top of page

Dennis Iseger(OSM'75), teammanager aan het woord.

27 aug
6 minuten om te lezen

Je kent ze wel: de echte duizendpoten rondom een eerste elftal. Teammanagers zijn vaak minstens zo druk als de trainer en hun werkzaamheden beperken zich allang niet meer tot de wedstrijddag. Ook doordeweeks zijn zij volop bezig om alles rondom de selectie en de club goed te organiseren. Bij grotere selecties wordt die omvangrijke takenlijst tegenwoordig zelfs over twee teammanagers verdeeld.

Dennis Iseger vervult deze belangrijke rol bij OSM’75. Een mooie reden om hem eens te vragen wat er allemaal bij het teammanagerschap komt kijken én hoe hij vanuit zijn positie naar de selectie en de sportieve ontwikkelingen binnen de club kijkt. We zochten hem deze week even op.

Hoi Dennis, allereerst een beladen vraag. Hoe gaat het binnen de club na het tragische ongeval? Heeft OSM’75 het verdriet inmiddels voorzichtig een klein plekje kunnen geven en lukt het de spelers en staf om de aandacht geleidelijk weer op het voetbal te richten?


Ja, het gaat goed. Het heeft een grote impact op de hele vereniging. Voor de een heeft het al een plekje gekregen en de ander moet het wellicht nog een plekje geven. De club geeft iedereen de ruimte om het op zijn eigen manier te doen en heeft twee prachtige foto’s in de corridor geplaatst. Het is goed om te merken dat we bij OSM’75 dicht naar elkaar toe trekken op dit soort momenten!


Ook voor jullie breekt de laatste fase van de voorbereiding aan. De bekerwedstrijden komen dichterbij en daarna begint de competitie van het seizoen 2026/2027. Als teammanager sta je dicht bij de spelersgroep en de technische staf. Hoe staan jullie er volgens jou momenteel voor?


De selectie was gelukkig al in de laatste fase van het vorige seizoen compleet gemaakt, waardoor we in de voorbereiding al met een redelijk grote groep konden beginnen.

De selectie verwelkomde deze zomer enkele nieuwe spelers. Merk jij binnen en buiten het veld dat de groep inmiddels naar elkaar toe is gegroeid, of heeft dat proces nog wat tijd nodig?

Het proces heeft sowieso wel wat tijd nodig, maar de meeste jongens kenden elkaar gelukkig al. Omdat we een mooi trainingskamp achter de rug hebben, zie je wel dat de groep steeds dichter naar elkaar toe groeit.


Jij maakt de voorbereiding van heel dichtbij mee, maar bekijkt de ploeg waarschijnlijk vanuit een andere positie dan de trainer. Welke ontwikkeling stemt jou tot nu toe het meest tevreden en op welk onderdeel moeten volgens jou nog stappen worden gezet?


De ontwikkeling van een aantal heel jonge jongens stemt mij echt tevreden. Je ziet dat die jongens willen leren en dat de meesten van hen goed luisteren naar de wat oudere en ervaren spelers in het elftal. Ook op conditioneel en fysiek vlak zie je deze jongens echt groeien.


Een voorbereiding betekent vaak ook puzzelen met vakanties, afwezigheid en wisselende beschikbaarheid. Hoe verloopt dat dit jaar bij OSM’75? Valt het mee of ben jij als teammanager regelmatig aan het bellen en appen om alles goed georganiseerd te krijgen?


We hebben tijdens de nabespreking van het afgelopen seizoen met de jongens gekeken naar de periodes waarin zij op vakantie zouden gaan. Gelukkig waren de meeste jongens voor 6 augustus alweer terug, dus daar hebben we goed rekening mee gehouden.


Met het vertrek van Gökhan en aangever El Alquioui heeft de ploeg behoorlijk wat doelpunten en aanvallende creativiteit ingeleverd. Hoe wordt daar binnen de selectie naar gekeken? Zijn er nieuwe spelers die dat kunnen opvangen of moet de productie dit seizoen vooral meer vanuit het collectief komen?


Ja, dat is wel een behoorlijke aderlating geweest. Deze jongens waren afgelopen seizoen heel belangrijk voor ons. Nu zullen we het meer van het collectief moeten hebben en ervoor moeten zorgen dat de nieuwe jongens in de voorhoede genoeg kansen gaan creëren, met hopelijk ook voldoende doelpunten als resultaat.


Merk jij vanuit jouw positie dat de technische staf daardoor ook andere accenten legt? Wordt er bijvoorbeeld gewerkt aan een andere speelwijze of blijft de basis van vorig seizoen grotendeels intact?


De technische staf zal voortborduren op de speelwijze van afgelopen seizoen. Alleen zullen de accenten nog meer op het collectief worden gelegd.


Het lukte OSM’75 vorig seizoen om de mooie stap naar de derde klasse te zetten. Wat wordt er dit seizoen gevraagd om ook op dit hogere niveau succesvol te zijn en met welke verwachtingen begint de ploeg aan de competitie?


De sportieve ambitie zal altijd zijn om het hoogst haalbare te bereiken, maar we moeten ook realistisch zijn. De derde klasse is sterk, met verschillende gevestigde namen, ploegen die vorig seizoen net naast promotie grepen en degradanten uit de tweede klasse. Voor ons is het daarom in eerste instantie belangrijk om snel aan het niveau te wennen, ons als ploeg verder te ontwikkelen en voldoende punten te pakken om ons te handhaven. Als gedurende het seizoen blijkt dat we er goed voor staan en een periodetitel binnen bereik komt, zullen we er natuurlijk alles aan doen om die kans te grijpen. Wat er uiteindelijk mogelijk is, zal in de loop van het seizoen moeten blijken.


De stap richting de tweede klasse is natuurlijk een flinke. Heb jij het gevoel dat deze jonge groep kan omgaan met de extra druk die ontstaat wanneer de verwachtingen gedurende het seizoen steeds hoger worden?


We hebben een behoorlijk jonge en leergierige groep, die graag het hoogst haalbare wil bereiken. De spelers zijn vooral bezig met hun eigen ontwikkeling en met de stappen die we als ploeg nog moeten zetten. Van extra druk is op dit moment dan ook niet echt sprake. De verwachtingen zorgen juist voor scherpte, energie en een gezonde motivatie binnen de groep.


Als teammanager ben je tijdens de voorbereiding waarschijnlijk op een andere manier druk dan wanneer de competitie eenmaal loopt. Welke werkzaamheden vragen in deze periode de meeste aandacht?


Ervoor zorgen dat de technische staf zich alleen met het voetbalgedeelte bezig hoeft te houden. Ik doe dit gelukkig samen met de andere teammanager, Tomas Schipper. Samen verdelen we de taken, zodat Berry, Richard en Gerrit daar geen omkijken meer naar hebben.


Kun je eens een beeld geven van wat er allemaal bij de functie van teammanager komt kijken? Hoeveel uur steek jij gemiddeld per week in het eerste elftal en hoeveel daarvan speelt zich achter de schermen af?


Gemiddeld denk ik dat we ongeveer tien uur per week bezig zijn om ervoor te zorgen dat alles op rolletjes loopt.

De taken zijn:

  • Ervoor zorgen dat alle materialen bij de trainingen en wedstrijden op het veld staan.

  • Het ontvangen van de scheidsrechters en tegenstanders bij thuiswedstrijden.

  • Ervoor zorgen dat de kleding op wedstrijddagen klaarligt.

  • Ervoor zorgen dat de kleding wordt gewassen. Dit wordt gedaan door good old Emiel Kok, oftewel Opa.

  • Ervoor zorgen dat alle materialen na wedstrijden en trainingen netjes worden opgeruimd.

  • Er zorg voor dragen dat alle materialen op wedstrijddagen meegaan.

  • Ons melden bij de tegenstander.

  • Het organiseren van uitjes en trainingskampen.

  • Dus eigenlijk alles rondom het voetbalgedeelte.


Je betrokkenheid lijkt verder te gaan dan alleen het teammanagerschap bij OSM’75. Wat doe je nog meer binnen de vereniging en mogen we inmiddels zeggen dat de club jouw tweede huis is geworden?


Het is zeker een tweede thuis geworden. Vanwege mijn gewone werkzaamheden en privéleven is het eigenlijk geen optie om nog meer te doen. Maar op de dagen dat ik er ben, kunnen ze me wel voor een hoop dingen vragen, haha.


Waar is jouw band met OSM’75 eigenlijk begonnen? Ben je al van jongs af aan de club verbonden of ben je op een later moment bij de vereniging terechtgekomen?


Wij zijn in 2012 naar Maarssen verhuisd en in 2013 is mijn zoon bij de club gekomen. Hij heeft vervolgens alle selectie-elftallen doorlopen en is op zijn zeventiende gedebuteerd in het eerste elftal. Vanaf 2015 ben ik eigenlijk met hem meegelopen als teammanager en leider van deze elftallen.


Tot slot: jij kunt de sportieve prestaties waarschijnlijk iets meer van een afstand bekijken dan een trainer of speler. Wat vind jij voor OSM’75 het belangrijkste: eerst een stevig fundament neerzetten waarop de club meerdere jaren kan voortbouwen, of moet alles dit seizoen in het teken staan van de volgende stap naar de tweede klasse?


Na de promotie naar de derde klasse afgelopen seizoen denk ik dat we als club aan iets moois kunnen bouwen. Dat kan natuurlijk niet zonder een goed fundament. Van daaruit gaan we zien wat de toekomst ons gaat brengen.


Zoals bij iedereen is het laatste woord voor jou.


Ik wil jou, William, bedanken voor dit interview en voor alle mooie dingen die je belangeloos doet voor VMN en Stichting MZS. Wij als OSM’75 dragen daar graag ons steentje aan bij.


Opmerkingen


bottom of page