Renato en de kunst van het terugkomen
- 26 feb
- 6 minuten om te lezen
Renato Dijksterhuis ademt voetbal. Van zijn jeugd in Utrecht en de aanvoerdersband bij Ajax tot het hoofdtrainerschap in het amateurvoetbal: het spel loopt als een rode draad door zijn leven. Hij beleefde hoogtepunten op het veld, maakte degradaties mee, groeide als trainer én vocht zich terug na een herseninfarct.
Een openhartig verhaal over ambitie, tegenslag, clubliefde en waarom voor Renato nog altijd geldt: punten gaan boven pinten.

Renato, laten we beginnen met een korte voorstelronde. Wanneer en waar ben je geboren, wat doe je momenteel in het dagelijks leven en hoe ziet jouw gezin eruit?
Ik ben geboren op 26 juli 1967 in Utrecht, in Kanaleneiland. Een mooie, levendige wijk waar ik een fijne jeugd heb gehad. In het dagelijks leven ben ik zelfstandig werkend kok in de bedrijfscatering. Dat doe ik al heel wat jaren met veel passie. Ik ben getrouwd met Willeke. Zelf heb ik geen kinderen, maar Willeke heeft vijf zoons. Dat maakt ons gezin levendig, gezellig en soms ook heerlijk chaotisch.
Laten we eerst teruggaan naar je eigen voetbalverleden. Waar ben je begonnen met voetballen?
Ik ben begonnen bij Desto, in de E2. Dat was mijn eerste echte kennismaking met het verenigingsvoetbal. Daar is de liefde voor het spel echt ontstaan.
Wie ontdekte jou destijds en hoe kwam de overstap naar de jeugdopleiding van Ajax tot stand?
Ik ben niet echt “ontdekt”. We speelden met Desto tegen Ajax Zaterdag en in die wedstrijd viel ik blijkbaar op. Een jaar later mocht ik naar Ajax. Ik weet nog goed dat ik een prachtige rondleiding kreeg door stadion De Meer van Bobby Haarms. Dat maakte enorme indruk.

Hoe lang heb je bij Ajax gespeeld?
Meerdere seizoenen waarvan zelfs drie jaar als aanvoerder. In die periode woonde ik in Amsterdam samen met mijn toenmalige vriendin Doortje, die zelf ook aardig kon voetballen bij Vlug en Vaardig. Het was een mooie tijd waarin alles om voetbal draaide.
Met welke spelers, die later zijn doorgebroken in het profvoetbal, heb je in die periode samengespeeld?
Ik heb twee keer mogen meedoen met het grote Ajax. Eén keer met het tweede/C-team, onder leiding van Gerard van der Lem, samen met onder anderen Clarence Seedorf en Oulida. Daarnaast heb ik één keer met Ajax 1 meegedaan onder Louis van Gaal, in een benefietwedstrijd tegen DWV. Ik viel toen in voor Rob Alflen. Dat zijn momenten die je nooit meer vergeet.
Na Ajax maakte je de overstap naar SV Huizen. Hoe kwam dat contact tot stand en weet je nog waarom die keuze voor jou logisch voelde?
Wij speelden met Ajax in de toen hoogste klasse, de eerste klasse zaterdag, uit tegen Huizen. Zij moesten winnen en wij hadden aan een gelijkspel genoeg. Het werd 1-1, waardoor Huizen rechtstreeks degradeerde. Wij kregen nog een herkansing tegen Volendam, op het veld van Huizen, maar verloren met 0-2 en degradeerden alsnog. Direct na die wedstrijd sprak Huizen mij aan voor een overstap. Dat voelde goed en logisch. Huizen is een prachtige club en het was een mooie volgende stap.

Je trainer bij Huizen was Wim Eilander. Hoe kijk je in zijn algemeenheid terug op jouw periode bij SV Huizen?
Wim Eilander was een toptrainer en vooral ook een topmens. Ik heb een geweldige tijd gehad bij Huizen. Het was een warme club met ambitie, waar ik met veel plezier heb gespeeld.
Voor de buitenwereld blijft het bijzonder dat je bij Huizen samen speelde met Dennis te Kloese en Alex Kroes. Merkte je toen al dat zij leiderskwaliteiten hadden die hen later ver hebben gebracht?
Met Alex Kroes speelde ik zowel bij Ajax als bij Huizen. We maakten samen de overstap. Dennis te Kloese speelde al bij Huizen. Het is bijzonder om te zien waar zij nu staan bij Ajax(inmiddels weg) en Feyenoord in leidinggevende functies terwijl ik nog altijd in de catering werk. Of je toen al zag waar ze zouden eindigen? Misschien niet concreet, maar je zag wel dat ze ambitie en persoonlijkheid hadden.
Hoe zag jouw verdere spelersloopbaan eruit na Huizen? Bij welke clubs heb je nog gespeeld en wanneer besloot je uiteindelijk te stoppen?
Na Huizen heb ik nog gespeeld bij Almere City, De Meern en uiteindelijk weer bij Desto, waar het allemaal begon. Daar heb ik ook mijn actieve carrière afgesloten.
Na je actieve carrière ben je het trainersvak ingerold. Was dat een bewuste ambitie of ben je daar gaandeweg ingerold?
Ik stopte bij Desto en werd daar op verzoek van de nieuwe hoofdtrainer Dennis van der Ing trainer van het tweede elftal. Zo ben ik het trainersvak ingerold. Het begon als een kans, maar groeide uit tot een echte passie.
Je volgde diverse trainersopleidingen. Welke diploma’s heb je behaald en tot welk niveau mag je momenteel trainen?
Ik ben begonnen met TC3 (nu VC2), daarna TC2 (nu VC3) en uiteindelijk heb ik ook TC1 (nu VC4) gehaald. Daarmee mag ik op een behoorlijk niveau trainen. Die opleidingen hebben me veel geleerd, zowel vakinhoudelijk als op het gebied van omgang met spelers.

Welke clubs heb je nog meer onder je hoede gehad?
Na Desto volgden clubs als Maarssen, VIOD, Zevenhoven, Soccer Boys (Bleiswijk), SCH ’44, Montfoort, UVV en OSM ’75. Bij Zevenhoven beleefde ik een prachtige periode. We haalden zelfs de finale van de nacompetitie voor promotie naar de eerste klasse, al verloren we die helaas.
Bij welke club(s) beleefde je als trainer je mooiste momenten, en waar liep het minder zoals gehoopt?
Mijn mooiste momenten beleefde ik bij VIOD, UVV, Zevenhoven, Soccer Boys en SCH ’44. Daar klopte het plaatje, sfeer, prestaties en samenwerking. Mijn jaren bij UVV waren mischien wel het mooist. We promoveerden naar de derde klasse, maar ook omdat ik het daar erg naar m’n zin gehad heb en fijn samenwerkte met Fred van Leeuwen, die daar toen TC was. Minder waren mijn periodes bij OSM ’75, Maarssen en Montfoort. Maar ook daar leer je van.
In het seizoen 2022/2023 stapte je in bij Victoria 023. Wat was voor jou de reden om een O23-team te gaan trainen?
Ik werd gevraagd op een moment dat ik geen club trainde. Ik begon bij de O23, ging daarna naar het tweede en nam uiteindelijk tijdens het seizoen het eerste elftal over van Robert Roest, die vanwege privéomstandigheden stopte. Victoria is een geweldige club met een heerlijke selectie.

Tijdens dat seizoen werd je getroffen door een herseninfarct. Kun je kort beschrijven wat er gebeurde?
Op 15 maart 2023 stortte mijn wereld in. Ik voelde tintelingen in mijn gezicht en borstkas. Eerst dacht men aan stress. Twee weken later ging het mis op mijn werk. Ik had een pot jalapeño’s vast en hoorde een harde knal. Mijn linkerarm deed het niet meer. Toen ik niet helder met praten was, werd 112 gebeld. In het ziekenhuis werd een bloedprop verwijderd en begon een lange revalidatie bij De Hoogstraat. Vier weken werden acht, acht werden veertien. Het begin was zwaar. Je wilt vooruit, maar je lichaam remt je af. Toch mag ik enorm dankbaar zijn. Ik heb mensen gezien die veel slechter herstelden. Het duurde ruim een jaar voordat ik weer volledig werkte, maar ik ben zo goed als weer de oude.
Dit seizoen keerde je terug als assistent-trainer bij SCH ’44. Hoe voelde het om weer op het gras te staan?
Het voelde heerlijk om weer op het veld te staan. Ik ben nu assistent onder Nils Peters, mijn oude aanvoerder uit mijn tijd bij SCH ’44. Toch merkt ik dat de rol van assistent niet helemaal mijn ding is om eerlijk te zijn.
Vorige week werd bekend dat je weer als hoofdtrainer aan de slag gaat bij VIOD. Hoe is deze samenwerking tot stand gekomen? Met welk doel begin je aan dit avontuur?
Volgend seizoen word ik inderdaad hoofdtrainer van VIOD. Ik ken daar veel mensen. Het is misschien een vijfdeklasser, maar het is een geweldige, warme club met een fantastische groep jongens. Ik ben dankbaar voor het vertrouwen en ga er vol voor.
Wat zou jij de huidige generatie spelers vooral willen meegeven?
Dat punten belangrijker zijn dan pinten en niet andersom, zoals het soms lijkt.
Is er iets in je trainerscarrière dat je met de kennis van nu anders zou aanpakken?
Je leert gaandeweg enorm veel. Ik ben rustiger geworden, relativeer meer en begrijp beter hoe je met spelers en staf omgaat. Het trainersvak is vallen en opstaan.

En welk advies heb je voor jonge, ambitieuze trainers?
Laat de KNVB-cursus je leiden, maar niet lijden. Neem niet alles klakkeloos over. Blijf dicht bij jezelf.
Waar haal jij tegenwoordig het meeste plezier uit als trainer?
Voor mij moeten plezier en prestatie samen kunnen gaan. Dat wil ik uitstralen, met mijn eigen visie en ideeën.
Voor welke uitdaging sta je nog open?
Een derde- of vierdeklasser trainen lijkt me nog prachtig. Maar eerst ga ik vol voor VIOD.
Tot slot, welke vijf spelers schieten je te binnen waar je als trainer in het verleden echt van genoot?
Robert Plasmeyer (Zevenhoven),
Marco Pellegrom (Zevenhoven),
Sander Tervoort (SCH ’44),
Aziz Benchemach (Soccer Boys),
Rob Oostveen (Desto).
Spelers die kwaliteit combineerden met mentaliteit. Daar kijk je als trainer met enorm veel genoegen naar.
Bij Voetbal Midden -hebben we diep respect voor de weg die Renato heeft afgelegd. Zijn verhaal laat zien waar het in het amateurvoetbal écht om draait: passie, doorzettingsvermogen, clubliefde en samen bouwen aan iets moois. Wij wensen Renato ontzettend veel succes bij VIOD en kijken uit naar alles wat hij daar nog gaat neerzetten. Eén ding is zeker: met zijn energie en karakter blijft hij een verrijking voor het voetbal in onze regio.



Opmerkingen