top of page

Glenn de Rooij(SEC), speler aan het woord

  • 16 feb
  • 7 minuten om te lezen

Binnen SEC is de naam De Rooij al generaties lang een begrip. Overgrootopa, opa’s, vader en wie weet hoeveel aangetrouwde familieleden nog meer droegen het groen-wit met trots. Een echte clubfamilie, geworteld in traditie en betrokkenheid.

Ook Glenn de Rooij mag inmiddels gerust tot het meubilair worden gerekend. Met hier en daar een uitstapje, maar altijd weer terug op het oude nest. Inmiddels in de nadagen van zijn actieve loopbaan, maar nog altijd binnen de lijnen te vinden als selectiespeler. Zijn hart klopt onmiskenbaar voor SEC.

Sportief heeft de club het momenteel niet makkelijk in de vierde klasse. Een nacompetitieplaats voor lijfsbehoud wordt op dit moment ingenomen en dat vraagt om veerkracht van spelers, staf en vereniging. Maar een club is meer dan alleen de stand op de ranglijst. De vraag is, hoe staat SEC er als geheel voor?

Teren op oude glorie heeft geen zin. Een vereniging moet vooruitkijken, bouwen aan de toekomst en investeren in betrokken clubmensen. Mensen die de historie kennen, maar ook begrijpen wat er nodig is om stappen te zetten. Juist dat typeert iemand als Glenn de Rooij.

Wij zochten Glenn afgelopen week op voor een warm gesprek. Over de familietraditie binnen SEC, over zijn eigen betrokkenheid en over hoe hij de toekomst van de club ziet. Een verhaal over loyaliteit, verantwoordelijkheid en clubliefde, precies waar verenigingen op draaien.

Hoi Glenn, kun je jezelf kort voorstellen?

Ha William, met 35 jaar zit ik in de zogeheten herfst van mijn voetbalcarrière. Ik stuur een salesteam aan dat zich richt op de B2B-verkoop van IT-accessoires en ben woonachtig in Soest, waar ik met mijn vriendin Jade twee jaar geleden een huis heb gekocht. 


SEC zit bij jou letterlijk in de genen. Jouw overgrootopa, beide opa’s en je vader hebben allemaal in het eerste elftal van SEC gespeeld. Kun je ons meenemen in dat bijzondere familieverhaal?


"Het klopt dat er al flink wat generaties met de witte V op de borst wordt gestreden. Waar dat zijn origine treft weet ik in alle eerlijkheid niet te vertellen, maar het was natuurlijk de reden dat mijn eerste stappen met nopjes op het gras aan de Bosstraat werden gezet. Over mijn opa Leendert liet ik mij wijsmaken dat hij een spijkerharde back was met een groot loopvermogen, al vertelde mijn opa Peter later dat ‘Leen’ daarmee te kort gedaan werd daar hij aan de bal ook sterk was. Peter was vervolgens over zijn eigen voetbalkunsten minder enthousiast en vertelde vooral over zijn periodes in het vriendenteam en als coach van het dameselftal, waar mijn tante Barbara, dochter van Leen dan weer deel vanuit maakte.

Dan je vader Ronald, mij zeker bekend ;-), hoeveel seizoenen speelde hij in het eerste elftal en was dat altijd bij SEC? En heb je hem nog daadwerkelijk in SEC 1 zien spelen?


"Ik zou het exacte aantal seizoenen voor je moeten opzoeken, mijn vader Ronald heeft meerdere clubs op zijn curriculum vitae staan, SEC is daarop goed vertegenwoordigd. Dat was in verschillende fases van zijn voetballoopbaan, van de jeugd naar het eerste elftal en later weer een comeback na een uitstap elders. Ik heb zo het idee dat mensen die dit interview lezen geen introductie op Ronald nodig hebben. Mijn achternaam kan wel eens de reden zijn dat ze dit interview openen, mensen vertellen mij nog vaak dat hij zo’n fantastische speler was. Een ‘mooie’ speler met een gouden linkerbeen, maar hij kon ook spijkerhard en ronduit gemeen zijn. Enkel in het veld overigens, mijn vader heeft overal waar hij heeft gespeeld ook vrienden gemaakt. Dat helpt natuurlijk als je naast balgevoel ook een neusje voor de kantine hebt. In de derde helft worden immers ook belangrijke punten verdeeld. "

Met recht mag je spreken van een echte SEC-familie. Wat doet of deed je familie naast voetballen nog meer voor SEC, neem ons eens mee. Bestuur of vrijwilligers, wie en waar?


Zowel mijn vader als de beide opa’s hebben zich ingezet in verschillende functies, maar ironisch genoeg komt veruit het meest betrokken lid juist vanuit de ‘aangetrouwde familie’. Jade is de kleindochter van dé Jan Veldhuizen, erelid en maar liefst 81(!) jaar lid geweest van SEC. Niet voor niets draagt het clubgebouw zijn naam en refereren mensen naar hem als ‘Mister Sec’. Jan verliet drie jaar geleden op zeer indrukwekkende leeftijd dit leven, maar was tot op het laatste moment betrokken. SEC is natuurlijk een schim van wat het ooit is geweest, maar ieder lid en oud-lid gaf thuis toen Jan tijdens zijn uitvaart de laatste ereronde over het complex voltrok. Zijn foto hangt nog steeds in de bestuurskamer waar het eerste elftal iedere wedstrijd de voorbespreking houdt. "

Toen jij begon met voetballen, had SEC toen nog een jeugdafdeling, of ben je elders gestart in de jeugd?


"Je zegt  ‘toen nog’. Er zijn inderdaad meerdere periodes geweest dat SEC wel of niet een jeugdafdeling had. Die periodes van weelde werden jammerlijk genoeg gevolgd door een exodus van jeugdspelers, waardoor de club vervolgens ook weer geheel zonder kwam te zitten. Ik heb het grootste gedeelte van de jeugd doorgebracht bij VVZ, de club waar ik met eigen ogen mijn vader kon aanschouwen. In de senioren ben ik vervolgens wedergekeerd bij SEC om na een aantal jaar de overstap naar de overburen SO Soest te maken. Naast dat ik graag op zondag wou blijven voetballen, SEC stapte dat jaar over naar het zaterdagvoetbal, speelden daar enkele goede vrienden. Onder Bas Dreef en later Dave van Leijenhorst beleefde ik daar een aantal fantastische jaren in het blauw, een tijd waar ik hechte vriendschappen aan heb overgehouden. Maar een cirkel is pas rond als het sluit waar het is gestart, ik besloot terug te keren bij SEC voor een afscheidstournee, ééntje die ik om onverklaarbare redenen maar blijf verlengen."


SEC bevindt zich momenteel in een lastige fase, zeker met het oog op de toekomst en het aantrekken van spelers. Hoe ervaar jij die situatie van binnenuit?


Met een relatief oud elftal en het ontbreken van een jeugdafdeling gaat er per definitie meer uit als dat er binnen komt. Rene Ribberink en ook Marco Valkenburg mannen met een groot, groen hart waarvan ik niet zou weten wat de club zonder hen zou moeten, ook zonder dat zij een officiële positie bekleden wisten voor de nodige aanvulling te zorgen, maar verder viel het tegen. Zelf had ik al vroeg aangegeven nog een jaar door te gaan in de hoop dat er meer zouden volgen, dat bleek pure zelfoverschatting. Ook hoopte ik een aantal van mijn oud-teamgenoten aan de overkant te kunnen overtuigen, maar puntje bij paaltje kwam er eigenlijk te weinig over om dit jaar een competitief team op de been te brengen.   


Je bent niet vies van opruimwerk of praktische taken. Komt die verantwoordelijkheidszin voort uit huis uit, vanuit dat echte SEC-gevoel?


"Bij een club zo klein als SEC komt de draagkracht continue te liggen op dezelfde schouders. Daarmee bedoel ik absoluut niet die van mij hè, het zijn de stille krachten die met hun wekelijkse routine de club draaiende houden. Op het moment dat er dan iets plaats vindt buiten de routine om, zoals een ballenhok dat eens per jaar grondig uitgemest moet worden of het opruimen na een evenementje, dan moet je het respect opbrengen om dat niet ook nog eens bij diezelfde namen te laten landen."


Wat doet de huidige situatie van de club persoonlijk met jou? Maak je je zorgen?


"In het algemeen loopt het aantal clubs terug en wij zijn niet de enige vereniging die ertegenaan loopt dat een gebrek aan doorstroming de nodige frustratie met zich meebrengt. In tegenstelling tot vijftien jaar geleden gaan jonge gasten vaker uitwonend studeren en hechten zij meer waarde aan een flexibele invulling van hun tijd. Inmiddels weet ik niet anders dan dat de situatie bij onze club zo is dat het bijna zou omvallen, maar ik ben schijnbaar niet de enige die zijn pensioengerechtigde leeftijd blijft oprekken tot verbazing van de buitenstaander. Mensen zien de kleinste club uit Soest die beter af zou zijn als haar leden zou worden opgeslokt door een andere vereniging, maar zij gaan voorbij aan het hele punt. De meeste leden zijn vanaf andere verenigingen juist samengekomen op een plek waar zij gezien en erkend worden. Naast een goed vrouwenelftal hebben wij een doldwaas tweede elftal dat de kantine wekelijks weet te vullen met spelers en harem. En dan heb ik het nog niet gehad over het legendarische SEC3-lastvanmijnknie, met gelijknamig social media kanaal. Opgeslokt worden door een andere club is voor de leden dus helemaal geen optie, het is SEC of niets. "


Als jouw actieve voetbalcarrière straks ten einde komt, wat zie jij jezelf dan doen? Lager spelen, of een andere rol binnen SEC? Schuilt er misschien ook een trainer in Glenn, of zie jij jezelf meer als clubman op een andere manier?


"Haha, ‘is er leven na de dood?’. Ik behoor niet tot de gelovigen, ben ik bang. Ik schaar mezelf niet onder de liefhebbers, die voetbal als de belangrijkste bijzaak van ’t leven hebben betiteld. Het trainerschap heeft mij nooit geïnteresseerd, tegengestaan zelfs. Op nóg lager niveau mezelf wekelijks teleurstellen omdat het lichaam niet meer wil, dat lijkt me een vorm van zelfkastijding waar ik niet aan wil beginnen. Wellicht een sport oppakken die een ander soort belasting op het lichaam legt, maar dan wel fanatiek en met als doel er beter in te worden. Uiteindelijk is dat wat mij betreft waar sport om zou moeten gaan.

Of er ruimte is om nog een jaar door te gaan, hangt overigens niet alleen meer af van mijn eigen persoontje. In augustus verwelkomen Jade en ik een dochter, een kind dat vanuit twee kanten erfelijk is belast met groen bloed. Als de club dezelfde overlevingsdrang blijft tonen als zij het laatste decennia heeft gedaan, zien wij onze kleine dus nog op schoot bij opa Leen in het Jan Veldhuizen paviljoen terug. Misschien staat ze met een paar jaar zelfs wel een bal over te schoppen met opa Ronald op ’t kunstgras. Zou dat niet prachtig zijn?"


Opmerkingen


bottom of page