top of page

SC ’t Gooi, geel-zwarte trots met een verleden om trots op te zijn en een toekomst die weer lonkt.

  • 30 jun
  • 3 minuten om te lezen

Station Hilversum Sportpark, het Dudok Stadion, de Expohal, de drafbaan. Wie daar vroeger kwam, weet het nog precies. Achterlangs rijden, langs Boeddha, de auto parkeren en zo het complex van SC ’t Gooi oplopen. Links begon direct veld 2. Alleen die route roept al herinneringen op. Mooie tijden.

SC ’t Gooi ademde voetbal, maar ook Hilversum. De drafbaan, de grote staantribune voor de kantine, de gezelligheid en natuurlijk de geel-zwarte kleuren. Een club waar je graag kwam, of je nu moest voetballen of gewoon kwam kijken, er was altijd volk.

In 1988 veranderde er veel. De club moest plaatsmaken voor het Nike-gebouw en verhuisde naar Sportpark Berestein, Kininelaantje 9. Daar werden nieuwe herinneringen gemaakt. Het eerste kunstgrasveld van Hilversum kwam er te liggen en dat werd de nieuwe thuisbasis van de geel-zwarte trots.

Persoonlijk denk ik met veel plezier terug aan mijn seniorenjaren bij SC ’t Gooi. Daar begon ook de trainersloopbaan van Eric Assink. Jong, fanatiek en boordevol ambitie. Boslopen bij het Baarnse Bosbad hoorde erbij. Ontkomen was geen optie. Je mopperde misschien onderweg, maar achteraf waren het prachtige tijden. En over Eric Assink kun je van alles zeggen, maar hij bouwde vervolgens wel een indrukwekkende trainerscarrière op. Een mooie vent.

En wie de jaren tachtig en daarvoor hebben meegemaakt, weet dat voetbal bij SC ’t Gooi soms letterlijk tussen de paarden werd gespeeld. Lagere elftallen speelden hun wedstrijden tussen de drafbaan. Tijdens de Prijs der Giganten moest je maar hopen dat de bal niet op de baan terechtkwam. Namen als Monty Buitenzorg, Micado C en The Onion zijn voor velen nog altijd bekende klanken. Je wilde niet degene zijn die de bal tussen de sulky's schoot. Back to the eighties. Wat een tijd.

Onder de tribune draaiden de gokkantoren op volle toeren. "Rien ne va plus..." klonk het regelmatig, de prijzenpot is niet meer van U. De KIT van OSO was er gevestigd en op zaterdag was het een ontmoetingsplek voor heel veel Hilversummers. Omdat SC ’t Gooi toen nog een zondagclub was en OSO op zaterdag speelde, zochten veel Gooiers daar hun vertier. De tap stond open, de verhalen werden steeds mooier en de gezelligheid kende geen eind. .

En dan die rijke historie. Niet iedere amateurclub kan zeggen dat zij ooit betaald voetbal speelde. SC ’t Gooi behoorde in de jaren vijftig en zestig tot de profclubs van Nederland. In 1965 ging de profafdeling verder als SC Gooiland, dat tot 1971 actief bleef in het betaald voetbal. Dat verleden maakt de club nog altijd bijzonder.

Natuurlijk kwamen er ook moeilijke jaren. Rond 2016 kreeg de vereniging het zwaar te verduren. Er was zelfs een seizoen waarin het eerste elftal ontbrak en in 2022 werd vrijwillig een stap teruggezet naar de vijfde klasse. Geen gemakkelijke keuzes, maar soms moet je eerst bouwen aan een stevig fundament voordat je weer omhoog kunt kijken.

En precies dat lijkt nu te gebeuren.

Al drie seizoenen zit de club weer duidelijk in de lift. Er is weer energie, er is weer ambitie en er wordt weer vooruitgekeken. Afgelopen seizoen werd zelfs de nacompetitie gehaald. Helaas bleek VOP uiteindelijk net een maatje te groot, maar die ervaring neem je mee.

Met trainer Oscar de Wit staat er opnieuw een ambitieuze man voor de groep. Er zijn nieuwe aanwinsten gekomen, binnen de club heerst weer positiviteit en langzaam groeit het vertrouwen dat SC ’t Gooi weer stappen omhoog kan zetten.

Iedereen in Hilversum noemt SC ’t Gooi al jaren een sleeping giant. Misschien wordt het langzaam tijd om wakker te worden. Want in Hilversum lopen nog altijd genoeg voetballers rond met geel-zwart bloed. Als die de weg naar Berestein weer weten te vinden, dan kunnen de burenderby's in de vierde klasse zomaar weer werkelijkheid worden. En waarom daarna niet nog een stap hoger?

Eén ding staat vast: de nostalgie zal altijd blijven, maar de blik mag weer vooruit. De lift beweegt weer omhoog.

SC ’t Gooi leeft. En VMN blijft de geel-zwarte trots ook komend seizoen op de voet volgen.

Opmerkingen


bottom of page