top of page

Maurits Nijenhof(EDO), speler aan het woord

  • 9 apr
  • 3 minuten om te lezen

“Hard werken en dan komt de kwaliteit vanzelf: Maurits Nijenhof over goals, humor en EDO”


Maurits Nijenhof is inmiddels een vertrouwd gezicht bij EDO. De 27-jarige aanvaller uit Culemborg beleeft zijn derde seizoen bij de club en laat zich kennen als een harde werker met een neusje voor de goal. Met een verleden bij onder meer Vriendenschaar, De Meern en WNC heeft hij de nodige ervaring meegenomen naar EDO, waar hij niet alleen belangrijk is op het veld, maar ook in de kleedkamer. In dit interview vertelt hij over zijn ontwikkeling, zijn mooiste momenten én waarom humor en teamgevoel minstens zo belangrijk zijn als scoren.

Stel jezelf eens voor?


“Maurits Nijenhof, 27 jaar en woonachtig in Culemborg. Het is mijn derde seizoen bij EDO. Daarvoor heb ik gespeeld bij C.V.V. Vriendenschaar, De Meern en WNC.”


Begonnen bij Vriendenschaar, maar nu al een aantal seizoenen bij EDO, waarom destijds deze overstap?


“Na een terugkeer bij Vriendenschaar had ik behoefte aan een nieuwe uitdaging op een hoger niveau. Uiteindelijk kwam EDO op mijn pad en daar heb ik geen moment spijt van gehad.”


Je scoorde ooit in de slotfase bij EDO. Was dat pure klasse of gewoon ‘op de juiste plek staan en hopen dat niemand anders ’m raakt’?


“Mijn teamgenoten zullen zeggen dat het ‘geluk’ was, maar als je het ze nu zou vragen, weten ze wel beter.”


Hoe zou je jezelf omschrijven: klinische spits of meer het type ‘hard werken en hopen dat het goedkomt’?


“De afgelopen wedstrijden sta ik weer in de spits en dat bevalt goed. In de fase waar we nu in zitten, draait het om hard werken. Dan heb ik er vertrouwen in dat de kwaliteit boven komt en we samen wedstrijden winnen.”


Wat was je mooiste moment in het amateurvoetbal en wat was je meest pijnlijke (letterlijk of figuurlijk… we horen iets over blessures)?


“Het kampioensjaar met het eerste elftal van C.V.V. Vriendenschaar en de promotiewedstrijd met EDO tegen De Foresters vorig jaar zijn voor mij speciale momenten.”

Je hebt een hamstring- en hoofdblessure gehad. Wat deed meer pijn: de blessure zelf of het moeten toekijken langs de lijn?


“De mindere momenten zijn toch blessures, zoals een hamstringblessure. Gelukkig heb ik al langere tijd geen blessure meer gehad, ‘even afkloppen’.”


Je hebt bij verschillende clubs gespeeld. Voelde dat als ‘carrière maken’ of meer als ‘waar is het gezelligste kantinebier’?


“Uiteindelijk wil ik op een zo hoog mogelijk niveau spelen, maar ik wil dit altijd combineren met een gezellige sfeer!”


Als je al je clubs moest rangschikken op gezelligheid in de kleedkamer, wie wint?


“Persoonlijk kan ik echt genieten van de voetbalhumor. In de afgelopen jaren en in ons huidige team zit dat wel goed. Ik kan niet ontkennen dat ik zelf een aantal keer in dit soort grappen ben getrapt, prachtig!”

Je bent fan van FC Utrecht. Hoe vaak heb je gedacht: ‘zet mij er maar in, ik fix dit wel even’?


“Vooral voor de winterstop, toen FC Utrecht geen spits in het veld had staan of op de bank had zitten.”


Wat maakt FC Utrecht voor jou speciaal: het spel, de sfeer of gewoon het feit dat het Utrecht is?


“De stad Utrecht is gewoon het mooiste plekje op aarde, met een prachtige club. Van het spel moeten ze het niet hebben, dus dan maar de hele sfeer eromheen.”


En dan FC Barcelona: probeer jij op het veld ook een beetje tiki-taka, of blijft het bij lange ballen en hopen op het beste?


“Als ik het spel van FC Utrecht vergelijk met dat van FC Barcelona, dan past het spel van FC Utrecht beter bij mij.”


Welke speler van FC Barcelona lijkt het meest op jou en waarom is dat misschien licht overdreven?


“Raphinha als schaduwspits, met zijn snelheid in combinatie met zijn werklust om elke wedstrijd te winnen.” 


Wat is je geheime wapen als spits: techniek, inzicht of gewoon brutaal blijven proberen?


“In elke wedstrijd stop ik al mijn energie om kansen te creëren en daar hoort een groot gedeelte brutaliteit bij!”

En eerlijk: kijk je meer wedstrijden van FC Utrecht of speel je liever zelf?


“Een wedstrijd zelf spelen gaat altijd voor, maar een Europese uitwedstrijd van FC Utrecht of trainen… dan toch wel een Europese uitwedstrijd meemaken.”


Welke teamgenoot blijft jou telkens verbazen?


“Dan moet ik toch wel zeggen: Rutger den Daas. Uiteraard met zijn flitsende acties op het veld, maar ook met zijn vreemde kledingstijl tijdens de trainingsdagen… Wat hij elke dinsdag en donderdag weer uit de hoge hoed tovert,

daar sta ik telkens versteld van. Zonder schaamte loopt hij weer zelfverzekerd het veld op om zijn stempel te drukken op de training. Heel bizar hoe hij dit telkens toch weer doet.”


Het laatste woord is voor jou…


“Aanstaande zaterdag spelen we een belangrijke wedstrijd tegen VVIJ. Bij deze een oproep om te komen kijken!”


Exclusief voor VMN

Robyn de Boer

Opmerkingen


bottom of page