Erik Versteeg (Bunnik'73), clubman aan het woord.
- 15 mei
- 10 minuten om te lezen
Ze worden steeds zeldzamer in het amateurvoetbal, maar bij Bunnik'73 lopen ze gelukkig nog rond, échte clubmensen. Van kabouter op de velden tot seniorenspeler, van assistent-trainer tot manusje-van-alles achter de schermen. Erik Versteeg is zo iemand die al jarenlang zijn hart en ziel aan de vereniging geeft.
Zelf zal hij direct zeggen dat een club nooit op één persoon draait, en daar heeft hij volledig gelijk in. Maar juist mensen zoals Erik vormen de smeerolie van een vereniging. Altijd aanwezig, altijd betrokken en altijd bereid om nét dat stapje extra te zetten. In een tijd waarin vrijwilligers steeds moeilijker te vinden zijn, is het mooi om te zien dat echte clubmensen nog altijd bestaan.
We zochten Erik even op voor een mooi en open interview.

Hoi Erik, allereerst stel jezelf eens voor?
Ik ben dus Erik Versteeg, 37 jaar, geboren en getogen in Bunnik en woon sinds 2017 alleen in Zeist. Ik heb sinds kort een vriendin en ben werkzaam als teamleider logistiek bij Pon Logistics in Leusden.
Heb je hobby’s buiten het voetbal om, wat doe je als je nog vrije tijd hebt?
Sportief gezien sleep ik mezelf zo’n drie keer per week naar de fitness en maak ik een ommetje om de benen los te houden. Maar eerlijk gezegd geniet ik minstens zo veel van een lekker biertje in de kroeg, liefst mét een dobbelspelletje om het spannend te houden.
En hoe ziet de zondag er voor jou uit?
Dan is het compleet niets doen, met voetbal, F1 of een goede serie als perfecte bijgerechten.
Hoe oud was je toen je begon bij Bunnik’73?
Ik was 6 toen ik werd aangemeld bij de F’jes om te gaan voetballen.
Wat zijn jouw mooiste herinneringen uit de jeugdjaren bij de club?
Het kampioenschap in de eerste klasse, terwijl ik nog in de A1 speelde, is natuurlijk een herinnering die je altijd bijblijft. Maar een van mijn leukste en grappigste herinneringen stamt uit mijn tijd bij de D2. We moesten een teamfoto maken bij bouwbedrijf Avezaat in Bunnik, onze shirtsponsor. Voordat we naar buiten gingen voor de foto, verzamelden we eerst in hun kantine, die vol hing met posters van… laten we zeggen, kleurrijke afbeeldingen van naakte vrouwen. Als jongens van 12 à 13 jaar oud konden we onze ogen dan ook niet geloven en moesten we met moeite uit de kantine worden gehaald om toch echt de foto te maken!

Werd voetbal en het clubleven thuis gestimuleerd, zijn er meerdere familieleden actief (geweest) binnen Bunnik’73 en in welke rol?
Ja, absoluut. Als klein jochie kwam ik al op de club om elke zondag bij het eerste elftal te kijken. Daarnaast speelde mijn vader vroeger zelf en deed hij daarna allerlei verschillende vrijwilligerstaken. Hij is ook lid van verdienste. Mijn moeder ging, toen ik zelf ging voetballen, ook steeds meer doen bij de club. Zij was leidster van mijn elftal in de F- en E-pupillen, draaide bardiensten en zat in verschillende commissies.
Jij bent echt een kind van de club. Wat maakt dat gevoel van “dit is mijn club” zo sterk bij jou?
Het gevoel dat Bunnik’73 écht mijn club is, komt voort uit de vele jaren die ik hier heb doorgebracht, zowel als speler, vrijwilliger en supporter. Het is de warme, persoonlijke sfeer waarin iedereen elkaar kent en met respect behandelt. De hechte verbondenheid tussen spelers, vrijwilligers en leden maakt dat je je hier echt thuis voelt. Bovendien zie ik hoe iedereen zich met hart en ziel inzet voor de vereniging, wat het gevoel versterkt dat je samen iets groots neerzet. Die combinatie van betrokkenheid, vriendschap en gezamenlijke passie voor de club zorgt voor het echte clubgevoel.

Neem ons eens mee naar jouw tijd als seniorenspeler. Wanneer maakte jij je debuut in het eerste elftal en onder welke trainer was dat of was je meer van een vriendenteam en zo ja, welk team?
Mijn tijd als speler bij de senioren is op te delen in twee periodes: ongeveer zes à zeven jaar als veldspeler (verdediger) en drie jaar als keeper. Ik debuteerde op mijn zeventiende, toen ik nog in de A1 speelde, in het eerste elftal onder toenmalig trainer Hennie Florie. Helaas raakte ik in mijn derde seizoen ernstig geblesseerd aan mijn knie, waardoor ik dat jaar en het daaropvolgende seizoen weinig heb kunnen spelen vanwege een langdurige revalidatie.
In mijn vijfde en zesde seizoen speelde ik bijna alle wedstrijden, maar tijdens de voorbereiding van mijn zevende seizoen, toen ik 23 was, raakte ik opnieuw geblesseerd en werd mij geadviseerd te stoppen met voetballen. Na drie jaar als assistent-trainer te hebben gefungeerd, twee jaar bij het eerste elftal en één jaar bij het tweede, ben ik vanwege een keepersprobleem binnen de selectie gaan keepen. Ik begon bij het tweede elftal, maar keepte in dat eerste jaar uiteindelijk ook tien wedstrijden voor het eerste elftal en droeg daarmee bij aan het kampioenschap.
In mijn tweede jaar keepte ik voornamelijk voor het tweede elftal, waarmee we kampioen werden. In mijn derde en laatste jaar wonnen we met het tweede elftal een periodetitel (zonder promotie) en keepte ik nog enkele wedstrijden voor het eerste elftal, waarmee we via de nacompetitie promotie behaalden.
De trainers onder wie ik speelde als veldspeler waren Hennie Florie, Peter van Herpen en Ton Gruters. Als keeper werkte ik samen met Wilbert Veenbrink (bij zowel het eerste als het tweede elftal), Daan Stolker (tweede elftal) en Harrie Epskamp.
Hoe zou je jezelf als speler omschrijven? Meer een leider, werker, stille kracht of juist iemand die altijd aanwezig was?
Als veldspeler kreeg ik al snel de aanvoerdersband, maar achteraf besef ik dat ik toen eigenlijk nog te jong was om een echte leider te zijn. Mijn kracht lag vooral in hard werken en doorzettingsvermogen, en minder in het coachen of leiden van het team. Ik vond het geweldig om als verdediger de opdracht te krijgen: “Dat is de spits, die volg je overal, zelfs als hij naar de wc gaat.”
Als keeper was mijn rol anders. Doordat ik toen ouder was en meer ervaring had, kon ik een prominentere rol vervullen in het coachen en het goed positioneren van het team.

Wat zijn voor jou de mooiste momenten geweest als (selectie)speler van Bunnik’73 en tot wanneer ben je actief geweest als selectiespeler, voetbal je überhaupt nog?
Allereerst mijn debuut in het eerste elftal, in een oefenwedstrijd tegen CDN (nu FC Driebergen), op mijn zeventiende. Als veldspeler kende ik helaas weinig hoogtepunten, maar als keeper des te meer. Hoewel ik niet speelde, eindigden we in mijn eerste seizoen als keeper (2015/2016) gelijk met Candia’99, waardoor er een beslissingswedstrijd om het kampioenschap gespeeld moest worden. Op neutraal terrein in Maarn wonnen we met 1-0 door een doelpunt in de 90e minuut. Ook het kampioenschap met het tweede elftal een jaar later, toen ik alles speelde, was een prachtig moment.
Tegenwoordig ben je assistent-trainer van het eerste elftal. Is dat voortgekomen uit ambitie in het trainersvak of vooral uit liefde voor de club?
Toen ik noodgedwongen moest stoppen, vroeg destijds trainer Ton Gruters of ik hem wilde assisteren, zodat ik betrokken kon blijven bij het eerste elftal. Hoewel het in het begin nog wat zoeken was, is mijn rol onder verschillende trainers sindsdien steeds verder gegroeid. Tegenwoordig ben ik met name verantwoordelijk voor de standaardsituaties, waaruit we dit seizoen al veel doelpunten hebben gemaakt.
Heb je trainersdiploma’s gehaald of ben je dat nog van plan?
Nee, en ik heb ook niet de ambitie om die stap te maken. Ik geniet juist van mijn rol als assistent, omdat je daarmee zowel dicht bij de groep staat als ondersteuning biedt aan de trainer.
Je bent jarenlang actief geweest binnen de TC. Waar bestonden die werkzaamheden precies uit?
Ik ben nog steeds actief betrokken en maak nog altijd deel uit van de Technische Commissie (TC). De reden waarom ik in de TC ben gestapt, is dat er in het seizoen 2023/2024, toen de huidige trainer Jamie Herber werd aangesteld, geen TC-leden meer waren. De winterstop naderde en de evaluaties met de trainers moesten dan ook plaatsvinden. Uiteindelijk heeft Joep Schlosser, speler van het eerste elftal, het initiatief genomen om mij, de Hoofd Jeugdopleiding (HJO) en de voorzitter jeugd te benaderen om samen een TC te vormen.
Ik begrijp dat dit wellicht vragen oproept: een speler uit het eerste elftal en een assistent-trainer die samen een TC vormen. Maar zoals bij veel verenigingen kampt ook Bunnik’73 met een tekort aan vrijwilligers die bereid zijn commissiewerk te doen. Daarom werken we nauw samen met trainers en spelers, vooral bij evaluaties van de selectietrainers, en brengen wij advies uit aan het bestuur. De uiteindelijke beslissingen worden door het bestuur genomen.
Met trots kan ik zeggen dat zich sinds onze start geen noemenswaardige negatieve ervaringen hebben voorgedaan.
Veel mensen zien alleen wat er op zaterdag gebeurt, maar jij doet ook doordeweeks enorm veel voor de club. Kun je vertellen wat daar allemaal bij komt kijken, want Jij helpt onder andere mee met activiteiten organiseren, barbezetting regelen en allerlei zaken achter de schermen. Kun je dit iets meer toelichten. Trouwens, is er eigenlijk wel een moment dat je níet met Bunnik’73 bezig bent?
De werkzaamheden variëren in omvang, van kleine tot grotere activiteiten. Bijna dagelijks heb ik contact met onze hoofdtrainer, Jamie Herber, over de trainingen en wedstrijden. Op basis van het barrooster verzorg ik de planning voor de seniorenelftallen, evenals het fluitschema voor jeugdwedstrijden, dat wordt ingevuld door spelers van het eerste elftal. Naarmate er een activiteit nadert, besteed ik daar in de aanloop steeds meer aandacht aan. Omdat ik een rol vervul binnen de Technische Commissie, gaat hierbij vanzelfsprekend extra zorg en aandacht uit naar deze taken.

Hoe belangrijk zijn vrijwilligers voor een vereniging als Bunnik’73 en kunnen jullie putten uit een redelijke groep mensen?
Vrijwilligers zijn van onschatbare waarde voor een vereniging als Bunnik’73. Zij vormen het hart van onze organisatie en zorgen ervoor dat alles soepel verloopt, van het organiseren van evenementen tot het begeleiden van jeugdteams en het onderhouden van onze faciliteiten. Zonder hun inzet zou het niet mogelijk zijn om onze vereniging levendig en succesvol te houden. Gelukkig kunnen wij putten uit een redelijke en betrokken groep vrijwilligers die zich met enthousiasme inzetten voor de club. Dit zorgt ervoor dat Bunnik’73 een warme, hechte gemeenschap blijft waar leden zich thuis voelen.
Waar drijft Bunnik’73 volgens jou echt op? Familiegevoel, vrijwilligers, gezelligheid, prestatie of juist een combinatie van alles?
Bunnik’73 draait echt op een combinatie van alles. Het familiegevoel zorgt voor een warme en hechte sfeer waarin iedereen zich welkom voelt. Vrijwilligers zijn de ruggengraat van de vereniging; zij zetten zich vrijwillig en met passie in om alles mogelijk te maken. Gezelligheid maakt dat onze leden met plezier naar de club komen en sociale contacten opbouwen. Tegelijkertijd streven we naar goede prestaties op het veld, wat zorgt voor trots en motivatie. Juist die balans tussen verbondenheid, inzet, plezier en sportieve ambitie maakt Bunnik’73 tot een bijzondere vereniging.
Hoe zou jij Bunnik’73 omschrijven aan iemand die de club niet kent?
Bunnik’73 is een warme, gezellige en betrokken sportvereniging waar voetbalplezier en teamgevoel centraal staan. Het is een club met een echt dorpsgevoel, waar jong en oud samenkomen om samen te sporten, elkaar te ondersteunen en te genieten van de gezelligheid, zowel op als naast het veld. De vereniging wordt ondersteund door enthousiaste vrijwilligers en heeft oog voor zowel prestatie als plezier, waardoor het een fijne plek is voor iedereen die van voetbal én saamhorigheid houdt.

Wat maakt deze club anders dan andere verenigingen?
Bunnik’73 onderscheidt zich door het sterke familiegevoel, de betrokken vrijwilligers en de balans tussen sportieve ambitie en gezelligheid. Hierdoor voelt iedereen zich hier echt thuis.
Hoe kijk jij naar de ontwikkeling van de jeugdopleiding binnen de club? Als ik jullie website bekijk, zit er een gat tussen JO19 en JO15. Zijn daar geen jeugdleden voor te krijgen of spelen die buiten Bunnik bij andere clubs?
Hoewel enkele jongens gestopt waren en de lichting toen naar mijn weten ook vrij beperkt was, beschikken we gelukkig nog over voldoende andere jeugdteams. Een tijdlang zagen we echter dat jongens vanuit de JO19 de overstap naar de senioren niet maakten en in plaats daarvan naar omliggende verenigingen gingen. Onze tweede elftaltrainer, Dennis Bosma, heeft de afgelopen twee seizoenen veel tijd en energie gestoken in het terughalen van deze spelers. Inmiddels spelen velen van hen weer bij ons, met enkele in het tweede elftal en anderen zelfs in het eerste.
Zijn die ontbrekende jeugdteams dan niet warm te krijgen om op de een of andere manier naar Bunnik’73 te komen?
Het actief benaderen van jeugdspelers behoort niet tot onze werkwijze. Ook nemen wij geen zelfstandig contact op met seniorenvoetballers. Uiteraard staan wij altijd open voor iedereen die bij ons wil komen voetballen en zullen wij geïnteresseerden voorzien van de benodigde informatie en motivatie. De keuze ligt echter altijd bij de speler zelf. Wij doen geen beloftes en garanderen dat iedereen gelijke kansen krijgt.
Zie jij nog voldoende jonge vrijwilligers opstaan binnen de vereniging?
Het is een uitdaging om voldoende jonge vrijwilligers te vinden, maar gelukkig zie ik bij Bunnik’73 dat er steeds weer nieuwe jonge mensen bereid zijn zich in te zetten. Het is belangrijk om hen te blijven betrekken, waarderen en ruimte te geven om mee te denken en te groeien binnen de vereniging.
Jij loopt al jaren rond binnen de club. Wat is er het meest veranderd in al die tijd?
Als ik kijk naar het aantal seniorenelftallen, valt op dat dit aanzienlijk is afgenomen sinds de periode waarin ik zelf bij de senioren speelde. De interesse lijkt steeds meer elders te liggen dan bij het voetbal. Dit is ook zichtbaar in de gezelligheid na afloop van wedstrijden; de (grote) kantine oogt daardoor vaak leger. Gelukkig zijn we hard bezig om voor het komende seizoen meer activiteiten te organiseren na de wedstrijden, onder andere door de JO19 en de nieuw te vormen JO23 meer te betrekken. Voor komend seizoen hebben we in ieder geval twee seniorenelftallen en we hopen ons huidige derde elftal te behouden. Op dit moment hebben we hiervoor negen spelers.
En wat moet juist nooit veranderen bij Bunnik’73?
Bij Bunnik’73 mag de warme, persoonlijke sfeer waarin iedereen zich welkom voelt, nooit veranderen. De betrokkenheid en het plezier in voetbal blijven de kern van onze club.

Waar ben je het meest trots op als je naar Bunnik’73 kijkt?
Waar ik het meest trots op ben als ik naar v.v. Bunnik’73 kijk, is de enorme inzet van onze vrijwilligers, die vooral doordeweeks maar zeker ook in de weekenden zichtbaar is. Gert, die dagelijks zorgt voor het wassen van de kleding en het kalken van de lijnen. Ria en Aki, die elke zaterdag onmisbaar zijn in de keuken en achter de bar. Arnold, Ton en Rini, die doordeweeks het onderhoud verzorgen en op zaterdag alle doelen klaarzetten. Eef en Henri, die elke vrijdag de kleedkamers grondig schoonmaken. Wim en Gerard, die onvermoeibaar alle bedrijven en winkels in Bunnik benaderen voor sponsoring. En natuurlijk het dagelijks bestuur, dat veel tijd en energie in de vereniging steekt. En dit is slechts een greep uit de vele namen die deze club draaiende houden.
Daarnaast vind ik het bijzonder mooi dat er ieder jaar op Hemelvaartsdag het toernooi ter ere van Ed van den Broek wordt gehouden. Ed was een ware clubman die bij de veteranen speelde, altijd aanwezig was langs de lijn bij (jeugd)teams en zich inzette voor het bedienen van het scorebord. Zijn liefde voor de club leeft op deze manier op een prachtige manier voort.
Als je één dag voorzitter mag zijn, wat zou je dan wensen of als eerste veranderen?
Ik vind dat onze huidige voorzitter het prima doet! Het is vooral belangrijk om te blijven luisteren naar de vrijwilligers en te kijken waar we als vereniging kunnen blijven verbeteren.



Opmerkingen