top of page

Mike Maaswinkel(keeperstrainer SVL, seizoen 26-27), aan het woord

  • 7 apr
  • 10 minuten om te lezen

Vorige week werd bekend dat Mike Maaswinkel vanaf komend seizoen de nieuwe keeperstrainer wordt van SVL. Een nieuwe stap in zijn voetballeven.

Mike stond zelf jarenlang bekend als een uiterst betrouwbare sluitpost, een keeper waarop je altijd kon bouwen. Met zijn katachtige reflexen en spectaculaire reddingen, zwevend van de ene hoek naar de andere, groeide hij uit tot een vertrouwd gezicht onder de lat. Nu is het moment aangebroken om zijn ervaring, inzicht en passie over te dragen op een nieuwe generatie keepers.

Bij SVL krijgt Mike de kans om zijn kennis en kunde verder te ontwikkelen én te delen. Een rol die hem op het lijf geschreven is, waarin hij niet alleen techniek en tactiek bijbrengt, maar ook het mentale aspect van het keepersvak.

Tijdens de paasdagen zochten wij Mike even op, benieuwd naar zijn visie, ambities en de weg die hem tot deze mooie stap heeft gebracht.

Stel jezelf een voor?


“Mijn naam is Mike Maaswinkel en woonachtig in IJsselstein. Ik ben trotse vader van een zoontje van vier en in het dagelijks leven zelfstandig ondernemer, actief in zowel Nederland als op Curaçao waar ik ook regelmatig verblijf.”


Je begon bij IJFC en maakte daarna de stap naar SV Loosdrecht. Wat waren voor jou de grootste verschillen tussen die clubs?


“Eerlijk gezegd vond ik de clubs meer op elkaar lijken dan dat ze van elkaar verschilden. Zowel bij IJFC als bij SV Loosdrecht hangt er een warme, gebroederlijke sfeer en voelt het echt als een familie. Plezier staat bij beide clubs hoog in het vaandel, zeker ook in de derde helft, die hoort er gewoon bij. Na jarenlang bij IJFC te hebben gespeeld, werd ik bij Loosdrecht ook meteen heel warm ontvangen. Dat voelde voor mij echt als thuiskomen, en dat zegt veel over de mensen binnen die club.”


Wat is het moment uit je tijd bij IJFC waar je nog het vaakst aan terugdenkt?


“Ik heb natuurlijk jarenlang bij IJFC gespeeld en daarin veel hoogte- en dieptepunten meegemaakt, van promoties tot degradaties. Maar als ik één moment moet noemen dat me echt altijd bij zal blijven, dan is dat de promotie in 2017 van de derde naar de tweede klasse. Die finale van de nacompetitie met het team was echt een geweldig moment. Zeker ook omdat we in de jaren daarvoor vaker mooie nacompetities hebben gespeeld, maar het nét niet lukte. Juist daarom maakte dit het zo bijzonder alles viel op z’n plek. Dat is echt een herinnering die voor altijd blijft.”

Bij Loosdrecht heb je ook mooie wedstrijden gekeept. Welke wedstrijd springt er voor jou echt uit?

“Bij SV Loosdrecht heb ik aanzienlijk minder lang gespeeld, maar er is wel één wedstrijd die me altijd is bijgebleven. Dat was tegelijkertijd ook een domper voor de club: de degradatie van de tweede naar de derde klasse. We speelden in de halve finale van de nacompetitie tegen SV Olympia en werden in de allerlaatste minuut uitgeschakeld door een fantastische goal. Dat was natuurlijk zuur, maar die wedstrijd werd echt op het scherpst van de snede gespeeld en daarom blijft hij me zo bij. Wat het voor mij extra bijzonder maakt, is dat ik toen tegenover Tim Ham stond, de keeper met wie ik volgend seizoen mee aan de slag mag gaan bij SVL Langbroek. Dat geeft er toch een mooie, persoonlijke draai aan.”

Keepers zijn toch een beetje gek, wanneer ontdekte jij dat jij er ook één was?


“Ze zeggen altijd dat keepers gek zijn, maar ik ben het daar eigenlijk niet mee eens. Ik denk dat keepers vooral een bijzondere mentaliteit hebben. Het is natuurlijk een unieke positie: er kan geen wedstrijd gespeeld worden zonder keeper, je hebt een ander shirt aan en je bent de enige die de bal met je handen mag pakken. Tegelijkertijd is het ook een beetje een eenzaam bestaan. Je staat er als team, maar op bepaalde momenten sta je er ook echt alleen voor. Als je bijvoorbeeld met 6-0 voorstaat en je krijgt in de laatste minuut een tegengoal, dan baal je daar als keeper nog steeds van. Daarnaast krijg je vaak maar één of een paar momenten in een wedstrijd om je te onderscheiden. Juist daarom moet je altijd scherp en gefocust zijn. Dat maakt het een positie die echt iets speciaals vraagt. Wanneer ik wist dat ik er zo één was? Dat begon eigenlijk al heel vroeg, in de F’jes en E’tjes. Toen vond ik het al leuk om op doel te staan en mezelf daarin te onderscheiden. Vaak speelde ik een helft in het veld en de andere helft als keeper. Daar merkte ik dat ik er gevoel en talent voor had, en vanaf dat moment wilde ik me daarin steeds verder ontwikkelen.”


Wat is volgens jou de meest onderschatte eigenschap van een goede keeper?


“Wat mij betreft heeft dat vooral te maken met communicatie en het mentale aspect. Veel mensen kijken naar de reddingen, maar zien niet wat daaraan voorafgaat. Als keeper kun je door goede coaching en communicatie al heel veel gevaar voorkomen. Je stuurt je verdediging aan, zet mensen goed neer en voorkomt situaties nog voordat ze echt gevaarlijk worden. Dat is iets wat vaak onzichtbaar blijft voor de buitenwereld. Daarnaast speelt het mentale ook een grote rol. Je moet constant scherp zijn en het overzicht houden. Die combinatie van communicatie, coaching en mentale focus maakt het verschil, maar wordt vaak onderschat.”


Heb je ooit een blunder gemaakt waarvan je dacht: “Oei… deze komt nog terug in de kleedkamer”?


Ja, die momenten heb ik zeker gehad en dat hoeft niet altijd alleen maar een fout met een bal te zijn. Ik heb ook weleens een onnodige rode kaart gepakt, waardoor je je team uiteindelijk tekort doet. Dat zijn misschien nog wel de momenten die het meest blijven hangen, omdat je weet dat je jouw team ermee in de steek laat. En ja, die komen dan zeker nog even terug in de kleedkamer. Maar juist van dat soort situaties leer je het meest. Je wordt er scherper van en leert beter inschatten wat wel en niet nodig is op zo’n moment. 

En andersom: wat is je mooiste redding ooit (die je zelf natuurlijk nét iets mooier vertelt dan hij was 😉)?

“Ja, in al die jaren heb ik gelukkig wel wat mooie reddingen gemaakt  al maak je ze in je hoofd natuurlijk altijd nét iets mooier dan ze waren 😉.Ik kan er niet echt één specifiek uitlichten, maar wat voor mij altijd het meest bijzonder is, zijn de momenten waarop je echt beslissend kunt zijn. Bijvoorbeeld een penalty stoppen of vlak voor tijd een belangrijke redding maken waardoor je als team punten pakt. Dat zijn wel de momenten waar je als keeper echt goed op gaat. Dan kun je het verschil maken voor je team, en dat maakt het gewoon fantastisch.”


Je gaat nu starten als keeperstrainer bij SVL. Wat lijkt je leuker: zelf in de goal staan of anderen beter maken? 


“Het zelf keepen blijft natuurlijk fantastisch, dat gevoel raak je nooit kwijt. Daar is het allemaal mee begonnen en dat blijft het leukste wat er is. Maar ik ben eigenlijk al jarenlang actief als coach. Ik heb op mooie niveaus mogen werken, van de jeugd bij Ajax tot aan de vrouwen in de Eredivisie bij Excelsior. Wat ik daarin het meest bijzonder vind, is dat je op elk niveau weer bezig bent om keepers beter te maken. Het overbrengen van je eigen ervaring en het begeleiden van die ontwikkeling geeft echt veel voldoening zeker als je ziet dat iemand stappen maakt. Dus zelf spelen blijft speciaal, maar het coachen en anderen beter maken is minstens zo mooi geworden voor mij.”

Hoe streng ben je voor je keepers op training? Ben je meer de drillsergeant of de motivator?


“Ik ben absoluut geen drillsergeant, ik zie mezelf veel meer als een ontwikkelaar. Iemand die spelers niet alleen vertelt wat ze moeten doen, maar ze vooral laat inzien waar hun potentieel en mogelijkheden liggen. Ik geloof niet zo in alleen maar voordoen of aanreiken. Spelers leren het pas echt als ze het zelf ervaren en merken dat het resultaat oplevert in een bepaalde situatie. Daarom richt ik mijn trainingen ook zo in dat ze zo wedstrijd-echt mogelijk zijn. Ik probeer keepers niet in een vast stramien te duwen, maar ze juist in situaties te brengen waarin ze zelf keuzes moeten maken. Welke keuze ze uiteindelijk maken, is aan hen en juist daar zit de ontwikkeling. Als ontwikkelaar wil ik spelers begeleiden in hun eigen proces, zodat ze zelf gaan begrijpen wat werkt en daar uiteindelijk sterker van worden.”


Wat is de belangrijkste les die jij jonge keepers altijd probeert mee te geven?


“De belangrijkste les die ik jonge keepers wil meegeven, is: ga spelen. Maak vlieguren. Kies er niet voor om ergens op de bank te zitten, maar zorg dat je zoveel mogelijk minuten maakt in wedstrijden. Uiteindelijk is de wedstrijd waar je beter in wilt worden. Je kunt nog zo hard trainen, maar daar leer je het echte werk niet. Ik ben daarom ook blij dat ik volgend seizoen met twee jonge keepers aan de slag mag die er bewust voor kiezen om op niveau vlieguren te maken. Natuurlijk zullen er altijd keuzes gemaakt moeten worden, maar ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat ze zoveel mogelijk minuten kunnen maken. En mocht dat in wedstrijden toch niet lukken, bijvoorbeeld omdat iemand op de bank zit, dan probeer ik in mijn trainingen de wedstrijd zo realistisch mogelijk na te bootsen. Zodat ze ook daar écht leren en zich blijven ontwikkelen.

Zie je jezelf ooit nog terugkeren onder de lat, al is het maar “voor noodgevallen”?


“Zeg nooit nooit… dat blijft toch een beetje kriebelen. Ik zorg er in ieder geval voor dat ik fit blijf, dus mocht het echt nodig zijn, dan kan ik altijd nog inspringen ‘voor noodgevallen’. Maar mijn focus ligt nu echt op het trainerschap en het ontwikkelen van keepers. Volgens mij is het ook gewoon tijd voor een nieuwe generatie die het uiteindelijk nog beter gaat doen dan ik.”


We horen dat je een grote Curaçao-fan bent. Waar komt die liefde vandaan?


“Ja, dat klopt 😄 die liefde is eigenlijk door de jaren heen gegroeid. Vanaf het moment dat ik daar voor het eerst kwam, voelde het meteen goed. De sfeer, de mensen en het tempo van het leven spreken me enorm aan. Het is heel ontspannend, maar tegelijkertijd ook heel levendig. Voor mij voelt het echt als een plek waar je tot rust komt. Sinds een jaar ben ik ook trotse eigenaar van een vakantievilla op Curaçao, dus dat maakt de band natuurlijk nog sterker. Reden genoeg om vaker die kant op te vliegen en er nog meer tijd door te brengen. Het begint inmiddels echt als een tweede thuis te voelen.”

Als jij één Curaçaose speler zou mogen kiezen om jouw team te versterken, wie zou dat zijn?


“Als ik iemand zou moeten kiezen, dan ga ik voor Riechedly Bazoer. Vooral vanwege zijn achtergrond. Hij komt uit de regio Utrecht en heeft in de jeugd bij Elinkwijk gespeeld een club waar ik zelf ook jarenlang in de jeugdopleiding heb mogen spelen. Dat maakt het voor mij toch net wat bijzonderder. Het is mooi om te zien hoe iemand vanuit dezelfde regio en met zo’n basis uiteindelijk zo’n carrière opbouwt. Dat geeft toch een extra laag aan zo’n keuze.”


Stel: jij moet een keepersclinic geven op Curaçao… strandtraining of gewoon ouderwets gras?


“Voor mij heeft dat ook echt een persoonlijke lading. Volgens mij was het in 2012 dat ik voor het eerst op Curaçao kwam, nadat ik door Frank Hogenes werd uitgenodigd om daar vanuit Ajax een keepersclinic te geven. Dus mijn eerste ervaring met het eiland was meteen op het veld, met Curaçaose jeugdkeepers. Dat maakte het extra bijzonder en ook gewoon superleuk om te doen. Als ik nu zou moeten kiezen, ga ik toch voor gras. Uiteindelijk wordt voetbal daar gespeeld, ook op Curaçao. Op het veld kun je situaties het meest realistisch nabootsen en daar zit voor mij de echte ontwikkeling. Maar eerlijk is eerlijk: als we op het strand staan, dan geven we geen voetballes… dan doen we eerder een potje beachtennis 😉 Dat is inmiddels ook een tweede passie geworden.” 

Wie was de lastigste spits die je ooit tegenover je hebt gehad?


“Eerlijk gezegd heb ik in al die jaren tegen zoveel goede spitsen gespeeld dat het voor mij lastig is om er één specifiek uit te lichten. Wat voor mij vooral is blijven hangen, zijn de duels die je met bepaalde spelers had. In de wedstrijd was het vaak echt op het scherpst van de snede je wilde allebei winnen en gaf alles. Maar juist daarna ontstond er vaak ook respect. Dan zat je na afloop gewoon samen een biertje te drinken en kon je er ook om lachen. Dat maakt het voetbal voor mij mooi. Dus ik kan niet één naam noemen, maar er zijn zeker meerdere spelers met wie ik echt mooie ‘gevechten’ heb gehad op het veld.” 


Wat zeiden je teamgenoten over jou dat (misschien) een beetje waar is?


“Als ik daar nu kritisch naar kijk, dan is alles wat mijn teamgenoten destijds over mij dachten en zeiden eigenlijk gewoon waar. Dat is hoe zij mij als persoon op dat moment zagen, dus daar heb ik niks tegen in te brengen al dacht ik daar toen misschien anders over. Als ik er nu op terugkijk, zie ik vooral dat ik heel fanatiek was. Misschien zelfs een tikkeltje té gedreven. Ik denk dat ik voor tegenstanders ook gewoon een vervelende speler kon zijn om tegen te spelen. Iemand die er alles aan deed om te winnen en daarin soms best irritant kon zijn. Maar uiteindelijk kwam dat wel voort uit de drive om beter te worden en het maximale eruit te halen.”


Heb je een vast wedstrijdritueel of bijgeloof?


“Niet echt een bijgeloof, maar ik had wel altijd mijn vaste routine richting een wedstrijd. Voor mij zat het vooral in de voorbereiding: op dezelfde manier naar de wedstrijd toe leven, dezelfde dingen doen in de warming-up en zorgen dat ik mentaal scherp was. Dat gaf rust en vertrouwen. En vlak voordat we begonnen had ik ook altijd een vast momentje: ik liep vanaf de middenlijn terug naar mijn doel, tikte één keer de lat aan en liep daarna naar mijn linker doelpaal om mijn schoenen even tegen de paal af te kloppen. Dat was iets wat ik eigenlijk altijd deed. Of het echt ergens voor nodig was? Geen idee 😄 maar in mijn hoofd hoorde het er gewoon bij en als keeper ben je daar toch een beetje gevoelig voor.” 

Het laatste woord is voor jou…


“Bij SV Loosdrecht heb ik mijn actieve carrière als speler mogen afsluiten, en daar kijk ik met een heel goed gevoel op terug. Ik wil iedereen binnen de club bedanken voor de tijd, de sfeer en de mooie momenten. Ik heb hier veel mensen leren kennen en dat maakt het voor mij extra bijzonder. Daarnaast wil ik ook SVL Langbroek bedanken voor deze mooie kans om volgend seizoen als keeperstrainer mijn trainerscarrière nieuw leven in te blazen. Ik heb er ontzettend veel zin in en we gaan er samen een prachtig seizoen van maken.”


Exclusief voor VMN

Robyn de Boer


Opmerkingen


bottom of page