top of page

Gavin Manders (SV Zeist), speler aan het woord

  • 31 jan
  • 9 minuten om te lezen

Afgelopen week spraken wij uitgebreid met SV Zeist-aanvaller Gavin Manders. Vorig seizoen was hij, ondanks dat hij pas in de tweede seizoenshelft aansloot, een belangrijke factor in de succesvolle campagne van de ploeg. Dit seizoen komt SV Zeist uit in de 2e klasse en dat blijkt toch duidelijk een stap hoger. Ook individueel laat Gavin zich weer gelden, met zeven doelpunten staat hij opnieuw bovenaan de interne topscorerslijst. Maar hoe kijkt hij zelf terug op de triomftocht van vorig seizoen? Hoe heeft hij de eerste seizoenshelft op dit hogere niveau beleefd? En wat mogen we verwachten van SV Zeist en Gavin in de tweede seizoenshelft?

Wij zochten hem op voor een open en eerlijk gesprek, waarin hij uitgebreid zijn verhaal deed. Dat leverde een mooi en boeiend interview op. Veel leesplezier!


Hoi Gavin, vorig seizoen maakte je in de winterstop de overstap van TABA naar SV Zeist. Van chaos naar wat je bijna een walhalla zou kunnen noemen. Heb je in die periode nog serieus getwijfeld om te stoppen met voetbal, na alles wat er bij TABA speelde?


 “Nee, ik heb geen moment getwijfeld om te stoppen met voetballen na de gebeurtenissen bij TABA. Voor mij was het vooral belangrijk om te kijken wat er nog mogelijk was. Eigenlijk wilde ik al vertrekken op het moment dat bekend werd dat het team uit de competitie werd gehaald. Nadat de KNVB uiteindelijk groen licht gaf, heb ik vrij snel een keuze gemaakt. Stoppen met voetbal is voor mij nooit een optie geweest.”


Je kwam terecht in een tweede seizoenshelft waarin je met goals en assists alsnog een groot aandeel had in het mooie succes van SV Zeist(Promotie). Hoe heb jij die periode zelf beleefd? Speelde je weer echt met plezier en vertrouwen?


 “Ja, die tweede seizoenshelft heb ik heel positief beleefd. Nadat ik bij TABA was weggegaan, ging het eigenlijk meteen heel goed. Ik voelde me snel op mijn plek bij SV Zeist, maakte goals, gaf assists en paste goed in het systeem. Soms valt alles dan gewoon op zijn plek en is er meteen een klik. Wat veel mensen misschien niet weten, is dat ik in de eerste periode nog niet volledig fit was. Ik heb zeker twee à drie maanden met een flinke griep en verkoudheid gezeten, waardoor ik last had van mijn longen. Daardoor kon ik geen hele wedstrijden spelen. Pas rond april kon ik weer volledige duels volmaken. Vanaf dat moment kwam ook het vertrouwen helemaal terug en kon ik weer echt met plezier voetballen.”


Wat vroeg de trainer specifiek van jou in het veld?


 “De trainer vroeg eigenlijk geen hele bijzondere dingen van mij. Ik paste goed in het systeem en de medespelers wisten mij te vinden, en dat is voor mij het belangrijkste. Wanneer we veel op de helft van de tegenstander spelen, kan ik doen waar ik sterk in ben: acties maken, mijn man uitspelen en doelpunten maken. In de wedstrijdbesprekingen gaf de trainer wel aan wat hij in algemene zin van de aanvallers verwachtte, maar ik had geen heel specifieke of afwijkende rol. Het ging er vooral om dat ik mijn kwaliteiten kon benutten en mijn eigen spel kon spelen binnen het team.”


Dan volgt het kampioenschap en de promotie naar de 2e klasse. Hoe intens heb je dat succes beleefd, wetende wat je eerder dat seizoen had meegemaakt?


 “Ik heb dat succes vooral heel positief beleefd. Promoveren is altijd mooi en geeft veel voldoening. Bij TABA was de intentie aan het begin van het seizoen ook om te promoveren, daarom maakte het het extra bijzonder dat het bij SV Zeist wél lukte. Wat er bij TABA is gebeurd, laat je uiteindelijk ook weer achter je. Je moet verder en je focus verleggen, en die lag volledig bij SV Zeist. Daardoor vergeet je dat soort dingen ook vrij snel. Alles bij elkaar kijk ik, ondanks alles wat er dat seizoen is gebeurd, terug op een mooi en geslaagd seizoen.”


De voorbereiding op het nieuwe seizoen begon vervolgens. Ben je fit en blessurevrij uit de zomerstop gekomen en had je het gevoel klaar te zijn voor dat nieuwe niveau?


 “Ja, ik kwam fit en blessurevrij uit de zomerstop, al moest ik na twee maanden relatief weinig te hebben gedaan wel even wennen. Dat is eigenlijk heel normaal. Zodra je weer op het veld staat, voelt dat meteen goed en ga je automatisch met plezier voetballen. Voor mij ging het vooral om snel weer in mijn ritme komen. Als echte voetbaldier lukt dat gelukkig vrij snel, zeker wanneer je met plezier naar de trainingen gaat. Daardoor had ik al snel het gevoel klaar te zijn voor het nieuwe niveau.”


De eerste seizoenshelft zit erop en eerlijk is eerlijk: de resultaten kunnen en moeten beter. Als jij die eerste helft analyseert, blijkt dan dat het verschil tussen de 2e en 3e klasse groter is dan jullie vooraf hadden ingeschat?


 “Ja, we moeten daar zeker aan wennen, maar ik denk niet dat we het niveau als team hebben onderschat. We wisten allemaal dat we in de 2e klasse een tandje bij moesten zetten ten opzichte van de 3e klasse. Voetballend kunnen we prima mee, misschien zelfs beter dan veel tegenstanders. Ik durf wel te zeggen dat we een van de beter voetballende ploegen in de competitie zijn. Waar het voor ons vooral misgaat, is in scherpte en concentratie. In de 2e klasse gaat alles net iets sneller en worden fouten ook veel sneller afgestraft. De handelingssnelheid moet omhoog en je staat vaker onder druk. Daardoor speel je soms een verkeerde pass of lijden we te snel balverlies, wat direct leidt tot doelpunten tegen. Dat is denk ik onze grootste valkuil dit seizoen: kleine persoonlijke fouten en momenten van minder concentratie, waardoor we wedstrijden verliezen. Als je kijkt naar de wedstrijden die we gespeeld hebben, zaten we vaak goed in de wedstrijd behalve tegen De Meern, maar we doen onszelf tekortgedaan door persoonlijke fouten .”


Was er misschien sprake van naïviteit, of zat de grootste uitdaging juist in het aanpassen aan een andere manier van spelen?


 “Misschien zat er een klein beetje van dat gevoel in. Als je eerst makkelijk kampioen wordt in de 4e klasse en daarna ook direct promoveert uit de 3e klasse, kan dat onbewust iets met je doen. In de voorbereiding wonnen we van ploegen als Houten en SDO en dan ontstaat er misschien even het idee, we regelen dit wel. Natuurlijk met een knipoog, niet dat we ons ineens Real Madrid waanden. Maar echte naïviteit zou ik het niet noemen. Ik denk vooral dat niet iedereen altijd even scherp is geweest. Dat is iets wat we in de tweede seizoenshelft moeten laten zien en verbeteren. Qua spel spelen we eigenlijk niet heel anders dan voorheen; het gaat vooral om details, scherpte en constant presteren op dit niveau.”


In de winterstop is het spel geëvalueerd. Waar lag volgens jou de grootste kwetsbaarheid van het team? Want alleen pech in verloren wedstrijden lijkt niet realistisch.


 “Het is zeker niet altijd pech. Fouten maken is menselijk, maar bij ons worden die fouten keihard afgestraft. Dat is echt een verschil met lagere klassen. Daarnaast mag je ook zeggen dat we misschien meer moeten scoren. Vorig seizoen maakten we vaak drie of vier goals per wedstrijd, maar in de 2e klasse is het een stuk lastiger om zo makkelijk tot doelpunten te komen. Uiteindelijk denk ik niet dat we alles compleet anders moeten doen. We moeten vooral doorgaan met waar we mee bezig zijn, maar dan als team nét wat scherper en constanter. Als we dat voor elkaar krijgen, gaan de resultaten vanzelf volgen.”

In hoeverre speelden blessures een rol? Hebben jullie überhaupt vaak in een vaste formatie kunnen spelen?


 “Blessures hebben zeker een rol gespeeld. We zijn regelmatig belangrijke en dragende spelers tot aan de keepers kwijt geweest, waardoor we niet altijd in een vaste formatie konden spelen. Dat heeft invloed op automatismen en onderlinge afstemming. Tegelijkertijd mag dat eigenlijk geen excuus zijn. Met de breedte en kwaliteit die we in de selectie hebben, zouden blessures in principe geen doorslaggevende rol mogen spelen. Het vraagt alleen iets meer aanpassing en scherpte van iedereen die erin komt.”


Als je naar jezelf kijkt: heb je het rendement gehaald waarvan jij weet dat je het in je hebt? Met zeven competitiegoals ben jij opnieuw de meest productieve speler. Heb je soms het gevoel dat het scoren te veel van jou moet komen?


 “Ik ben daar eerlijk gezegd niet echt mee bezig. Dat klinkt misschien cliché, maar voor mij staat de teamprestatie altijd voorop. Ik doe in het veld mijn uiterste best en probeer zo belangrijk mogelijk te zijn voor het team. Het belangrijkste is dat we als ploeg vaker in de buurt van de goal komen en dominanter worden. Dan verdeelt het scoren zich vanzelf meer. Het is sowieso een stuk lastiger dan vorig seizoen, en dat is ook logisch nu we weer een stap hoger spelen. Bovendien komt Rodney straks weer terug, en hij gaat zeker voor doelpunten zorgen. Dat gaat ons helpen en dan komt het met het rendement als team vanzelf goed.”


Jullie zijn de tweede seizoenshelft begonnen met een nederlaag en een overwinning. Spelen jullie nu iets anders dan in de eerste seizoenshelft, of is het systeem grotendeels hetzelfde gebleven?


 “Ja, we zijn inderdaad begonnen met een nederlaag en een overwinning. Bij die nederlaag was ik zelf niet aanwezig, omdat ik toen op vakantie was. Ik heb die wedstrijd dus niet gespeeld en alleen de doelpunten teruggezien, waardoor ik niet precies kan beoordelen hoe we toen hebben gespeeld. Verder is er eigenlijk niet veel veranderd in onze speelstijl. We spelen nog steeds vanuit dezelfde principes, opbouwen van achteruit, de aanvallers proberen te vinden en van daaruit tot doelpogingen komen. We nemen daarin nog steeds bewust het risico om voetballend op te bouwen. Dat kan soms wel iets slimmer, vind ik. In bepaalde situaties, vooral wanneer we zwaar onder druk worden gezet, mogen we best wat vaker voor de lange bal kiezen. Maar in grote lijnen is het systeem en de manier van spelen hetzelfde gebleven.”


De stand liegt niet: drie punten boven de nacompetitiestreep. Nog geen paniek, maar wel oppassen geblazen. Hoe leeft dat binnen de groep?


 “Ik denk dat we een hele nuchtere en realistische selectie hebben. Natuurlijk willen we elke wedstrijd winnen en zo hoog mogelijk eindigen, daar doen we ook alles voor. Maar er is absoluut geen paniek omdat we nu een paar punten boven de degradatiestreep staan. We zien en voelen binnen de groep dat we elke week van iedereen kunnen winnen. Dat geeft vertrouwen. Dan weet je ook dat er op een gegeven moment een goede reeks aankomt. Die overtuiging is er bij iedereen. Het is nu vooral zaak om dat vertrouwen om te zetten in daadwerkelijke resultaten. Ik denk dat we daar vorige week al een mooie stap in hebben gezet.”


Wat mogen we van SV Zeist verwachten in de tweede seizoenshelft? Is iedereen weer fit en acht jij lijfsbehoud, zonder nacompetitie, realistisch nu jullie alle tegenstanders al hebben gehad?


 “Ja, absoluut. Lijfsbehoud is het belangrijkste doel en met deze selectie gaat dat ook lukken, daar ben ik van overtuigd. Het zou ook gek zijn als ik nu zou zeggen dat we het niet gaan redden. We gaan honderd procent voor handhaving en daar geloof ik volledig in. Daarnaast krijgen we belangrijke spelers terug. Rodney is terug van een blessure en heeft zaterdag alweer gespeeld. Fikri maakt weer minuten en wordt steeds fitter. Roman komt ook terug van blessureleed. Dat zijn drie jongens die vorig seizoen heel belangrijk waren voor het succes van SV Zeist. Met hun terugkeer en de kwaliteit die we verder in de selectie hebben, geeft dat veel vertrouwen voor de tweede seizoenshelft. We hebben een brede selectie en als alles weer op zijn plek valt, is lijfsbehoud zonder nacompetitie zeker realistisch.”


Wat mogen we van jou persoonlijk nog verwachten in de tweede seizoenshelft? Is vijftien doelpunten een realistisch doel voor dit seizoen?


 “Ja, vijftien doelpunten is voor mij een prima en realistisch doel. Persoonlijke doelen zijn mooi, maar het allerbelangrijkste blijft dat we ons als team handhaven. Ik ben nu 33 jaar, voel me fit en zolang ik dat niveau kan vasthouden, mag ik best ambitieus zijn. Als ik mijn bijdrage kan leveren met goals én we blijven in de 2e klasse, dan is het seizoen voor mij geslaagd.”


Zolang het lichaam het toelaat zien we jou nog lang langs de zijlijn razen. Is er bij jou al sprake van twijfel over hoe lang je dit nog volhoudt, of is dat nog helemaal niet aan de orde?


 “Nee, totaal niet. Ik ga gewoon door zolang mijn lichaam het toelaat. Twee keer in de week trainen is geen enkel probleem en op zaterdag spelen vind ik nog steeds heerlijk. Ik voel me fysiek goed en heb nog volop plezier in het voetbal. Zolang dat zo blijft, is stoppen absoluut niet aan de orde.”


Zie jij jezelf in de toekomst als trainer of wordt het later lekker afbouwen met vrienden in een lager team?


 “Op dit moment zie ik mezelf niet direct als trainer. Ik geef wel persoonlijke trainingen, zowel op fysiek als technisch vlak, maar of er ook een tactische trainer in mij zit, dat weet ik eerlijk gezegd niet. Zeg nooit nooit, maar voorlopig is dat niet echt iets waar ik mee bezig ben. Voor nu wil ik vooral nog zo lang mogelijk blijven voetballen. Dat is voor mij het allerbelangrijkste. Wat de toekomst daarna brengt, dat zien we dan wel.”

Opmerkingen


bottom of page