top of page

Rik Langhout(Victoria), jubilaris voetballer aan het woord

11 minuten geleden
5 minuten om te lezen

Rik Langhout, 250 wedstrijden in Victoria 1: ‘Een prachtig aantal'.

250 wedstrijden in het eerste elftal van je club: daar zit een heel voetbalverhaal achter. Van die eerste zenuwachtige minuten tot wedstrijden waarin alles lukte. Van samen feestvieren in de kantine tot een baalavond waarop je het liefst meteen naar huis ging. Het zijn jaren vol inzet, vriendschappen, overwinningen en teleurstellingen. Herinneringen die blijven, ook als de precieze uitslagen langzaam vervagen.

Voor Rik Langhout is die bijzondere mijlpaal inmiddels een feit. Afgelopen week werd hij gehuldigd voor zijn 250e wedstrijd in Victoria 1 en morgen staat nummer 251 alweer op het programma. Een prachtig moment om even stil te staan bij een speler die zijn club al zoveel jaren trouw is. Een gewaardeerde kracht op het veld en een prettig mens daarbuiten, die ook voor ons altijd bereid is tijd vrij te maken voor een gesprek.

Maar waar begin je bij 250 wedstrijden? We leggen Rik een elftal vragen voor en bladeren samen met hem door zijn voetbalherinneringen. Van zijn debuut tot de momenten waarop de spanning bijna niet te houden was. En natuurlijk kijken we ook vooruit, want dit verhaal is nog lang niet uit.

1. Rik, laten we beginnen bij de jonge voetballer die voor het eerst mocht meedoen met Victoria 1. Weet je nog wanneer je debuteerde, tegen wie jullie speelden?


“Zeker weet ik dat nog! Volgens mij was ik eerstejaars A-junior en speelden we nog in de derde klasse op zondag. We speelden thuis tegen Olympia en wonnen volgens mij met 3-1. Dat moet ongeveer in het seizoen 2015/2016 zijn geweest.”


2. Je hebt de supporters heel wat keren laten juichen. Maar welk doelpunt zie jij zelf nog helemaal voor je als je je ogen dichtdoet? Neem ons eens mee naar dat moment. En vooruit: als je écht niet kunt kiezen, mag je er drie noemen!


“Haha, laten we het bij eentje houden. Ik kan me nog een penalty tegen Nunspeet herinneren die ik in eerste instantie miste. Omdat de keeper te ver voor zijn lijn stond, mocht ik hem opnieuw nemen.

Het was de 93e minuut, we stonden met 2-1 achter in de halve finale van de nacompetitie en als ik weer zou missen, was ons seizoen voorbij. Het moment en de spanning die daarbij kwamen kijken, maken dat deze als eerste bij me opkomt.”


3. Stel dat we een fotoalbum maken van jouw 250 wedstrijden. Welke drie herinneringen krijgen daarin een ereplekje? Dat mogen grote successen zijn, maar net zo goed een kleedkamermoment of een feestavond waar jullie het nóg over hebben.


“Als ik ze op volgorde moet zetten:

  1. Het kampioenschap in de eerste klasse in het seizoen 2024/2025.

  2. De promotie van de tweede naar de eerste klasse in het seizoen 2016/2017, via de finale van de nacompetitie tegen Almere.

  3. De promotie van de tweede naar de eerste klasse in het seizoen 2022/2023, na een nacompetitiereeks van vier knock-outrondes.”


4. Je mag nog één keer terug naar een wedstrijddag die je het liefst helemaal opnieuw zou beleven. Van de spanning vooraf tot het laatste drankje na afloop. Welke dag kies je en wat maakte die voor jou zo bijzonder?


“Dan kies ik de kampioenswedstrijd tegen SVL, die we met 2-1 wonnen. Alles klopte die dag, behalve het weer en ons veldspel. Maar dankzij alles wat er georganiseerd was, werd het voor ons en de hele club een onvergetelijke dag.

Het is mooi om te zien hoe de club is gegroeid. Vergeleken met eerdere promoties is de belangstelling voor het eerste elftal enorm toegenomen, zowel binnen als buiten de club.”


5. Helaas hebben we geen tijdmachine, maar voor deze vraag doen we even alsof. Welke wedstrijd zou je graag opnieuw spelen om het deze keer anders aan te pakken? Of welke middag valt voor jou in de categorie: was ik maar lekker thuisgebleven?


“We hebben gelukkig behoorlijk vaak gepiekt in de beslissende wedstrijden die we moesten spelen, dus er schiet me niet meteen een wedstrijd te binnen.

Wel hebben we een keer uit bij VV Maarssen met 5-0 verloren, op een regenachtige novembermiddag. De hele selectie was tien coronakilo’s aangekomen. Toen vroegen we ons wel even af of we niet gewoon moesten stoppen met voetballen.”


6. Wie graag voetbalt, weet hoe vervelend het is om noodgedwongen langs de lijn te staan. Heeft een blessure jou ooit langere tijd aan de kant gehouden? Wat was er aan de hand en weet je nog hoeveel wedstrijden je daardoor moest missen?


“Eigenlijk heb ik enorm veel geluk gehad. Ik ben nooit langer dan een maand uit de roulatie geweest. Dat is denk ik een combinatie van mazzel met mijn lichaam en een paar keer door de pijn heen voetballen.

Het langst stond ik aan de kant door een scheurtje in mijn hamstring. Daardoor miste ik in de laatste fase van het seizoen 2022/2023 vier wedstrijden.”


7. In al die jaren deel je niet alleen het veld, maar ook een flink stuk van je leven met ploeggenoten. Welke drie spelers die inmiddels zijn gestopt of vertrokken, had je graag nog wat langer naast je gehad? En wat maakte het zo fijn om juist met hen samen te spelen?


“Ik heb er zeker drie, in willekeurige volgorde en om verschillende redenen:

  1. Daniel van Veen: hij blijft toch je maatje. Hij is helaas afgelopen seizoen gestopt. Met hem ben ik begonnen bij de senioren van Victoria.

  2. Kasper Leenen: het was altijd genieten van zijn fanatisme en cynisme.

  3. Benjamin Wade: als middenvelder is er niets zo lekker als met zo’n buitenspeler spelen.”


8. Ook trainers laten hun sporen achter in een voetbalcarrière. Soms door hun vertrouwen, soms door een goed gesprek of een les die pas later echt op zijn plek valt. Welke trainer of trainers hebben jou verder geholpen en wat heb je van hen meegenomen?


“We hebben bij Victoria relatief weinig trainers gehad. Met Stijn van ’t Hooft en Krijn Prinsen hebben we, op één seizoen na, alleen maar successen meegemaakt. De klik met hen was erg goed en ze gaven me veel vrijheid op het veld.

Onder Aron van der Weert heb ik geleerd om veel meer verdedigende meters te maken. Dat was iets wat ik voorheen amper deed.”


9. Zet de debutant van toen eens naast de speler die je nu bent. Waar moet je om glimlachen als je aan die jonge versie van jezelf denkt?


“Tegenwoordig hebben we trackers die meten hoeveel kilometers je per wedstrijd maakt. Ik ben blij dat die gegevens er aan het begin van mijn seniorentijd nog niet waren, want anders was ik flink door de mand gevallen.”


10. Neem ons eens mee naar jouw wedstrijddag. Wat móét er gebeuren voordat je het veld op gaat? Heb je een vaste maaltijd, een vertrouwde plek in de kleedkamer of gewoontes waar je liever niet van afwijkt?


“Gek genoeg worden de rituelen juist steeds uitgebreider. Waar we vroeger op vrijdag nog weleens op pad gingen, zit er nu meer structuur in, met dezelfde lunch op vaste tijden. We worden een jaartje ouder, denk ik.

Tegenwoordig eet ik netjes op de minuut nauwkeurig mijn brood en drink ik mijn isotone drankje.”

11. En dan sta je daar ineens: 250 wedstrijden voor jouw club. Een moment om trots op te zijn, maar ook om om je heen te kijken. Wie zou je bij deze mijlpaal graag in het zonnetje zetten? En als je vooruitkijkt: welk hoofdstuk hoop je nog aan dit verhaal toe te voegen en welke persoonlijke uitdaging ligt er nog?


“Natuurlijk is het mooi om zelf zoveel wedstrijden te hebben gespeeld, maar daarbij mogen Jim van der Scheer en Dimitri Krommenhoek zeker niet ontbreken. Samen zijn zij goed voor zo’n vierhonderd competitiewedstrijden. Ze zijn al acht à negen jaar vaste, onmisbare waarden binnen de selectie.

Misschien worden ze wat minder vaak genoemd omdat ze verdedigers zijn, maar ze zijn minstens zo belangrijk.

Mijn persoonlijke uitdaging voor dit jaar is om de honderd doelpunten te bereiken. Ik moet er nog vijf, dus dat moet haalbaar zijn!”

Opmerkingen


bottom of page