top of page

"Na 17 jaar seniorenvoetbal nog altijd hongerig: Mike van Oostrom blijft strijden”

  • 12 mrt
  • 13 minuten om te lezen

Promoties, derby’s, volle tribunes en onvergetelijke wedstrijden. Mike van Oostrom maakte het allemaal mee in zijn lange carrière in het amateurvoetbal. De ervaren Montfoortspeler blikt openhartig terug op hoogtepunten, teleurstellingen en zijn liefde voor het spel.

Hoi Mike, allereerst: stel je eens voor?

Mike van Oostrom, geboren op 23-01-1991 in Utrecht. Ik werk bij de Utrechtse zwembaden als coördinator en instructeur. Ik heb een vriendin met wie ik samenwoon en we hebben een zoontje van 3 jaar.


Laten we maar eerst bij het huidige seizoen beginnen. Hoe kijk je tot nu toe naar het seizoen van jullie ploeg? Wat mij vooral opvalt is dat jullie in de eerste helft heel veel gelijk hebben gespeeld. Is daar een verklaring voor? Waar liet de ploeg het volgens jou op dit moment vooral liggen in de competitie?

Ik heb de eerste drie wedstrijden niet meegemaakt vanwege een cortisone-injectie in de enkel. Ik heb grotendeels de voorbereiding gemist en moest bij het tweede elftal wedstrijdritme opdoen. De wedstrijden die ik daarna heb gezien gingen soms gelijk op en in sommige wedstrijden vergeet je de kansen af te maken, of had je juist geluk dat het nog gelijk stond.


Welke punten hebben jullie als team in de winterstop met elkaar besproken om in de tweede seizoenshelft beter voor de dag te komen? Worden die aandachtspunten ook nadrukkelijk meegenomen in de trainingen en zie je daar inmiddels verbetering in?

Tijdens het trainingskamp in Malaga hebben we kort teruggekeken op de eerste seizoenshelft. We hebben niet echt specifieke punten besproken; het was meer een eyeopener voor iedere speler. Wat wordt er van je gevraagd en wat lever je tijdens trainingen en wedstrijden? De trainer bespreekt op dinsdag en donderdag het tactische gedeelte met de groep aan de hand van beelden. Dan analyseren we de vorige wedstrijd en kijken we vooruit naar de komende tegenstander. De dingen die daaruit komen trainen we vervolgens ook veel op.


Zie je wel verbetering binnen het team?

Dat vind ik lastig te zeggen. Soms zie je dat het goed wordt opgepakt en dat we uitvoeren wat er gevraagd wordt, maar er zijn ook momenten in wedstrijden dat we juist iets heel anders doen. Dat heeft denk ik ook met het niveau te maken. Op een hoger niveau zie je vaak dat spelers tactische afspraken sneller herkennen en beter blijven uitvoeren.


Jij gaf vorige week in een artikel aan dat je zelf niet tevreden was of bent met je rol in de eerste seizoenshelft. Je was geen vaste basisspeler. Hoe kijk je nu terug op die periode?

Voor mij persoonlijk was het een lastige eerste seizoenshelft. De trainer maakt keuzes en die heb je als speler te accepteren. Daar hoef je het niet altijd mee eens te zijn, maar je moet wel positief blijven naar de groep en er staan als je je kans krijgt. Soms voelt het alleen wel gek. Ik ben 35, heb jarenlang op een goed amateurniveau gespeeld en veel voor deze club betekend. Dan start je bijvoorbeeld een keer in de basis tegen Nieuw Utrecht, speel je volgens veel mensen een goede wedstrijd en krijg je na afloop complimenten dat je misschien wel de beste man op het veld was. En een week later speel je weer in het tweede. Dat is soms lastig te begrijpen. Maar goed, ik ben niet het type dat dan meteen zijn tas inlevert. De trainer maakt keuzes en die moet je accepteren. Alleen had ik na vorig seizoen, waarin ik een hele belangrijke rol had en we in de tweede klasse zijn gebleven, wel meer krediet verwacht. De trainer is verder gewoon een aardige man en heeft ook humor. Maar dan denk je zelf: er valt weinig te lachen


Heeft die fase je misschien ook iets geleerd over jezelf als speler of als persoon?

Zeker, je leert altijd. Kijk, het blijft voor mij een hobby op amateurniveau. Je moet er toch samen het beste van maken, anders wordt het een heel lang seizoen. Wat ik wel jammer vond, is dat ik vanuit het bestuur lange tijd weinig heb gehoord. Dat hoort misschien ook een beetje bij de voetballerij. Het laat ook zien dat wat je in het verleden allemaal hebt gedaan geen garantie is voor de toekomst.

De tweede seizoenshelft verloopt op dit moment wel erg wisselvallig, verlies tegen EDO, Parkhout en Zeist, maar winst tegen VVIJ en koploper De Meern. Spelen jullie in een ander systeem, of is het meer een kwestie van alles of niets in vergelijking met de eerste seizoenshelft?

We spelen nog steeds hetzelfde systeem. De laatste vier wedstrijden sinds VVIJ, na de winterstop, sta ik weer in de basis. Wat ik wel merk is dat we het lastig hebben tegen ploegen die ver inzakken. Zoals bij EDO uit. Daar verliezen we terwijl we eigenlijk niets weggeven, maar zelf ook heel weinig creëren. Tegen ploegen die juist druk zetten krijgen wij meer ruimte in de omschakeling en komen we ook makkelijker tot kansen.


Laten we eens naar de selectie kijken. Is die breed genoeg en bezit de selectie voldoende kwaliteit om er meer uit te halen dan jullie tot nu toe hebben laten zien?

Voor dit niveau, de tweede klasse, is de selectie op zich prima. Alleen voorin en op de flanken is de spoeling wat dun.


Wat mij wel opvalt, jullie hebben de minst gepasseerde verdediging, met slechts 15 tegengoals. Heeft het er dan toch mee te maken dat jullie voorin wat stootkracht missen? 23 doelpunten is ook niet bijster veel?

Aanvallend hebben we best moeite met het afmaken van kansen. De organisatie achterin staat meestal prima en je geeft weinig grote kansen weg. Soms komt daar ook wel wat kunst- en vliegwerk en vooral goed keeperswerk bij kijken dat een goal voorkomt. Ik zeg altijd, de ranglijst liegt uiteindelijk niet. Soms heb je geluk, soms pech, maar in deze competitie kan bijna iedereen van elkaar winnen.


Zaterdag staat de derby tegen FC Oudewater op het programma, wat zegt dat voor jullie?

Voor veel spelers en supporters is dat echt de wedstrijd van het seizoen. Ik verwacht een lastige wedstrijd, omdat zij waarschijnlijk ver gaan inzakken. Dan ligt de uitdaging bij ons om het spel te maken.


Laten we eens teruggaan naar jouw voetballeven. Waar begon je met voetballen? Bij welke club zette jij je eerste stappen op het veld?

Ik kom uit een Elinkwijk- en Zwaluwen Vooruit-familie. Als vierjarige ben ik begonnen bij de welpjes van Zwaluwen Vooruit. Ik woonde al in Nieuwegein, maar mijn vader en oom voetbalden daar. Ik was ook de “waterman” van het veteranenteam.


Heb jij in je jeugd nog bij een andere club gespeeld?

Op mijn twaalfde had ik de keuze om bij Elinkwijk of Houten te gaan voetballen in de D1. Beide teams speelden op het hoogste niveau. De keuze viel op Houten. Daar heb ik tot mijn zeventiende gevoetbald; een mooie tijd was dat. We wonnen in de B1, onder trainer Ron de Waal, uit bij FC Utrecht B1 met 1-4. Namen die nu nog, of lang, in de profwereld hebben rondgelopen deden mee bij dat elftal. Ik stond samen met Leon de Kogel achterin. Het jaar erop ging hij de spits in bij Houten en zo geschiedde het, en ik ging naar Alphense Boys.


Wanneer en bij welke club maakte jij uiteindelijk je debuut in het seniorenvoetbal, en onder welke trainer was dat?

Via via kwam ik in contact met Alphense Boys en kon daar in hun A1 komen, op dat moment spelend in de eerste divisie zaterdag. Prachtige wedstrijden, een trip naar Sunderland, getraind op hun prachtige velden. Wat een verschil met de velden in Nederland. Bij AB was het drie keer per week trainen met een hoge intensiteit. Daar trainde ik onder Henk van ’t Hof. Hij had geen officiële papieren, maar was wel de beste trainer die ik heb gehad. Hij heeft mij echt een stuk technischer gemaakt. Op zondag (het eerste elftal van AB speelde toen nog op zondag) maakte ik als junior mijn debuut als invaller in het seniorenvoetbal onder Cesco Achterberg. Met het eerste promoveerden we toen nog naar de hoofdklasse en met de A1 bleven we in de eerste divisie. Destijds had je twee eerste divisies, en dat werd het jaar erop samengevoegd tot nog maar één eerste divisie. Je moest bij de top zes eindigen om het jaar erop weer in de eerste divisie te mogen uitkomen. We eindigden op plek zeven, maar omdat HFC Haarlem failliet ging, schoven we door naar plaats zes. Dat was ons geluk.


Tussen je debuut en nu, bij welke clubs heb je nog meer gespeeld en in welke periode en als je tevens terugkijkt: welke hoogtepunten springen er voor jou echt uit? Zijn dat momenten op het veld, kampioenschappen, promoties of misschien juist bepaalde wedstrijden die je nooit meer vergeet?

Ik wilde op zaterdag blijven voetballen en werd benaderd door Roël Frankel (masseur) en Jeroen de Vlieger om bij vv Montfoort te komen voetballen. Zij komen allebei uit de Zwaluwen Vooruit-familie, vandaar het lijntje.

Mijn 1e jaar als senior bij Montfoort onder Marinus Dijkhuizen was een sprookje. Ik kwam na een paar wedstrijden in de basis en leerde aan de hand van de oudere spelers het seniorenvoetbal goed kennen. In de nacompetitie behaalden we de promotie naar de Topklasse.

De finalewedstrijd thuis tegen CSV Apeldoorn op een afgeladen sportpark is wel een van de hoogtepunten van mijn carrière, zo niet de grootste.

In de Top- en Hoofdklasse waren er prachtige wedstrijden. Winst uit bij Genemuiden en Noordwijk. Thuis gelijk tegen Quick Boys, GVVV en Spakenburg, die in de blessuretijd allebei nog gelijkmaakten. De winnende maken in de 90e minuut tegen Ajax met een halve omhaal (als fervent FCU-supporter natuurlijk prachtig).

Met Montfoort voor de KNVB-beker winnen bij De Treffers en vervolgens loten tegen Sparta. Helaas was dat een maatje te groot.

Een kleine anekdote nog, de uitwedstrijd bij Genemuiden zal ik altijd blijven herinneren. In de eerste helft stonden we 0-2 achter en ik had de harde kern, zo’n 500 man die niet alleen drank hadden genuttigd, aan mijn kant staan. De hele eerste helft werd er over mij en de speler voor mij op de linkerkant gezongen, omdat de goals via onze kant vielen. Als achttienjarige is dat best wennen, helemaal als je zoiets nog nooit hebt meegemaakt. Na rust stond er een ander Montfoort en kwamen wij tien minuten voor tijd op 2-2. Ik reageerde toen terug richting het publiek, en dat konden zij natuurlijk niet waarderen. Vijf minuten later werd het 3-2 en werd er weer volop over mij gezongen, wat je kon verwachten. In de 90e minuut maakten wij de 3-3 en stond ik weer lachend naar het publiek te springen. In de 94e minuut scoorden wij zelfs de winnende 3-4. Het hele elftal, inclusief staf, lag bij de cornervlag te rollen en ik stond tegenover de harde kern te juichen. Dat werd mij niet in dank afgenomen en ik moest snel de kleedkamer invluchten. De supporters stonden mij op te wachten. Ik werd toen onder begeleiding, snel over het hek klimmend, naar de bus gedirigeerd.

Als jonge speler was ik niet de makkelijkste voor een trainer. Dit leidde na vier jaar tijdens het seizoen tot mijn vertrek voor een halfjaar naar VVIJ. Daar een leuke tijd gehad met een prima team onder trainer David Vecht (KNVB-docent). Promotie naar de 1e klasse via de nacompetitie tegen Hoofddorp.

Vervolgens ben ik naar Woerden gegaan. Daar speelden veel jongens uit Nieuwegein met wie ik ook naast het voetbal omging. In die periode werd ik benaderd door Jodan Boys om het volgende seizoen te komen voetballen. Ik zag dit als een mooie uitdaging, mede doordat mij naast het voetbal een mooie baan werd aangeboden. Daarnaast was het lekker om op zaterdag in de Hoofdklasse te spelen. Dat jaar werd echter niet wat ik ervan had gehoopt. Ik wilde graag als centrale man spelen; dat was tijdens de gesprekken ook de bedoeling, maar ik werd als linksback neergezet. Op die positie had ik al jaren geen plezier meer. Montfoort kwam weer op de lijn en de overschrijving was snel geregeld.

Vervolgens heb ik tot de fusie bij vv Montfoort gevoetbald. In het laatste jaar werd ik benaderd door DHSC om daar te komen voetballen. Die uitdaging kon ik niet laten liggen. Het eerste jaar streden we samen met Sportlust om de titel. Echter, corona gooide roet in het eten. Zij hadden één punt meer en kregen de promotie. Het tweede jaar zijn er door corona maar zes wedstrijden gespeeld. In die twee seizoenen veel (leuke) zaken met de Sneijder-familie meegemaakt.

Daarna weer twee jaar terug naar Montfoort ’19, de fusieclub. Vervolgens stapte ik over naar Maarssen. Zij benaderden mij met een mooi ambitieus plan. Ook hier speelden weer veel spelers uit Nieuwegein (waaronder mijn zwager Eddy Vorm) met wie ik dagelijks omging. Helaas stopten zij bijna allemaal na mijn ja-woord en gingen lager spelen bij Parkhout. Maarssen was voor mij een teleurstelling. Zelf had ik een blessure vanaf eind oktober: botsplinters in mijn grote teen. Ik was pas weer beschikbaar in de laatste vijf wedstrijden, maar de degradatie was niet meer te voorkomen. Bij de club zelf was er een groot verschil van inzicht tussen Herman Jansen en het bestuur. Herman trok zich grotendeels terug. Voor mij een reden om te vertrekken.


Je bent inmiddels voor de vierde keer terug bij Montfoort. Wat trekt Montfoort dat je toch steeds weer teruggaat? Wat mis je dan bij andere clubs of is het meer het vertrouwde nest dat je steeds mist? Is het een soort heimwee, wel ergens anders proberen, maar er uiteindelijk achter komen dat het bij Montfoort toch beter en leuker is?

Montfoort kwam inderdaad weer op de lijn en daar speel ik nu de laatste twee seizoenen. Montfoort is mijn cluppie na elf seizoenen. Vooral in de oude kantine van VVM zijn er de nodige feesten gevierd. Er was altijd wel een reden. Het is een warme dorpsclub en ik heb ook altijd een goede band met de supporters gehad. Het verschil tussen het oude VVM en Montfoort ’19 is dat er nu wordt ingezet op de eigen jeugd. De ambitie ligt nu anders. Ik moet wel zeggen dat zonder Edwin de Bruin de club nu derde klasse had gespeeld.

Als je jezelf als speler in een paar woorden moet omschrijven, wat voor type voetballer is Mike van Oostrom en waar liggen volgens jou jouw grootste kwaliteiten op het veld? En als je terugkijkt op je lange carrière, hoe heb jij je als speler door de jaren heen ontwikkeld? Je staat bekend als iemand die zegt wat hij denkt en het hart op de tong heeft. Heeft dat jou in je carrière vooral geholpen, of werkte het soms ook weleens tegen je?

Als voetballer heb je je na zeventien jaar seniorenvoetbal wel ontwikkeld. Ik ben mijn voetballoopbaan gestart als linksback. De laatste acht seizoenen als linker centrale verdediger of op het middenveld. Ik ben ook vaak gebruikt als extra spits. Je leert de situaties beter inschatten en het spel lezen. Ik ben sterk in de duels, heb nog steeds de snelheid om 1-tegen-1 te kunnen spelen en geef leiding aan het team. Ik ben een winnaar. Winst is wat telt. Ik ga voorop in de strijd. Ik ben ook een persoon die geen blad voor zijn mond neemt. Dat valt niet altijd in goede aarde. Het is echter de aard van het beestje.


Je bent inmiddels 35 jaar en zit in de “lente” van je voetbalcarrière. Hoe voelt je lichaam eigenlijk nog? Kun je nog altijd fit en blessurevrij blijven spelen? Hoe lang denk of hoop je zelf nog op selectieniveau door te gaan?

Ik doe er een hoop voor om fit te blijven. Ik fitness en pak hersteloefeningen. Op werk of op de club neem ik een ijsbad en combineer dat met een warm bad. De fysio van de club, Mats, behandelt mij ook goed en veel. Ik heb eigenlijk altijd al vaak op de bank gelegen tijdens mijn voetbalcarrière en liet mij goed behandelen voor en na een training of wedstrijd. Daar pluk ik nu nog de vruchten van. Verder loop ik de deur plat bij fysiopraktijk Stephan Visser. Die pakt mijn lichaam ook aan en zorgt voor een sneller herstel. Het vraagt wel een hoop tijd en energie, en hoe ouder je bent, hoe lastiger dat soms wordt. Ik train elk seizoen een aantal weken apart met mijn vader voordat de voorbereiding begint en geef mijn lichaam zo een extra buffer. Zolang het lichaam het toestaat, wil ik selectie blijven voetballen. Ik haal er nog veel plezier uit.


Hoe kijk jij eigenlijk naar het huidige amateurvoetbal? Is het in jouw ogen veel veranderd ten opzichte van toen jij begon?

Er is behoorlijk veel veranderd binnen het amateurvoetbal. Je merkt bij veel jongens van de nieuwe generatie dat ze er veel minder mee bezig zijn of er minder voor overhebben. Dat zie je bij meerdere clubs. Er is ook weinig behoefte, zo merk ik, om hogerop te willen spelen. Of misschien willen ze het wel, maar het mag geen extra moeite kosten. Vrijdagavond wat biertjes drinken is in deze tijd normaal geworden. Ik drink nu ook op latere leeftijd nog steeds geen alcohol de dag voor de wedstrijd. Vroeger had je nog een aantal jongens van mijn leeftijd rondlopen. Dat waren Montfoortse jongens en daar zaten spelers bij met een drive om bij andere clubs op een hoger niveau te gaan spelen of financieel er beter op te worden. In die tijd ging trainen trouwens voor andere dingen, zoals een Europese wedstrijd doordeweeks bezoeken, of je was zaterdags sowieso altijd aanwezig. Dat is nu wel anders.

Ik heb dertig jaar lang een seizoenskaart van FC Utrecht gehad en hoe fan ik ook ben van de club: de legendarische wedstrijd tegen Celtic thuis (hoe moeilijk ik het ook vond) liet ik aan mij voorbijgaan en ik koos ervoor om gewoon te trainen. Als oudere speler is dat soms best lastig te begrijpen, maar ik heb het inmiddels wel geaccepteerd. Het is nu eenmaal de tijd en dat merk je ook in het dagelijks leven.

Stel dat je je carrière opnieuw mocht beginnen met de kennis van nu, zou je dingen anders hebben aangepakt?

Ik zou zeker wat dingen anders gedaan hebben als ik nu opnieuw mocht beginnen. Een makkelijkere speler zijn in gedrag en omgang naar trainers en spelers, en meer openstaan voor feedback en adviezen.


Wat zou je jonge spelers die nu in een eerste elftal doorbreken willen meegeven vanuit jouw ervaring?

Ik raad jonge jongens aan veel naar oudere spelers te luisteren en vooral tactisch van hen te leren. De stap van junioren naar senioren op hogere niveaus vraagt namelijk een hoop.


Heb je nog bepaalde sportieve doelen of ambities die je graag wilt bereiken voordat je stopt?

Ik heb op deze leeftijd verder geen doelen meer en zie wel wat er nog op mijn pad verschijnt.


Waar ben je eigenlijk het meest trots op als je terugkijkt op alles wat je in het voetbal hebt meegemaakt?

Het meest trots ben ik toch wel op het promoveren naar de Topklasse met een klein clubje als Montfoort.


Hoe hoop je dat mensen jou later herinneren als voetballer en als persoon binnen een team?

Herinnerd worden als de gezellige, vrolijke, gekke Mike van Oostrom, die soms in een discussie terecht kon komen maar altijd voor iedereen klaarstond en aanspreekbaar was. Dat lijkt me mooi.


Je hebt in verschillende kleedkamers gezeten. Wat maakt volgens jou een team echt succesvol: kwaliteit, mentaliteit of juist de sfeer binnen de groep?

Alle drie zijn het belangrijke punten voor prestaties. Uiteindelijk bepaalt kwaliteit op het veld veel, maar een goede mentaliteit en een sterk groepsproces kunnen zeker bijdragen aan het verloop van een seizoen.


Welke drie medespelers uit jouw carrière tot nu toe hebben de meeste indruk op jou gemaakt?

Jeroen de Vlieger, Mounir El Hamdaoui en Tijjani Noslin en ook zeker nog een aantal andere spelers hebben de meeste indruk op mij gemaakt.

Als jij één wedstrijd uit je carrière nog eens opnieuw mocht spelen, welke zou dat dan zijn en waarom?

De finalewedstrijd tegen Apeldoorn voor de Topklasse zou ik graag nog eens willen herbeleven, vooral als ik de dvd van die dag en wedstrijd terugkijk.


Zie je jezelf na je actieve carrière nog iets doen in het voetbal, bijvoorbeeld als trainer, leider of in een andere rol binnen een club? Of denk je dat het na je spelerscarrière ook mooi is geweest en je je dan volledig op andere dingen in het leven gaat richten?

Er is wel vaker tegen mij gezegd dat ik trainer moet worden als ik stop, of met de jeugd aan de slag moet gaan, of ergens bij de technische commissie moet deelnemen. Dat past denk ik ook wel bij mij, het trainerschap. Alleen gaat daar een hoop tijd in zitten om eerst alle papieren te halen en ik weet nog niet of ik daarop zit te wachten. Ik sta er in ieder geval voor open.

Mike dank voor dit mooie en open gesprek, heel veel succes nog dit seizoen!!

Opmerkingen


bottom of page