Rib's kijk op voetbalzaken
- 14 feb
- 3 minuten om te lezen

Geen bijgeloof, wel duidelijkheid.
Vrijdag de 13e. Voor sommigen reden om onder een ladder door te kruipen met een klavertje vier in de hand, maar gelukkig behoren wij niet tot dat slag. Bijgelovig? Geen tijd voor. Trainers hebben belangrijkere dingen om wakker van te liggen zoals appjes van William op vrijdag de 13e, mijn gabber met vragen waar je eigenlijk meteen antwoord op wil geven.
Want zo gaat dat als je elkaar door en door kent. Zelfde hout, zelfde tempo. Niet eindeloos vergaderen, niet drie weken nadenken. Afvinken, klaar is klaar en door naar het volgende actiepunt.
Dus pen gepakt. Columnmodus aan.
De Trainer en Zijn Huisregels
De eeuwige discussie: wat doe je met een basisspeler die een training mist, maar daar een verdomd goede reden voor heeft? Werk. Privé. Het echte leven ook dat bestaat nog naast een bal. Het antwoord was heerlijk nuchter:
Is iemand die één keer traint simpelweg beter dan iemand die twee keer traint én bovendien onmisbaar? Dan speelt hij. Punt.
Wel even uitleggen aan de groep natuurlijk. Transparantie heet dat. En als zo’n trainingsritme structureel wordt? Dan bespreek je het meteen bij de eerste training. Iedereen mag zijn zegje doen daarna is het klaar. Niet meer zeuren.
Zijn spelers ongeveer gelijk? Dan geeft trainingsopkomst de doorslag. Logisch ook. Maar iemand straffen vanwege zware omstandigheden? Absoluut niet.
Let op het woord zwaar.
Buikpijn, hoofdpijn of “even bij een BVO kijken” vallen opvallend genoeg niet in die categorie.
Het Sterkste Elftal (Of Toch Niet?)
Start je altijd met je sterkste elf? “Ja, dat doet toch iedere trainer!”
Kijk, daar spreekt geen twijfel uit. Alleen in oefenwedstrijden werd er geschoven, juist om de mannen met minder minuten ook eens het gras te laten ruiken. Want een bankzitter die nooit speelt, wordt vanzelf een bankslaper en wordt er niet beter op. En je zit op voetballen om te voetballen.
De Vertrekkende Speler — Het Grote Drama Dat Vaak Geen Drama Is
De vraag waar menig kantine warm van loopt: stel je een speler nog op als hij heeft aangekondigd te vertrekken?
Het antwoord begon met een glimlach. Die situatie was er nauwelijks, want in het laatste jaar bij de club was het soms al een prestatie om überhaupt elf man bij elkaar te krijgen.
Stoer doen? Leuk voor op verjaardagen. In de praktijk is het vaak gewoon koppen tellen.
De leider en assistent die zelf op de bank plaatsnemen dat zegt genoeg over de realiteit van het amateurvoetbal.
En dan het voorbeeld waar iedere trainer stiekem blij van wordt: de aanvoerder die geen training overslaat, het maximale uit zichzelf wil halen en hogerop gaat spelen. Trots op Jordan Jonker mijn aanvoerder in het laatste jaar bij Vliegdorp, 1 van de jongste van de basis. Ging om de lat hoger te leggen, ging van de 5e klasse en speelt nu 2e klasse en clubs uit de 1e klasse willen hem graag inlijven. Topper!
Trots overheerst dan. Zoals het hoort.
Want laten we eerlijk zijn als spelers vertrekken omdat ze ambitie hebben of simpelweg niet meer willen trainen met acht man, kun je ze dat kwalijk nemen?
Voetbal blijft een hobby. En plezier is een optelsom van factoren:
Wie staat er voor de groep?
Hoe hecht is het team?
Is het gezellig na afloop?
Kan iemand zijn ei kwijt in het veld?
Een speler moet vooral gaan waar hij denkt gelukkig te worden. Dat is geen verraad — dat is gezond verstand.
Bemoeienis Van Bovenaf
Dan nog zo’n klassieker: het bestuur dat zich met de opstelling bemoeit. Kort antwoord:
“Nee. En daar hebben ze ook niets mee te maken.”
Kijk, helderheid waar je wat aan hebt.
Natuurlijk zijn er altijd mensen met een mening. Bestuursleden, supporters, vrijwilligers, de man die altijd langs de lijn staat met zijn armen over elkaar iedereen vindt ergens wat van. Lekker belangrijk.
De trainer bepaalt. Samen met de staf. Niet met de supporters, ouders of andere clubmensen.
En spelers straffen omdat ze aan het einde van het seizoen vertrekken? Onzin, zolang ze jou als trainer nooit hebben laten vallen. Dat heet wederzijds respect.
De Echte Trainersvraag
Speel je voor de korte termijn of bouw je aan de lange termijn? Het antwoord was even simpel als krachtig: “Ik wil iedere wedstrijd winnen. De eerstvolgende is altijd de belangrijkste.”
Niet vooruitkijken, want van tien “als-dan”-scenario’s komen er negen toch niet uit. Zonde van je energie. En eerlijk elke trainer die zegt dat winnen hem niet uitmaakt, praat uit zijn nek.
Slotgedachte
Wat vooral blijft hangen na dit gesprek is misschien wel de meest onderschatte eigenschap van een trainer: duidelijkheid. Geen dubbele agenda. Geen strafbankpolitiek. Geen emotionele selecties. Gewoon uitleggen, beslissen en doorgaan. Want uiteindelijk willen spelers maar drie dingen:
Duidelijkheid, eerlijkheid en een trainer die niet begint te draaien als de wind verandert.
En vrijdag de 13e?
Bleek gewoon een prima dag voor een column zonder bijgeloof, maar mét gezond verstand.
Rib


Opmerkingen