top of page

Robin v.d. Brom(HVC), trainer aan het woord

  • 13 aug
  • 8 minuten om te lezen

"Is HVC klaar voor een nieuw hoofdstuk"?

Een stapje terug op de voetbalpiramide, maar zeker niet in ambitie. HVC komt dit seizoen uit in de Vierde Klasse D en wil daar laten zien dat de club snel weer vooruit kan kijken. Met het AVK voor de deur begint het serieuze werk en wordt langzaam duidelijk hoe de ploeg ervoor staat richting de competitiestart.

Wat is er veranderd binnen de selectie, waar liggen de kansen en met welke doelstellingen begint HVC aan het nieuwe seizoen? We zochten trainer Robin op en spraken met hem over de voorbereiding, het naderende AVK, zijn vernieuwde ploeg en vooral over wat we dit seizoen van HVC mogen verwachten.

Hoi Robin, de voorbereiding is inmiddels in volle gang als je terugkijkt op de oefenwedstrijd tegen VVJ, hoe beoordeel je die dan als trainer? Was de uitslag in deze fase vooral ondergeschikt en draaide het om rouleren, zoveel mogelijk spelers minuten geven en terugzien of de ploeg jouw ideeën al begint op te pakken? Hoe ver zijn jullie daarin voor je gevoel, of is het nog echt de beginfase: oprekken, aftasten, slijpen, etc?


Als trainer kijk ik vooral naar de ontwikkeling van de ploeg. In de eerste helft hebben we geprobeerd de speelstijl te oefenen die ik aanstaande zaterdag tijdens het AVK wil gaan hanteren. Ik denk dat we daarin bij vlagen heel aardig spel hebben laten zien. We stonden compact, probeerden goed te voetballen en voerden de dingen uit die we vooraf hadden gevraagd.

Op dat moment maakt de uitslag mij eerlijk gezegd niet zoveel uit. Voor mij is het dan veel belangrijker dat ik dingen terugzie die we trainen en waar we met elkaar naartoe willen. Natuurlijk wil je iedere wedstrijd winnen en die winnaarsmentaliteit moet er altijd zijn, maar in deze fase gaat het vooral om het ontwikkelen van onze speelwijze.

We zijn nog echt aan het opbouwen. Het is een kwestie van oprekken, aftasten en slijpen. Je ziet steeds vaker momenten waarop de ideeën die we hebben ook daadwerkelijk terugkomen in het veld. Dat geeft vertrouwen, maar we zijn er absoluut nog niet. De komende weken moeten we daarin steeds constanter worden.


Zaterdag begint voor jullie het AVK, een toernooi dat midden in de voorbereiding valt, maar door spelers, publiek én media steeds serieuzer wordt beleefd. Met welke insteek ga jij het toernooi in? Blijven minuten maken, rouleren en werken aan jullie speelwijze leidend, ook als dat misschien ten koste gaat van het resultaat? Of komt, zodra de bal rolt, toch de winnaar in Robin naar boven en wil je, ondanks dat september uiteindelijk belangrijker is, gewoon zo ver mogelijk komen?


Op papier hebben we uiteraard de zwaarste loting, maar dat maakt het juist mooi. Ik weet niet precies hoe serieus Hoogland het gaat aanpakken, maar ik verwacht dat zij er heel serieus in gaan met mogelijk wat aanvullingen vanuit de lagere elftallen. Voor ons is het dus een hele taaie tegenstander, die normaal gesproken ook veel publiek meeneemt.

Wij missen door vakanties nog een aantal jongens, maar dat mag absoluut geen excuus zijn. We gaan ons stinkende best doen en onze huid zo duur mogelijk verkopen.

Ik denk bovendien dat de manier waarop wij willen gaan spelen ons juist kansen geeft. Anders hoef je de wedstrijd niet eens te spelen en kun je hem op papier al afdoen. Dat doen wij dus zeker niet. Wij gaan voor een resultaat en na 90 minuten zien we wel hoe het is gelopen.

Het blijft natuurlijk onderdeel van de voorbereiding, maar je wilt ook resultaat zien. En resultaat is voor mij niet alleen winnen na 90 minuten. Als wij tegen een sterke tegenstander kunnen laten zien dat onze speelwijze steeds beter staat, dat spelers de afspraken uitvoeren en dat we als ploeg stappen maken, is dat óók resultaat. Maar uiteindelijk gaan we zaterdag gewoon proberen de wedstrijd te winnen.


Je hebt het AVK jarenlang als speler meegemaakt en staat er nu voor de tweede keer als hoofdtrainer. Beleef je zo’n toernooi vanuit de dug-out heel anders? En als je eerst teruggaat naar je tijd als speler: hoe was het om tijdens het AVK voor het Amersfoortse publiek te spelen?


Ik heb het AVK als speler eigenlijk minder vaak meegemaakt dan mensen misschien denken. Ik heb best veel jaren buiten Amersfoort gevoetbald, bij Roda ’46, Sparta Nijkerk en Veensche Boys. Daarnaast zat er natuurlijk nog een coronajaar tussen en in het jaar dat ik bij APWC speelde, mocht de zaterdagafdeling niet deelnemen. Dus heel vaak heb ik het AVK als speler uiteindelijk niet kunnen spelen.

De jaren dat ik bij Cobu Boys en HVC speelde, heb ik het natuurlijk wel meegemaakt. En juist daardoor weet ik hoe leuk het toernooi kan zijn. Het is een toernooi dat heel vroeg in de voorbereiding valt, terwijl je als speler eigenlijk nog volop bezig bent om fit te worden en je automatismen te ontwikkelen. Maar tegelijkertijd staat er veel publiek langs de lijn en leeft het binnen Amersfoort. Daardoor krijgt het toch altijd iets extra's.

Als speler beleef je zo'n toernooi natuurlijk vooral vanuit jezelf. Je bent bezig met je eigen wedstrijd, je directe tegenstander en het moment. Als trainer kijk je veel meer naar het geheel. Je bent continu bezig met de organisatie, de manier waarop spelers reageren en of datgene wat je vooraf hebt besproken ook daadwerkelijk terugkomt op het veld.

Nu ik voor de tweede keer als hoofdtrainer langs de lijn sta, beleef ik het dus anders. Als speler kun je zelf invloed uitoefenen op de wedstrijd. Als trainer ben je veel meer bezig met het proces en moet je soms juist accepteren dat je niet alles direct kunt beïnvloeden. Maar die beleving, de publieke belangstelling en het feit dat het een echt Amersfoorts toernooi is, maken het nog steeds bijzonder.


Als we naar jullie competitie kijken, valt vooral op hoe gemengd de poule is: drie degradanten, vier of vijf promovendi en daarnaast ploegen die al langer op dit niveau spelen. Maakt dat deze competitie vooraf moeilijker in te schatten dan normaal? Verwacht je grote verschillen, of juist een poule waarin bijna iedereen van elkaar kan winnen?


De afgelopen jaren zie je in veel competities dat de verschillen tussen de clubs steeds kleiner worden. Dat maakt het ook steeds lastiger om vooraf te voorspellen hoe een competitie zich gaat ontwikkelen. In de derde klasse hebben wij ons de afgelopen periode regelmatig aangepast aan de tegenstander. Dat hoort ook bij dat niveau en ik vind het helemaal niet verkeerd om soms vanuit een bepaalde wedstrijd een andere keuze te maken.

Maar dat zal dit seizoen bij ons minder worden. We willen veel meer vanuit onze eigen kracht spelen. Ik denk dat we vooral naar onszelf moeten kijken: hoe willen wij voetballen, waar liggen onze kwaliteiten en hoe kunnen we ervoor zorgen dat een tegenstander zich aan óns moet aanpassen in plaats van andersom?

Het niveau van de competitie vind ik vooraf lastig in te schatten. Je hebt een aantal ploegen die uit de derde klasse komen en dus gewend zijn aan een hoger niveau, maar ook promovendi die met veel vertrouwen binnenkomen. Daarnaast heb je clubs die al langer in deze klasse spelen en precies weten wat er gevraagd wordt. Ik verwacht daarom dat het niveau opnieuw behoorlijk hoog zal zijn.

Voor ons betekent dat dat we ons eigenlijk geen slechte wedstrijden kunnen permitteren. Zeker als je bovenin wilt meedraaien, moet je iedere week goed zijn. Een mindere wedstrijd of een moment waarop je niet scherp bent, kan je direct punten kosten. Maar ik zie dat niet alleen als een uitdaging, ik vind dat juist goed voor de ontwikkeling van onze jongens. Ze moeten leren om iedere week de juiste intensiteit en concentratie op te brengen en om ook onder druk vast te houden aan de manier waarop we willen spelen.

We willen dit seizoen ook minder afhankelijk zijn van het aanpassen aan de tegenstander. Natuurlijk moet je tijdens een wedstrijd kunnen schakelen en de kwaliteiten van de tegenpartij herkennen, maar onze basis moet duidelijk zijn. We willen met lef spelen, aanvallend voetbal laten zien en proberen wedstrijden vanuit onze eigen manier van voetballen te controleren.

Ons doel is dan ook duidelijk: we willen bovenin meedraaien. En als we dat kunnen combineren met goed, herkenbaar en aanvallend voetbal, denk ik dat we als ploeg een mooie stap kunnen maken ten opzichte van vorig seizoen.


Met vier Amersfoortse ploegen in dezelfde poule krijgt de competitie dit seizoen behoorlijk wat lokale kleur. Op papier levert een stadsderby, net als iedere andere wedstrijd, drie punten op, maar werkt dat in de praktijk ook zo? Kun jij als trainer zo’n wedstrijd daadwerkelijk benaderen als ieder ander duel, of merk je aan alles eromheen volle kantines, veel bekenden langs de lijn en spelers die elkaar door en door kennen dat er automatisch iets extra’s ontstaat?


Op papier zijn het inderdaad gewoon wedstrijden om drie punten, maar in de praktijk werkt dat natuurlijk anders. Een derby heeft altijd iets extra's. Je kent de spelers, de verenigingen, de mensen langs de lijn en vaak ook de verhalen die bij zo'n wedstrijd horen.

Als trainer probeer je de voorbereiding wel hetzelfde te houden. Uiteindelijk moet je je eigen spel spelen en je eigen afspraken nakomen. Maar ik zou liegen als ik zeg dat een derby hetzelfde voelt als iedere andere wedstrijd. De entourage, de publieke belangstelling en de onderlinge rivaliteit zorgen automatisch voor extra spanning en energie.

Dat vind ik juist mooi aan voetbal. Je kunt vooraf honderd keer zeggen dat het 'maar drie punten' zijn, maar als je eenmaal op het veld staat en de kantine en de zijlijn staan vol, voel je dat het anders is.


Wat is met jouw huidige selectie een realistische doelstelling? Waarin moet de ploeg ten opzichte van vorig seizoen vooral beter of constanter worden om het verloren terrein terug te winnen?


We moeten ambitieus zijn. We zijn vorig seizoen gedegradeerd en uiteindelijk is het doel om zo snel mogelijk weer terug te komen. Maar ik vind dat je niet alleen een doel moet uitspreken, je moet vooral iedere week laten zien dat je er recht op hebt.

Met deze selectie wil ik vooral dat we constanter worden. We moeten als team beter worden in het uitvoeren van onze speelwijze, zowel met als zonder bal. We hebben een groep met kwaliteit, maar het moet niet zo zijn dat we afhankelijk zijn van een paar spelers.

Als we daarin stappen maken, geloof ik dat we een ploeg kunnen worden die voor de bovenste plekken gaat spelen. De ambitie is dus duidelijk: we willen meedoen om promotie.


En dan als laatste: ‘we zien wel waar we uitkomen’ lijkt niet helemaal bij jouw karakter te passen. Stel dat jullie gedurende het seizoen stevig in de top vijf staan, verschuift de lat dan automatisch weer omhoog? Wanneer kun jij straks écht tevreden terugkijken? Is dat alleen wanneer de terugkeer naar de derde klasse is gerealiseerd, of kan een seizoen waarin je een sterker en breder fundament voor de toekomst hebt gelegd voor jou óók geslaagd zijn?


Ik heb zelf eigenlijk altijd bij clubs gespeeld waar het ergens om ging. Dat houdt je scherp. Als voetballer wil je uiteindelijk gewoon iedere wedstrijd winnen. Laten we eerlijk zijn: als je dat niet hebt, hoor je misschien ook niet helemaal thuis op het voetbalveld. Die winnaarsmentaliteit heb ik als speler altijd gehad. Verschillende scheidsrechters hebben dat ook wel geweten, haha.

Dat zit bij ons volgens mij ook een beetje in de familie. We kunnen verbaal best aanwezig zijn en dat hoeven we ook niet onder stoelen of banken te steken. Die passie en emotie horen voor mij ook bij voetbal. Zolang het binnen de grenzen blijft, vind ik dat juist mooi. Je moet elkaar scherp kunnen houden en elkaar kunnen aanspreken.

En ik denk dat die winnaarsmentaliteit ook echt in deze groep zit. Dat heb je de afgelopen periode soms al kunnen merken. We willen winnen en we willen ergens voor spelen. Dat vind ik ook een belangrijke eigenschap van een ploeg.

Natuurlijk weet je vooraf niet hoe een seizoen gaat lopen. Maar als we halverwege het seizoen stevig bovenin staan, gaat bij mij de lat automatisch omhoog. Dan wil je meer. Uiteindelijk is promotie natuurlijk het doel. Als we aan het einde van het seizoen terugkeren naar de derde klasse, hebben we gedaan waarvoor we zijn begonnen.

Maar ik vind een seizoen niet alleen geslaagd als we promoveren. Ik wil ook dat we als ploeg beter zijn geworden, herkenbaar voetballen, breder zijn geworden en dat spelers zich hebben ontwikkeld. Dat zijn dingen die je misschien niet direct op de ranglijst terugziet, maar die wel belangrijk zijn.

Maar goed, we beginnen natuurlijk niet met het idee: 'we zien wel waar we uitkomen'. We willen meedoen om de prijzen, we willen goed aanvallend voetbal spelen en we willen uiteindelijk promoveren. Dat is gewoon waar we voor gaan.

Opmerkingen


bottom of page