top of page

Rib's kijk op voetbalzaken.

  • 27 feb
  • 4 minuten om te lezen

De Bruine Envelop

Laatst kreeg ik van mijn Gap de vraag hoe dat nou zit met al die overschrijvingen in het amateurvoetbal.

Mooi onderwerp. Want onder vrijwel ieder transferbericht zie je ze weer verschijnen: de digitale dorpsomroepers.

“Ze zwaaien daar met een zak geld.” “Clubliefde bestaat niet meer.” “Het draait alleen nog maar om centen.”

Alsof ergens op een verlaten industrieterrein een amateurlinksback met een koffertje uit een zwarte SUV stapt, terwijl zijn oude club huilend achterblijft met een lege bidon en een vergeelde jeugdfoto van de bewuste speler.

Maar laten we even normaal doen.


Vroeger was alles beter. Toch?


Ook vroeger stapten spelers over. Alleen zonder aankondigingsvideo met rookmachines en “Welkom terug topper!” in hoofdletters. Het stond gewoon in het plaatselijke Soester Sufferdje. Drie regels! Vaak door de speler zelf geschreven, hahahaha!

En die vergoedingen? Die waren er ook.

Geen “reiskostenvergoeding”, maar een tankpas die nooit leeg was.

Geen “prestatiebonus”, maar een bruine envelop na een periodetitel.

Geen “arbeidsbemiddeling”, maar een oom die toevallig een baan had in de bouw.

En als het écht serieus werd, stond er plots een dakkapel op het huis van de spits.

Romantisch? Zeker. Puur uit clubliefde? Laten we het gezellig houden.


Clubliefde bestaat nog steeds


Clubliefde zit in zaterdagochtenden langs de lijn. In een shirt dat twee maten te groot was. In de geur van nat gras en kantinekoffie. In je vader die “schiet dan!” roept terwijl jij de bal nog aan het aannemen bent.

Maar clubliefde betekent niet dat je je ambitie moet parkeren als er een sportieve kans voorbij komt. Of een betere begeleiding. Of een vergoeding waarmee je je benzine kunt betalen.

Dat is geen verraad. Dat is voetbal.

Tegenwoordig is het minder geheimzinnig. Of in ieder geval anders verpakt.

Reiskosten. Autootje. Bonnen voor de derde helft. Inrichten kinderkamertje. Kledingdeals. Een elektrische fiets – ja, die heb ik echt voorbij zien komen.

Een stel spelers dat graag na afloop een biertje bleef drinken, werd overgehaald met een elektrische fiets. Ik vind dat schitterend. Daar kan ik oprecht van genieten. Dat is bijna marketing op Champions League-niveau, maar dan met fietstassen.

Op hoger amateurniveau is het al jaren semi-professioneel geregeld. Clubs als SV Spakenburg, Quick Boys, VV Katwijk en IJsselmeervogels werken gewoon met begrotingen en contracten. Dat heet investeren in je selectie. Daar kijkt niemand meer van op.

De echte discussie zit lager. Tussen “gezellige derde helft” en “ambitieus selectiebeleid”. Daar schuurt het soms. Daar botst emotie met realiteit.


Even terug naar vroeger (met gulden-teken)


Toen ik zelf van SEC naar Hees ging, kreeg ik 100 gulden van een bekende. Geen clubgeld, gewoon een weddenschap met een speler. Prachtig toch?

Met SEC werd ik in de A-junioren ongeslagen kampioen. Na twee testwedstrijden kon ik naar BVO SC Amersfoort. Voor 50 gulden per maand. Vijftig gulden! Ik was bijna onhoudbaar, hahaha! Die was ik al kwijt na een avondje Heksenketel, dus maar niet gedaan!

Een van mijn beste vrienden deed het nog beter. Zijn telefoon stond aan het eind van elk seizoen roodgloeiend. Bij de ene club een auto, bij de andere een flinke smak geld. We hebben er samen smakelijk om gelachen. En ik gunde het hem van harte.

Eén club wilde hem absoluut niet kwijt en stuurde nog vóór het seizoen afgelopen was een bruine envelop per post. Dikke aanbetaling voor het nieuwe seizoen. Slimme sponsor. Gewoon vooruitdenken. Toen kon dat nog, toen had je nog echte postbodes. Nu zou het niet meer kunnen want het risico dat je envelop in een andere brievenbus terecht komt is groot!

En met zaalvoetbal? Met twee maatjes uit Soest kregen we 50 gulden per avond, 50 gulden reiskosten, vooraf eten en na afloop gratis drinken. Het enige wat we moesten doen was de bal afpakken en inleveren bij volkszanger John de Bever. Zeg nou zelf: slechtere arbeidsvoorwaarden bestaan er.

Dus ja, vroeger werd er ook betaald. Niets nieuws onder de zon.


Ben ik dan vóór betalen?


Dat ligt eraan.

Individueel betalen in de 5e of 4e klasse om één speler binnen te halen? Dat vind ik kolder. Die heeft ook maar twee benen. En als hij zó goed is, waarom speelt hij dan daar? Mentaal kwetsbaar? Blessuregevoelig? Of gewoon een liefhebber die niet twee keer per week wil trainen?

Maar een team collectief belonen bij een kampioenschap, periode, promotie of handhaving? Daar ben ik een liefhebber van. Samen presteren, samen delen. Dat past bij het amateurvoetbal.

Wat vroeger binnenskamers bleef, staat nu binnen tien minuten onder een Facebookbericht. Met hoofdletters. En uitroeptekens. Vaak geplaatst na twee flessen witte wijn en onder een naam als “Voetbalhart 1973”.

We zien meer, dus denken we dat het meer is.

Maar in werkelijkheid balanceert het amateurvoetbal al decennialang tussen passie en prestatie. Tussen emotie en ambitie. En ja, soms ook tussen clubliefde en een vergoeding.


De echte vraag


De vraag is niet óf het gebeurt. Dat gebeurde vroeger ook al.

De vraag is hoe we ermee omgaan. Blijven we roepen dat alles verloedert? Of erkennen we dat voetbal altijd al een mix is geweest van hart én verstand?

Misschien is clubliefde niet verdwenen. Misschien is ze gewoon volwassen geworden.

En voordat we weer “zak geld!” onder een transferbericht tikken, moeten we misschien even denken aan die bruine envelop van vroeger.

Alleen zonder wifi.

En als je als vakman bij een ander bedrijf voor dezelfde uren meer centjes krijgt aan het einde van de maand geeft iedereen je gelijk!

Rib


Opmerkingen


bottom of page