons zit daar een belangrijk verbeterpunt: we moeten volwassener omgaan met zulke momenten en zorgen dat we een goede wedstrijd ook omzetten in punten.”


Als je door de uitslagen heen kijkt, hoe beoordeel je dan het spel van jullie ploeg? Waar moet het vooral beter en in hoeverre speelt de afwezigheid van andere spelers naast jou daarin een rol? Vind je dat er met deze selectie voldoende scorend vermogen aanwezig is, of ligt daar ook een punt van zorg?


“Je ziet nog steeds terug wat we vorig seizoen hebben opgebouwd. Er zit genoeg voetbal in deze ploeg, maar we moeten constanter worden. Scherper beginnen, beter omgaan met de beslissende momenten en minder onnodige fouten maken. We mogen daarin ook meer van elkaar eisen.

Tegelijkertijd hebben we behoorlijk veel blessureleed. Naast mijn meniscusblessure zijn er twee jongens met een gescheurde kruisband en hebben we ook spelers met spierscheuringen gehad. Dat zijn flinke blessures, waardoor je meerdere spelers langere tijd mist. Dat heeft invloed op de ploeg en maakt het lastiger om met een vaste samenstelling te spelen. Het is alleen geen excuus: met de jongens die er staan, moeten we zorgen dat we ons spel verbeteren en punten gaan pakken.

Wat het scorend vermogen betreft, heb ik vertrouwen in deze selectie. Tegen De Merino’s hebben we bijvoorbeeld genoeg kansen gecreëerd. Dat is positief, alleen moeten we die natuurlijk wel afmaken.

We zijn aanvallend nog een beetje op zoek naar onze draai en de juiste afstemming. Een paar goals kunnen helpen om dat vertrouwen te krijgen. De kwaliteit is aanwezig, maar we moeten scherp blijven en eraan werken om die kansen ook daadwerkelijk te benutten.”


Vorig seizoen speelden jullie om promotie naar de eerste klasse. Is minimaal een periodetitel ook dit seizoen de doelstelling, ondanks de mindere start? Of hebben jullie vanwege de zware poule vooraf andere ambities uitgesproken?


“We willen zeker weer ergens om meedoen. Vorig seizoen hebben we laten zien wat er mogelijk is, dus die ambitie is er nog steeds. Ik verwacht ook een poule waarin veel ploegen van elkaar kunnen winnen. Dan kan het een spannend seizoen worden.

Maar na deze start moeten we eerst naar onszelf kijken. We moeten ons spel verbeteren en punten gaan pakken voordat we grote uitspraken doen over een periodetitel. De ambitie blijft, alleen moeten we die nu op het veld waarmaken.”


Wat wil je persoonlijk nog uit dit seizoen halen zodra je weer fit bent? Op welke manier wil jij de ploeg helpen om de weg omhoog te vinden?


“Ik wil verdergaan waar ik gebleven was: goals maken, assists geven en belangrijk zijn voor het team. Vorig seizoen zat ik vooral in de tweede periode goed in mijn ritme en kon ik met mijn goals en assists veel bijdragen. Dat gevoel wil ik weer terugvinden en daarop wil ik voortbouwen.

Tijdens mijn herstel heb ik veel steun gekregen van mensen binnen de club, supporters en mijn teamgenoten. Dat waardeer ik enorm en het geeft me extra motivatie om terug te komen. We hebben een hechte groep. Nu moeten we samen de volgende stap zetten, meer van elkaar eisen en de onnodige fouten uit ons spel halen. Zodra ik weer op het veld sta, wil ik daar mijn bijdrage aan leveren.”

Opmerkingen


bottom of page