Olaf Meerveld, zijn blik op de 1e klasse B

Hoi Olaf, er staat weer een mooi voetbalweekend voor de deur. Laten we eens een paar clubs en wedstrijden uit het programma met je doornemen, met jouw trainersblik als leidraad. Twee speelronden zijn inmiddels achter de rug. Zie je al duidelijke kwaliteitsverschillen, of is er nog geen touw aan vast te knopen?
“Na twee speelronden is het natuurlijk nog vroeg om conclusies te trekken. Toch staan er bij de eerste vijf volgens mij al wel ploegen die om de bovenste plaatsen gaan meedoen. Ik verwacht dat SDC Putten zich daar uiteindelijk ook bij gaat aansluiten.”
Als je naar het programma van dit weekend kijkt, welke ploegen zijn voor jou favoriet voor de overwinning? En bij welke wedstrijden verwacht je dat het dicht bij elkaar ligt? Neem ons eens mee in jouw afweging.
“Bennekom en SDC Putten zijn voor mij deze speelronde de favorieten om te winnen. Bij de overige wedstrijden vind ik het veel lastiger om een winnaar aan te wijzen. Die zijn wat mij betreft echt fiftyfifty. Het ligt dicht bij elkaar en kan dus alle kanten op.”
Woudenberg werd vorig seizoen kampioen, maar staat na twee wedstrijden nog op nul punten. Hoe groot is vanuit jouw trainerservaring de stap van de tweede naar de eerste klasse? Waar word je als promovendus vooral op afgerekend en wat heeft Woudenberg nodig om er een goed seizoen van te maken?
“De stap van de tweede naar de eerste klasse is behoorlijk groot. Woudenberg heeft daar inmiddels de nodige ervaring mee, want de club pendelt de laatste jaren tussen die twee niveaus. In de tweede klasse worden ze met overmacht kampioen, terwijl ze in de eerste klasse vervolgens onderin meedraaien.
Ik kan Woudenberg vanuit mijn positie moeilijk tot in detail beoordelen. Wel kan ik me voorstellen dat de breedte van de selectie gedurende het seizoen een belangrijke rol gaat spelen. Ze hebben veel scorend vermogen en met Van Wolfwinkel ook een ervaren kracht in huis. Met zijn ervaring op hoog niveau en zijn coaching kan hij heel belangrijk voor de ploeg zijn.”
BFC staat onderaan en bouwt vooral op jonge spelers uit de eigen opleiding. Een mooie koers, maar hoeveel ervaring heeft zo’n ploeg in deze klasse nodig? Heb je op belangrijke posities vier of vijf spelers nodig die de wetten van het seniorenvoetbal kennen, of kunnen talent en een goede organisatie dat opvangen?
“Dat vind ik altijd een lastig vraagstuk binnen een vereniging. Je moet als club een duidelijke keuze maken, en dan heb ik het niet specifiek over BFC. Kies je voor de jeugd en je eigen opleiding, dan is dat op de lange termijn zeker een goede koers.
In de eerste klasse vind ik wel dat je daar ervaren krachten bij nodig hebt, vooral in de as van het elftal. En heb je daarnaast een spits die er twintig inschiet, dan kom je natuurlijk een heel eind.
Wat ook meespeelt: verenigingen die met jongens uit de eigen opleiding werken, zien hun spelers na een goed seizoen regelmatig naar een hoger spelende club vertrekken. Die jongens willen zich verder ontwikkelen, en dat is begrijpelijk. Als vereniging weet je dat dit erbij hoort, maar het blijft lastig. Je moet dan vaak opnieuw gaan bouwen. Zo kom je toch steeds weer in datzelfde cirkeltje terecht.”
Jouw cluppie Roda’46 is met twee gelijke spelen begonnen en krijgt nu Bennekom op bezoek. Wat zegt die start over de mogelijkheden van de ploeg? Is handhaving de meest realistische doelstelling, of zie jij ruimte om hoger te mikken? En wat zou je tegen Bennekom willen zien om vertrouwen te krijgen in het vervolg?
“Ik denk dat Roda’46 een lastig seizoen tegemoetgaat. Wat mij betreft is er één duidelijke doelstelling: handhaven.
Ik zie vooral dat de ploeg moeite heeft met scoren. Dan wordt het ook lastig om wedstrijden over de streep te trekken. Helemaal verrassend is dat niet, want met het vertrek van vrijwel de hele voorhoede zijn er volgens mij bijna 35 doelpunten van afgelopen seizoen verdwenen. Dat vang je niet zomaar op.
Tegen Bennekom verwacht ik dan ook een zware wedstrijd. Die ploeg creëert veel kansen en scoort gemakkelijk. Maar niets is onmogelijk. Als Roda’46 opnieuw de nul weet te houden en voorin wat effectiever is, blijft een verrassing altijd mogelijk.”
DTS Ede beschikt op papier over de nodige ervaring. Voor zover jij de ploeg kent: zie je daarin een serieuze titelkandidaat? En heeft de club de kwaliteiten om op termijn richting het divisievoetbal te groeien? Wat maakt volgens jou het verschil tussen een goede eersteklasser en een ploeg die ook hogerop overeind blijft?
“DTS Ede is voor mij een gevaarlijke outsider, met een geweldige trainer. Hij weet wat er gevraagd wordt om op hoog niveau te spelen en zal dat zeker op de groep overbrengen. Ze zijn in ieder geval lekker aan het seizoen begonnen en stralen vertrouwen uit.
Of de club kan doorgroeien naar het divisievoetbal? Daar zeg ik volmondig ja op. Dat geldt wat mij betreft trouwens voor meer clubs in deze eerste klasse.
Wat een goede eersteklasser precies nodig heeft om ook op een hoger niveau overeind te blijven, vind ik moeilijk te zeggen. Die stap heb ik met Roda’46 helaas nooit mogen ervaren.”


Opmerkingen