Oscar van Veen: bouwen aan talent en een clubcultuur bij BFC
- 6 apr
- 13 minuten om te lezen
Oscar van Veen combineert zijn passie voor voetbal met een indrukwekkende carrière in de financiële wereld. Sinds de zomer van 2024 werkt hij bij de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB), maar zijn hart ligt nog altijd bij zijn club BFC. Als voormalig keeper, jeugdtrainer, commissievoorzitter en strategisch denker heeft Oscar tientallen jaren bijgedragen aan de groei en professionalisering van de club. In dit interview deelt hij zijn persoonlijke voetbalreis, zijn visie op jeugdontwikkeling en zijn ambitie om BFC zowel sportief als organisatorisch naar een hoger niveau te tillen.

Zou je jezelf eerst kort willen voorstellen? Denk aan je geboortedatum en -plaats, je gezinssituatie en je beroep.
Oscar van Veen, van 14 mei 1974, 51 jaar dus. Geboren en getogen in Bussum, en sinds 2000 woonachtig in de Hilversumse Meent. Ruim 25 jaar gelukkig getrouwd met Debbie van Veen-Roest en samen hebben we twee fantastische jonge volwassenen: Fleur (23) en Tim (20).
Sinds de zomer van 2024 ben ik de financiële man bij de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB), werkzaam in de sport dus. Verder kijk ik terug op een rijk verleden als registeraccountant (15 jaar EY), groupcontroller (4 jaar Bergman Clinics), directeur/eigenaar (8 jaar Freeroad) en twee jaar ZZP’er als financieel consultant bij diverse opdrachtgevers.

Laten we beginnen bij je eigen voetbalverleden. Bij welke club ben je gestart, op welke positie speelde je en hoe heeft jouw voetbalweg zich ontwikkeld? Bij welke club ben je uiteindelijk geëindigd en wat was de reden om te stoppen?
Mijn actieve voetbalreis, als keeper, heeft 22 jaar geduurd. Ik begon bij SDO, waar is destijds tegenover woonde. Ik heb er 7 seizoenen gespeeld (basisschooltijd). Daarna verkaste ik naar de sportvallei, naar FC Hilversum, dat destijds als gerenommeerde jeugdopleiding stond aangeschreven. Ook daar heb ik 7 seizoenen gespeeld, met geweldige spelers. Ik heb er het 1e elftal gehaald, maar kwam er ook in aanraking met de schaduwzijde van ‘betaald voetbal’. Bij De Zebra’s vond ik het plezier in voetbal weer terug, mede door het enthousiasme van mijn jeugdtrainer Bert(je) Coster, de saamhorigheid van een hechte spelersgroep en dito vereniging. Na 5 hoogtijjaren (waarvan 4x promotie) vond ik het welletjes. Die sabbatical duurde slechts één seizoen. Een belletje van Ton Witbaard bleek voldoende om er nog drie seizoenen bij SV ’s Graveland aan vast te plakken. Ik heb daar minstens net zoveel genoten, als enige import, en heb er voetbalvrienden voor het leven gemaakt. In het najaar van 2002 werd mijn dochter geboren. Precies daarom werd dat mijn laatste seizoen. Ik bleef als niet-spelend lid aan en heb nog twee seizoenen het toetje van de nacompetitie mogen meemaken; beide keren met goede afloop. Toen (op mijn 30ste) was het echt klaar. Jaren later heb ik nog 6 mooie seizoenen in de befaamde BFC 7x7-competitie mogen spelen; eerst als Hennie Meijer-spits, later weer als keeper. Ook mooi.
Kun je één of twee trainers noemen onder wie je hebt gespeeld en die je zijn bijgebleven?
Natuurlijk. Volgens mij heb ik ze net al genoemd. Bert Coster ‘haalde’ mij naar De Zebra’s en Ton Witbaard ‘haalde’ mij naar SV ’s Graveland. In beide gevallen bleek mijn keuze een succes, en dat was zeker niet alleen aan mijzelf te danken. Beiden waren zogeheten mensen-mensen en wisten hechte spelersgroepen te creëren. Met Bert Coster werd ik direct kampioen en onder Ton Witbaard groeide ik uit tot speler van het jaar. Leuke herinneringen. Noemenswaardig is ook Ries van Maarschalkerweerd die mij als 18-jarig jochie bij FC Hilversum onder de lat liet debuteren in een team met allemaal ex-profs op het formulier. Best bijzonder. Goeie ouwe tijd. Wat dichter bij het noem ik ook graag nog even de namen van Ferry Hendrikse, die ‘we’ naast hoofdtrainer en HJO ook de trainer van BFC F1. Dolenthousiast was hij, zowel met de kleintjes als de groten. En natuurlijk Awi Mohabier, al 12 jaar mijn buddy bij BFC, wat een inhoudelijke grootmeester in dit vakgebied. “Het is heerlijk spelen onder hem”😉
Heb je zelf ooit aan het trainersvak geroken? Zo ja, hoe zag dat eruit en wat heb je daarvan meegenomen?
Toen mijn zoon zelf aan zijn voetballoopbaan begon, bij de stadionkabouters van BFC, was er nog geen training voor de mini’s. Daar heb ik zelf een handdoek opgepakt. Dat is gaan groeien tot een functie als (technisch) commissielid, waarbij ‘we’ met veel betrokken ouders een KNVB-opleiding hebben genoten. Ik mag mij pupillen- en juniorentrainer noemen en heb zeker wel een paar jaar de jonge jeugd van BFC ‘voorgezeten’. Een mede-zelfbedachte voetbalvisie betekende evenwel een vervroegd einde van mijn trainerscarrière. Er zijn anderen die veel meer kennis en kunde op het veld hebben. Ferry en Awi bijvoorbeeld. Diep respect voor alle (jeugd)trainers trouwens. Zij houden het voetbalplezier levend.
Je bent zelfstandig ondernemer. Kun je ons meenemen in jouw bedrijf? Wat zijn je dagelijkse werkzaamheden en waar ligt je focus?
Ik ben acht jaar directeur/eigenaar geweest van Freeroad, een autodealerbedrijf met vestigingen in Almere en Zwolle, waar Mazda’s en Suzuki’s worden verkocht en onderhouden. Niet dat ik iets met auto’s had, geenszins. Het waren leerzame jaren, met zowel verantwoordelijkheden als vrijheden, een periode die ik met trots heb mogen meemaken. In 2022 besloot ik om mijn aandelen te verkopen. Ik prijs me gelukkig met mijn achtergrond als registeraccountant, waardoor ik feitelijk in elke branche kan uitblinken. Ook ben ik vanaf het begin van mijn werkzame leven gewend aan ‘een dubbele werkweek’, waardoor ik voldoende tijd in mij hobby’s (BFC) kan blijven steken. Na een korte periode als zelfstandig financieel consulent, ben ik sinds de zomer van 2024 definitief ‘werkzaam in de sport’, in het warme bad van de KNZB. De rol die ik vervul geeft minstens zoveel vrijheden, ervaringen en uitdagingen. En is het bovenal prima te combineren met mijn plek bij BFC.
Je bent inmiddels al vele jaren actief binnen BFC. Hoe is dat zo gekomen? Ben je benaderd door iemand binnen de club of ben je er zelf ingerold? En wat was je eerste functie?
Het is een kwestie van zelf de handdoek oppakken als er zaken opvallen waarvan je vindt dat ze anders kunnen. Een slachtofferrol past mij niet, verbinden en creatie des te meer. Met mijn ‘maatje’ Alex Kroes, ook vader van een BFC-zoon uit 2005, maakte ik de afspraak dat als hij in het BFC-bestuur ging, ik een Technische Commissie zou opzetten. En zo geschiedde. Samen met een aantal medestanders zochten en vonden we het draagvlak bij de club. We noemden het een ‘Technisch Hart’, destijds een knipoog naar Ajax, inmiddels eigen goed geworden. Daarna kwam van het één het ander. Van teamleider tot trainer, commissie- en bestuurslid, toernooidirecteur en erelid. Ik ben er best trots op dat ik al deze rollen heb mogen vervullen. Zolang het nog meer energie geeft dan dat het kost ben ik er happy mee.

Inmiddels ben je voorzitter van de Technische Commissie. Hoe lang vervul je deze rol al, hoe is dat ontstaan en waar bestaat deze functie in de praktijk uit?
Volgens mij is dit mijn 14e seizoen als voorzitter van het technisch hart van BFC, het orgaan dat de voetbalorganisatie van BFC leidt en het voetbalbeleid ontwikkelt, bewaakt en evalueert. Feitelijk sturen we in klein comité al het voetbal van de club aan, zowel senioren als jeugd, zowel jongens als meiden, en zowel prestatieve als recreatieve voetballers. Dat doen we naar eer en geweten, in en met goede zin. Ik ben altijd weer verheugd om vijf klasbakken voor te mogen zitten, elk met een eigen expertise, van de Hoofd Voetbal Ontwikkeling tot onze pedagoog voor een stimulerend en veilig leerklimaat, alsook waardevolle commissieleden die de ogen en oren van de club zijn.
Het lijkt een intensieve rol naast je eigen onderneming. Hoe combineer je dit en hoeveel tijd ben je er gemiddeld per week aan kwijt?
Intensief dekt de lading wel ja, zeker in de tegenwoordige tijdgeest. Anderzijds helpen de communicatiekanalen van nu erg mee. Een appje is zo gestuurd, een belletje zo gedaan en een mailtje zo gelezen. Als je ergens feeling mee hebt, en er plezier in hebt, vliegt de tijd. We vergaderen elke eerste maandag van de maand, tot in de nacht. Verder zijn er de vele ontmoetingen, op zaterdag of doordeweeks. Zondag de reflectie. Mensen kennen en gekend worden helpt, en scheelt soms ook tijd. Ik gok dat er wel zo’n 10-20 uurtjes per week in zitten, daluren die anders wellicht languit op de bank worden doorgebracht. Ach, het is hobby hè 😉
Heb je nog hobby’s naast werk en BFC?
Nu onze kinderen jongvolwassen zijn heb ik een harde afspraak met mijn vrouw gemaakt dat we zeker drie keer per jaar op vakantie gaan. Lekker genieten van zon, zee en cultuur. En dat lukt tot op heden prima! Ik mis er weleens een wedstrijdje door, maar gelukkig hebben we dan de beelden nog 😉 Ook maak ik graag tijd voor wat theaterbezoekjes. En ja, het fijne van mijn huidige baan is dat ik soms ook geweldige (sport)evenementen van dichtbij mag meemaken. Mooie bonus!
BFC wordt gezien als een club met potentie voor divisieniveau. Tegelijkertijd kiezen jullie bewust voor een beleid zonder betalingen, waardoor talentvolle spelers (voor een zakcentje ;-) regelmatig vertrekken. Hoe ga je daarmee om? Voelt dat soms ook als teleurstellend, ondanks dat je goede gesprekken voert?
Tja. Ik zie BFC zelf ook als een club met potentie voor divisieniveau. Ambitie mag je uitspreken toch? En het realisme herken en begrijp ik ook hoor. Geld maakt niet gelukkig. Mijn mooiste voetbaljaren waren bij De Zebra’s en SV’s Graveland; daar werd niet betaald. De envelop heb ik zelf ook meegemaakt; leuk voor de korte termijn, niet voor langer, voor mij dan. Laat één ding helder zijn: bij BFC is niemand om reden van de envelop vertrokken, wel om een plafond te zoeken, een prima legitieme reden wat mij betreft, hoe jammer dat soms ook is. De envelop helpt niet met ‘het (terug)halen’ van spelers, dat is weleens teleurstellend. Anderzijds ben ik er heel simpel in. Het is graag of niet, en onze voorkeur ligt sowieso bij ‘eigen’ spelers.

Zijn er binnen de club andere manieren om spelers te ondersteunen, bijvoorbeeld op het gebied van studie, begeleiding of ontwikkeling? Of is dat bewust geen onderdeel van het beleid?
Ik ben van mening dat onze spelers echt niet mogen klagen. Spelers kunnen sinds twee jaar hun contributie gecompenseerd krijgen door inzet en aanwezigheid. Transparantie ten top. De cohesie in de groep is super, iets wat elke trainer en betrokkene beaamt. De ‘Amsterdammers’ reizen met gedeelde auto’s. Iedereen wordt netjes aangekleed, zowel binnen als buiten de lijnen. Er is budget voor een trainingskamp en we reizen met een gevulde spelersbus naar uitwedstrijden. Elk jaar proberen we de lat qua randvoorwaarden weer wat omhoog te leggen. Zo staat een hersteltrainer dit keer (weer) bovenaan de lijst. Bovenal zijn we een vereniging voor nog 70 andere teams, die ook allemaal de aandacht vragen en verdienen. Ik heb altijd geleerd dat dichtbij jezelf blijven loont. Eigenwaarde. Dat DNA bevalt prima.
Jullie hebben samenwerkingen met meerdere BVO’s en wekelijks komen er scouts kijken bij de jeugd. Hoe kijk je daar tegenaan? Is dat soms frustrerend of zie je het als ‘part of the game’?
‘Part of the game’ ja. Hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind. We staan er blijkbaar goed op, dus ik zie er maar het positieve van in. En we zijn er trots op hoor, elke keer als er weer een droom verwezenlijkt wordt; hoe mooi is dat!? Zolang de looplijnen maar zuiver blijven, en ook daar zien we op toe. We hebben met alle bvo’s een prima verstandhouding, volgen alle inmiddels circa 80 BFC-spelers die er spelen en zijn er ook als ze weer onverhoopt vervroegd terugkeren. De scouts en bvo’s hebben ook een aanzuigende werking. Ongekend hoeveel spelers vanuit elders in de regio, en daarbuiten, bij BFC willen komen spelen. Ze melden zich keurig – uit eigen beweging – bij ons aan. Toch zijn en blijven we terughoudend in het aannemen van ‘spelers van buiten’, zowel bij BFC1 als in de jeugdopleiding. Mede daarom hebben we bewust grote selecties om dit soort transfers vooral zelf op te vangen. Helaas wordt die context niet altijd evengoed begrepen door de clubs om ons heen. Daar ligt meer frustratie. En ook dan geldt: ‘Part of the game’ ja. Hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind. We staan er blijkbaar goed op, dus ik zie er maar het positieve van in.
Veel van die talentvolle jeugdspelers maken uiteindelijk hun debuut niet in BFC 1, tenzij ze later terugkeren. Krijgt de club pas een opleidingsvergoeding wanneer een speler daadwerkelijk doorbreekt in het eerste van een betaald voetbalorganisatie? En hoe belangrijk is dat voor BFC?
FIFA en KNVB hebben heldere spelregels als het gaat om opleidingsvergoedingen. Het tekenen van een contract bij een BVO, voor het 20e levensjaar, levert wat op, naar rato van het aantal seizoenen dat een speler bij BFC heeft gevoetbald, na zijn 13e levensjaar. Ook ontvangen we iets als er een transfersom mee gemoeid is. Ingewikkelde rekensommen, die wat mij betreft niet zo belangrijk is. We begroten er niet op. En als het zich voordoet, zoals recentelijk met Ryan Flamingo, Olaf Gorter en Luca Messori, en nog een paar anderen, is het een leuke meevaller. De herinnering van dit soort voetballers in hun BFC-tenue, is wat mij betreft meer waard. We zijn een amateurvereniging, waar geld totaal ondergeschikt is aan het spelletje, dus ook geen enveloppen 😉

Jullie organiseren talentendagen. Betekent dit dat jeugdspelers niet zomaar lid kunnen worden, of geldt dit met name voor de selectieteams?
We hebben één keer per jaar een Talentendag. Deze is voor spelers in de onderbouw. Oudere jeugd kan in aanmerking komen voor een selectietraining mits de regio en motivatie goed is. Toch wordt bij deze initiatieven alleen gerekruteerd voor selectieteams, en dan nog in zeer beperkte mate, juist om een eigen DNA te kunnen behouden. Iedereen kan lid worden, al hebben we in sommige leeftijden een wachtlijst. Eenvoudigweg omdat we ‘maar’ vier velden hebben en een (extra) team een x-aantal spelers nodig heeft.
Met een nieuwe trainer en meerdere jeugdspelers die al hun debuut hebben gemaakt, ziet de toekomst er positief uit. Is spelen op divisieniveau een uitgesproken ambitie van BFC? En hoe realistisch is die stap, gezien het feit dat je dan vaak tegenover (semi)betaalde clubs komt te staan?
Ik deel het positieve perspectief, en ik durf de ambitie ook te blijven uitspreken. Realistisch bovendien. Dit jaar speelt BFC1 in de 1e klasse F, een competitie die door vele kenners al als een veredelde divisie wordt gezien. Het zal tot het einde van het seizoen spannend blijven, omdat iedereen van iedereen kan winnen en er vooral veel gelijk wordt gespeeld. Verschillen zijn marginaal. Ik deel je mening over de envelop of (semi)betaald voetbal overigens niet. In de huidige 4e Divisie spelen juist (veel) meer teams die het zonder envelop doen en een gezonde jeugdopleiding als basis hebben. Vooral in het Oosten zijn de verhoudingen nu eenmaal anders, mede door een gebrek aan weerstand in de jeugdcompetities.
Zie je dat vooral als een mooie uitdaging of kan dat ook frustrerend zijn als het verschil groot blijkt?
Vooral een mooie uitdaging. Frustratie is er soms ook, die komt voort uit je reinste competitievervalsing: tussentijdse transfers in het amateurvoetbal. Daar slaat vooral de KNVB echt een plank mis. ‘Fair Play’ is in die zin soms ver te zoeken. De voorbeelden worden breed uitgemeten; ik zou er niet trots op zijn.
Je eigen zoon maakt deel uit van de selectie. Hoe ga je daarmee om? Geef je hem nog tips om zich verder te ontwikkelen of laat je dat bewust over aan de trainer?
Natuurlijk ben ik trots dat hij deel uitmaakt van de A-selectie; dat heeft hij op eigen kracht verdiend. Hoe gek het ook moge klinken; ik heb het thuis eigenlijk nooit inhoudelijk over het voetbal van mijn zoon. Hij heeft zelfs lange tijd nooit doorgehad wat ik allemaal voor de club deed. Tips en trucs krijgt hij van zijn medespelers en zijn trainers. Ieder zo zijn rol.
Met het oog op komend seizoen en een nieuwe trainer: wat zijn voor jou de belangrijkste punten tijdens gesprekken? En nemen jullie ook de moeite om een training van een potentiële trainer bij te wonen, zodat theorie en praktijk samenkomen?
Wat voor onze jeugdopleiding geldt, gold ook voor de wervingscampagne van een nieuwe hoofdtrainer. De keuze was reuze en er zijn heel veel interessante gesprekken gevoerd, waarbij ook de spelersraad is betrokken. Het profiel was voor iedere betrokkene kristalhelder, en het helpt dat de voetbalwereld zodanig klein is dat er veel ambassadeurs bestaan die extra informatie kunnen geven. Zo zijn we tot een weloverwogen besluit gekomen, net als destijds bij Kwadjo Boateng en Roy Versluis. En eerlijk is eerlijk: deze beide heren hebben het uitstekend bij BFC gedaan. Mede daarom is er ook nu het volste vertrouwen.
De club is volop in ontwikkeling met onder andere al vier nieuwe velden en plannen voor een nieuwe kantine tussen veld 1 en 2. Wanneer starten deze werkzaamheden en wanneer moet het gerealiseerd zijn?
We mogen inderdaad in onze handjes wrijven met de drie nieuwe kunstgrasvelden die de voorbije zomer zijn neergelegd. De plannen voor een nieuw clubhuis liggen ook op tafel, al is je informatie over de plek wat achterhaald. De tekeningen die ik heb gezien beloven veel goeds. Het moment suprême van start bouw is nog niet bekend. Ik zal er binnenkort ongetwijfeld meer over horen, de regie ligt bij anderen.
Wat gebeurt er met de huidige kantine? Zijn er bijvoorbeeld plannen voor extra parkeergelegenheid, iets wat nu soms als knelpunt wordt ervaren?
Mijn laatste informatie is dat het nieuwe clubhuis op dezelfde plek als nu wordt gebouwd. Uiteraard zijn parkeergelegenheid en verkeersveiligheid belangrijke factoren in de plannen. Maar zoals al gezegd, de regie van dit project ligt bij anderen.
Als je breder kijkt: wat zou je de komende jaren nog graag willen realiseren binnen BFC, met name op het gebied van groei en accommodatie?
Je kopt hem zelf al in. Het voetbal is de voorbije jaren als een komeet de lucht ingeschoten. De vereniging en de accommodatie zijn daarbij wat achtergebleven. Groei in ledenaantallen is vooralsnog niet aan de orde, maar met de voorliggende nieuwbouwplannen kunnen we wel verder professionaliseren met bijvoorbeeld ruimten voor een extra fysio en overleg in variërende groepsgroottes. Bovenal geef je als club direct een representatiever visitekaartje af, in uitstraling, passend bij divisieniveau 😉
Als je kijkt naar de cultuur binnen BFC, wat maakt deze club volgens jou écht anders dan andere amateurverenigingen?
Het leerklimaat is immens, dat trekt aan en houdt de massa groot. Zowel voor spelers als trainers zijn we een aantrekkelijke vereniging. Iedereen is bereid om de lat telkens weer een stukje hoger te leggen. Dat zit blijkbaar in de genen, ‘ambitie’. Anderzijds blijven we in andere aspecten echt een amateurvereniging door ‘alle ballen hoog te houden’. Breedtesport en meiden blijven de aandacht krijgen. Ouderparticipatie blijft vooral daar een uitdaging. Het aantal seniorenteams is en blijft beperkt, door de maatschappelijke prioriteiten die in de meeste gevallen best begrijpelijk zijn. Maar, met een nog altijd florerende 7x7-competitie op vrijdagavonden hebben we stiekem toch het recordaantal voetballende senioren in de regio 😉
Wat geeft jou persoonlijk de meeste voldoening in jouw rol binnen de club?
Puzzelen om het eenieder naar de zin te maken, en dan de veelal grote glimlach op zaterdag terugkrijgen, bij spelers, trainers en ouders, bij BFC1, in de jeugdopleiding of ‘bij de bakken’. Gelukkig kan ik vaak snel relativeren, en is er bij een teleurstelling altijd wel weer een succesje elders binnen de vereniging.

Waar zie jij BFC over vijf jaar staan, zowel sportief als organisatorisch?
Een vlaggenschip in de divisie, het jeugdvoetbal stabiel als nu en een prachtige accommodatie. De mix van prestatief en recreatief, jongens en meiden, precies als nu. Dat lijkt me wel wat.
Tot slot, de jeugd heeft de toekomst. Is er momenteel sprake van een ledenstop of is er nog voldoende ruimte voor nieuwe aanmeldingen?
Met 4 velden kunnen we circa 70 teams kwijt. Er is geen formele ledenstop, maar we houden zelf wel een zogenaamde ‘Right Size’ vast, ook qua mix jongens/meiden en prestatief/recreatief, juist om toekomstbestendig te blijven zijn. Geen pieken, geen dalen. Daarom geldt voor sommige leeftijdscategorieën een kleine wachtlijst. Wat mij betreft een gezonde situatie.
Oscar, het laatste woord is aan jou.
Ik vind het een eer om deze vragen juist van jou op mij afgevuurd te krijgen; het geeft gelegenheid om weer eens terug te denken aan mijn voetbal CV. Ik ben fan, jij weet het.



Opmerkingen