top of page

Job van Wijk(Nederhorst), speler aan het woord.

2 minuten geleden
6 minuten om te lezen

Van blessureleed naar de comeback: Job van Wijk is nog lang niet klaar bij Nederhorst!

Al sinds zijn zesde draagt Job van Wijk het shirt van VV Nederhorst. De inmiddels 27-jarige Bergse heeft in al die jaren mooie momenten beleefd, maar kreeg ook te maken met de nodige tegenslagen. Een langdurige schouderblessure hield hem lange tijd aan de kant en toen hij weer op de weg terug was, gooide ook zijn hamstring roet in het eten. Maar opgeven? Dat zit niet in zijn karakter. Met een nieuwe trainer, frisse energie en de vertrouwde ambities kijkt Job vooruit. Tijd voor een gesprek over blessureleed, teamgenoten, de derde helft en natuurlijk zijn honger naar voetbal!

Stel jezelf eens voor.


“Mijn naam is Job van Wijk, ik ben 27 jaar oud en geboren in Nederhorst den Berg. Ik woon hier nog steeds en voetbal al vanaf mijn zesde bij VV Nederhorst.”


Als jouw carrière bij Nederhorst een Netflix-serie was, welke titel zou je die geven? En zitten we inmiddels in het seizoen van de comeback?


“Dan zou ik kiezen voor de serie die ik zelf ook heb gekeken: Sunderland 'Til I Die. Die gaat over de moeilijke tijden van Sunderland, met verschillende degradaties, en de manier waarop de club uiteindelijk weer sterker terugkomt.”


Iedereen kent je als voetballer, maar wat voor type ben je buiten het veld? En klopt dat beeld met hoe je teamgenoten over je denken?


“Dat denk ik wel. Ik zou mezelf omschrijven als een gezelligheidsmens. Na de wedstrijd vind ik het heerlijk om met zo veel mogelijk teamgenoten, supporters, familie, mijn vriendin en vrienden gezellig na te praten en er vooral een zo lang mogelijke derde helft van te maken.”


Je hebt als voetballer mooie en minder mooie momenten meegemaakt. Welk moment zou je zonder twijfel nog een keer willen beleven, en welk moment liever nooit meer?


“Uiteraard de wedstrijden tegen onze grootste rivaal, SV Graveland! Maar als ik één moment moet kiezen, dan is het toch de finale van de degradatie-/promotiewedstrijden tussen de vierde en vijfde klasse.

Wij speelden op het complex van SV Eemnes de finale tegen SV Austerlitz, met handhaving in de vierde klasse als inzet. Het was die dag bloedheet en krankzinnig spannend. We kwamen twee keer op voorsprong, maar gaven die voorsprong ook twee keer weer weg. Uiteindelijk moesten penalty's de beslissing brengen. Die wonnen we, waardoor we ons handhaafden in de vierde klasse.

Het feest in de bus terug, met zo veel mensen en drank, was onvergetelijk!

Een moment dat ik liever nooit meer zou meemaken, is het uitbreken van het coronavirus en het stilvallen van het seizoen. Wedstrijden werden afgelast en niemand wist hoelang dat zou gaan duren.”

Je schouder heeft je een tijd flink dwarsgezeten. Op welk moment was je het meest klaar met alles wat met revalideren te maken had?


“Vooral op het moment dat je denkt dat je niet meer geblesseerd bent, maar je toch rustig aan moet blijven doen met sporten. Oefeningen met lichte gewichten in de sportschool en voorzichtig hardlopen waren nieuw voor mij. Ik vond het echt verschrikkelijk om me op dat moment zo te moeten inhouden.”


Terwijl je teamgenoten op zaterdag het veld op gingen, moest jij toekijken. Was je dan vooral supporter, amateuranalist of iemand die vanaf de kant precies wist hoe het beter moest?


“Nee, ik was toen voornamelijk supporter. Natuurlijk riep ik weleens iets vanaf de zijlijn om de jongens te helpen of aan te moedigen, maar ik was niet iemand die deed alsof hij alles beter wist of voortdurend liep te klagen over wat er niet goed ging.”

Wat was tijdens je herstel het moeilijkste om te accepteren: dat je lichaam niet meewerkte, dat je geduld moest hebben of dat je de gezelligheid in de kleedkamer miste?


“Eigenlijk alle drie. Gelukkig heb ik hiervoor nooit echt een langdurige blessure gehad, dus het was allemaal nieuw voor me. Vooral in het begin had ik het er erg moeilijk mee.

Iedereen ging gewoon door, terwijl ik het gevoel had dat ik achterbleef omdat mijn revalidatie zo lang duurde.”


Hoe staat het er nu écht voor? Als je jezelf een rapportcijfer moet geven voor je fitheid, welk cijfer geef je jezelf en wat moet er nog gebeuren om een tien te halen?


“Ik denk een 7,5. Na mijn schouderblessure heb ik de laatste paar wedstrijden van het seizoen nog kunnen meepikken. In de zomer heb ik redelijk doorgetraind, onder andere voor de triatlon en om fit aan het nieuwe seizoen te beginnen.

Maar als je dan in de tweede bekerwedstrijd ineens last krijgt van je hamstring en een tijd niet kunt voetballen, gaat je fitheid natuurlijk snel achteruit.

Inmiddels heb ik afgelopen zaterdag voor het eerst dit seizoen 45 minuten gespeeld en had ik het gevoel dat ik nog wel even door kon. Om die tien te halen, moet ik de komende weken gewoon weer voluit trainen en veel speelminuten maken.”


Heeft het blessureleed je honger naar voetbal groter gemaakt? Of heb je inmiddels ook ontdekt dat een vrije zaterdag best lekker kan zijn?


“Natuurlijk is een vrije zaterdag af en toe best lekker, maar geblesseerd zijn is toch echt het verschrikkelijkste wat er is als je van sporten houdt.”

Een nieuwe trainer betekent vaak nieuwe ideeën en nieuwe kansen. Wat heeft hij tot nu toe bij Nederhorst veranderd waarvan je denkt: dit kan ons echt verder helpen?


“De intensiteit van de trainingen en de terugkeer naar de oude, vertrouwde 1-4-3-3-speelstijl. Dat is een systeem waarin we ons allemaal het prettigst voelen.”


Als je de speelstijl van de nieuwe trainer in drie woorden moet omschrijven, welke kies je dan? En zou hij zichzelf daarin herkennen?


“Aanvallend, lef en intensiteit.

Ik denk dat onze trainer zich daar wel in kan herkennen. We willen dit seizoen veel aanvallender spelen. Dat lukt natuurlijk niet altijd, maar we proberen het wel. Dat vraagt ook lef om op bepaalde momenten druk te zetten en over het hele veld één-op-één te komen staan.

De intensiteit waarmee we daarop trainen, moet ervoor zorgen dat we dit tijdens wedstrijden ook zo lang mogelijk kunnen volhouden.”


Heeft de nieuwe trainer je al eens iets gevraagd waarvan je dacht: dat heb ik in mijn hele voetbalcarrière nog nooit gehoord?


“Eigenlijk niet. Ik ben zelf twee weken van de voorbereiding op vakantie geweest en raakte daarna vrij snel geblesseerd aan mijn hamstring. Daardoor heb ik helaas nog niet zo veel trainingen en wedstrijdbesprekingen meegemaakt.”


Wat denk je dat de nieuwe trainer het eerst aan jou zal merken zodra je weer helemaal fit bent: je voetballende kwaliteiten, je fanatisme of je aanwezigheid in de kleedkamer?


“Ik denk alle drie de punten! Ik speel al een hele tijd in het eerste en heb daardoor al veel meegemaakt. Die ervaring probeer ik ook over te brengen op de nieuwe en jonge jongens, zodat ik hen kan helpen zich verder te ontwikkelen.”


Als Nederhorst een realityprogramma zou krijgen, wie wordt dan de hoofdpersoon, wie zorgt voor de conflicten en wie ligt er na drie afleveringen uit?


“De hoofdpersoon kan er natuurlijk maar één zijn: Jeffrey Terlien. Sam Boersma is, denk ik, degene die er het snelst uit zal liggen.”

Welke teamgenoot heeft de grootste mond tijdens de training, maar is opvallend stil zodra de trainer om vrijwilligers vraagt?


“De eerste die bij me opkomt, is Justin Wessels!”


Wie in de selectie zou jij je laatste vijf euro toevertrouwen, en aan wie absoluut niet? En waarom?


“Ik zou mijn laatste vijf euro aan Luuk van Huisstede toevertrouwen, want die zou er wel iets goeds mee doen.

Aan Dani van de Broek zou ik het geld absoluut niet geven. Voordat je met je ogen kunt knipperen, heeft hij alweer een blikje Stëlz gehaald en opgedronken!”


Stel: je bent volledig fit, de wedstrijd is in de slotfase en Nederhorst heeft één doelpunt nodig. Wil je zelf de held zijn met een knal in de kruising, of geef je liever de assist en laat je een ander ermee vandoor gaan?


“Nee, ik scoor dan toch liever zelf dan dat ik een assist geef. Ik zou dus absoluut zelf de bal met een knal in de kruising jagen!”

Wat moeten tegenstanders dit seizoen weer over Nederhorst gaan zeggen? En wat hoop je dat ze specifiek over jou zeggen als ze na afloop van het veld lopen?


“Ik hoop dat tegenstanders zeggen dat Nederhorst een echt team is dat strijdt tot het laatste fluitsignaal én ook nog eens mooi voetbal op de mat legt.

Wat ze specifiek over mij mogen zeggen? Dat de speler die tegenover mij stond het gevoel heeft gehad dat hij amper aan de wedstrijd heeft meegedaan!”


Stel dat we aan het einde van het seizoen terugkijken op jouw jaar. Wat moet er dan gebeurd zijn om te kunnen zeggen dat je sterker bent teruggekomen dan je bent weggegaan?


“Voor mijn gevoel ben ik nooit weggegaan, al ben ik door mijn blessure natuurlijk wel een hele tijd afwezig geweest.

Voor mij is het seizoen geslaagd als ik weer zo veel mogelijk wedstrijden volledig pijnvrij heb kunnen spelen en belangrijk ben geweest voor het elftal.”


Bedankt voor dit leuke interview! Tot slot is het laatste woord aan jou…


“Jullie ook bedankt voor de leuke en creatieve vragen, en vooral voor de tijd die jullie hierin steken! Ik lees en bekijk de interviews altijd met veel plezier.”


Foto’s: privé

Exclusief voor VMN

Robyn de Boer

Opmerkingen


bottom of page