top of page

O'Cliance.nl, Raoul Sam-Sin (De Meern), speler aan het woord

  • 21 mei
  • 6 minuten om te lezen

“Het mooiste moment moet nog komen: promotie”

Net getrouwd, midden in de wittebroodsweken én toch tijd maken voor een interview. Afgelopen vrijdag stapte hij in het huwelijksbootje, maar veel stilzitten lijkt er voorlopig niet bij voor de middenvelder van De Meern. Met dezelfde gedrevenheid waarmee hij op het veld speelt, blikt hij terug op zijn eerste seizoen bij de club, vertelt hij over zijn ontwikkeling, zijn ambities én waarom promotie nog altijd het ultieme doel is.

Van zandvelden op Aruba tot het mannenvoetbal in Utrecht: in dit openhartige gesprek gaat het over techniek, strijd, verantwoordelijkheid en de schoonheid van een perfecte assist. “Het mooiste moment moet nog komen.”

Stel jezelf eens voor?

“Ik ben Raoul Sam-Sin, dertig jaar en speler van VVDM 1. Vrijwel mijn hele jeugd heb ik bij UVV gespeeld. Daarna heb ik bij SV Houten nog een jeugdjaar op tweededivisieniveau mogen meemaken, gevolgd door de senioren. Vervolgens heb ik een aantal seizoenen bij FC Breukelen 1 gespeeld, met tussendoor een anderhalf jaar pauze vanwege een buitenlands studieavontuur. Sinds afgelopen seizoen speel ik bij VVDM. Wat 26 jaar geleden begon, is nog steeds het allerleukste spelletje dat er is: voetbal!


Als je terugkijkt op je eerste seizoen bij De Meern: hoe zou je het omschrijven?

“Dat was vorig seizoen. Redelijk succesvol. We haalden de nacompetitie met een relatief jong team. Ik werd gehaald als nummer tien met diepgang en ervaring, maar tijdens het eerste trainingskamp dacht ik eerlijk gezegd dat een basisplek lastig zou worden. Er liep veel talent rond. Uiteindelijk heb ik het hele seizoen gespeeld, maar het was buffelen in de competitie.”


Wat was voor jou het mooiste moment van afgelopen seizoen?

“Dat is nog niet geweest. Ik droom van promotie.”


Wanneer voelde je je echt onderdeel van het team?

“Gaandeweg merkte ik dat de groep en staf mij vertrouwen gaven. Ze accepteren mijn fanatieke en emotionele kant en geven me daarin ook ruimte. Dat voelde als erkenning.”


Heeft het seizoen gebracht wat je ervan verwachtte?

“Nee. We hebben het kampioenschap weggegeven en dat blijft zonde. Ook had ik verwacht vaker direct betrokken te zijn bij doelpunten, zeker gezien onze overwegend aanvallende speelstijl.”


Welke wedstrijd springt er voor jou uit?

“Vooral de wedstrijden waar ik van heb geleerd. De duels waarin ik twee gele kaarten pakte tegen DONK en Nieuw Utrecht bijvoorbeeld. En de uitwedstrijd tegen Nieuw Utrecht, waarin ik het lastig had tegen Mokhtar. Hij was mijn moeilijkste tegenstander van het seizoen en zette me een paar keer mooi op het verkeerde been.”


Waar ben je persoonlijk het meest tevreden over?

“Mijn impact op het team. Die zit niet alleen in goals en assists. Ik probeer anderen beter te maken en mee te denken over hoe we als ploeg kunnen groeien. Het is een mooi compliment dat tegenstanders het lastiger hebben als ik speel.”


Wat wil je komend seizoen nóg beter doen?

´Het moet soms slimmer, bijvoorbeeld door geen schorsingen meer op te lopen. Daarnaast wil ik mezelf beter positioneren voor het doel en op het middenveld nóg meer scannen. Een individuele actie mag ook vaker terugkomen. Uiteindelijk moet mijn directe bijdrage in goals en assists omhoog.”


Wat maakt De Meern volgens jou een bijzondere club?

“Het is een grote club die zich duidelijk ontwikkelt, met een ambitieuze en beheerste visie. Daarbij proberen ze zoveel mogelijk met spelers uit de eigen omgeving te werken.”


Het AD noemde je ooit ‘vrijwel ongrijpbaar’ , herken je jezelf daarin?

“Haha, ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Ik ben veel in beweging zonder bal, zoek vaak de diepte en ga het duel niet uit de weg. In combinatie met techniek kan dat lastig te verdedigen zijn.”

Wat vind jij zelf je grootste kwaliteit als middenvelder?

“Mijn dynamiek. De combinatie van loopvermogen met techniek en fysiek.”


Heb je het gevoel dat jouw spel zich afgelopen seizoen heeft ontwikkeld?

“Ik denk dat ik vooral volwassener ben gaan spelen. Vorig seizoen was ik veel bezig met het team en nu is er meer kwaliteit, waardoor je ook meer vanuit rust en beheersing kunt spelen.”


Werk je ergens specifiek aan buiten trainingen om?

“Ik zit niet in de gym, dat vind ik niets. Ik let wel iets meer op mijn voeding. Daarnaast kijk ik regelmatig voetbal en probeer ik daarvan te leren. Ook denk ik veel na over mijn eigen spel en dat van het team.”


Merk je nog invloeden uit je tijd op Aruba in jouw spel?

“Dit is een onverwachte vraag. Misschien onbewust wel. Ik ben op mijn vierde begonnen met voetballen op Aruba, op zandvelden. Ik denk dat dit toch iets doet met je mentaliteit. Het mag af en toe best pijn doen.”

Welke trainer heeft de meeste impact op jou gehad?

“Iedere trainer heeft zijn invloed gehad. In mijn jeugd bij UVV, onder Wander Brummel en Michel Burgsteden, lag de nadruk op techniek en basisvaardigheden in combinatie met positiespel: snelheid van inspelen, op de juiste voet, driehoekspatronen en twee-tegen-één-situaties.

Bij SV Houten werd dat door Moustafa Talha verder ontwikkeld met verzorgd en aanvallend voetbal. Dat was een geweldige periode waarin individuen excelleerden en we tegenstanders als Lienden van de mat speelden.

Bij FC Breukelen, onder Frans Schuitemaker, leerde ik het mannenvoetbal: fysiek, zakelijk spelen en wedstrijden koste wat kost winnen.

Later heeft Cas van den Berg mij geholpen om tactischer en analytischer naar het spel te kijken. Die gedetailleerde videoanalyses zijn soms confronterend.”


Wat is de belangrijkste les die voetbal jou heeft geleerd?

“Voetbal is een weerspiegeling van de samenleving. Alles loopt door elkaar: oud en jong, rijk en arm, zwart en wit. Met al die verschillende individuen moet je samenwerken, gedisciplineerd zijn, omgaan met druk en tegenslagen en verantwoordelijkheid nemen.”


Hoe combineer je topamateurvoetbal met je werk bij Capgemini Invent?

“Dat gaat eigenlijk prima. Je had me beter kunnen vragen hoe ik het combineer met mijn sociale leven en het thuisfront. Richting mijn werk ben ik duidelijk over mijn trainingsavonden en dat werkt tot nu toe goed. Soms moet er een deadline gehaald worden en dan is de staf ook flexibel.

Voetballen is voor mij een gewoonte, een vast ritme: dinsdag, donderdag en zaterdag. Lekker de deur uit, buiten zijn, zweten en je hoofd legen.”


Ben jij in de kleedkamer eerder rustig of juist aanwezig?

“Aanwezig, maar wel met oog voor de groep. Ik probeer ruimte te laten als dat nodig is. Dat kan soms lastig zijn, want ik spreek graag uit wat ik denk en voel, vooral als ik het idee heb dat het het team kan helpen.”


Wat zullen ploeggenoten waarschijnlijk niet van jou verwachten?

“Niet heel veel. Ik ben een redelijk open boek.”


Hoe laad jij jezelf op voor een wedstrijd?

“Juist niet uitslapen op zaterdag, anders krijg ik van die papbenen. Het liefst ben ik ook al vroeg de deur uit; ik houd niet van wachten. Soms neem ik op vrijdag een klein borreltje. Het allemaal niet te groot maken.”

Wat voor muziek luister je onderweg naar de club?

“Van alles, maar meestal niet de muziek die in de smaak valt in de kleedkamer.”


Wat zijn jouw doelen voor volgend seizoen?

“Promoveren.”


Tegen welke ploeg kijk je het meest uit om te spelen?

“FC De Bilt blijft een mooie uitdaging, daar hebben we het altijd lastig mee. Daarnaast zou ik graag eens tegen ploegen als Kampong, Hercules en DOVO spelen om onszelf en mijzelf te meten op dat niveau.”


Waar hoop je over vijf jaar te staan, binnen of buiten het voetbal?

“Mijn vader heeft tot zijn 55ste gevoetbald en dat lijkt me ook wel mooi. Als mijn lichaam het toelaat, sta ik over vijf jaar nog steeds op het veld.”


Mooiste goal of mooiste assist?

“De mooiste goal moet nog komen: vanaf de middenlijn. Ik kijk nog altijd iedere wedstrijd of de keeper ver voor zijn doel staat. Als het momentum goed is en die bal een keer perfect valt, zou dat prachtig zijn.

De mooiste assist moet denk ik ook nog komen. Ik heb weleens met een buitenkantje voet aanvallers bediend, maar daar kwam dan een penalty uit voort. Ik ben ook fan van overstapjes en vind eigenlijk dat die in het voetbal als assist zouden moeten tellen. Een balletje achter het standbeen is ook altijd lekker.

De mooiste assists zijn sierlijk, met gevoel en een zuivere intentie.”


Techniek of strijd?

“Techniek. Al heb je soms strijd nodig om wedstrijden te winnen.”


Wie wint er altijd bij kleine partijtjes op training?

“We spelen vaak Barca-partijtjes aan het einde van de training. Opvallend genoeg laat de trainer mij zelden als eerste starten…”


Slechtste muziek in de kleedkamer?

“Zonder twijfel Trevor Mulder. Ik hoor al twee seizoenen dezelfde playlist.”


Als jij coach was van De Meern voor één wedstrijd: wat zou je direct veranderen?

“Dan zou ik een keer kiezen voor puur resultaat en met ‘lelijk’ voetbal drie punten pakken.”


Het laatste woord is voor jou….

“Ik hoop dat het amateurvoetbal niet te veel wordt overgeprofessionaliseerd en dat we allemaal blijven genieten van het spelletje. En aan jullie: gaaf dat jullie dit initiatief zijn gestart en het amateurvoetbal in Midden-Nederland een podium geven. Veel succes!”


Exclusief voor VMN

Robyn de Boer



Opmerkingen


bottom of page