top of page

Kjeld van der Sanden (CDW), speler aan het woord

  • 9 aug
  • 7 minuten om te lezen

De 24-jarige aanvallende middenvelder debuteerde op zijn zeventiende in het eerste elftal van CDW en groeide daar al snel uit tot een vaste waarde. Drie seizoenen geleden maakte hij de overstap naar tweedeklasser FC De Bilt, waar hij met meer dan dertig doelpunten eveneens een belangrijke kracht werd.

Dit seizoen is Kjeld teruggekeerd op het oude nest. We zochten hem afgelopen week even op.

Hoi Kjeld, allereerst, wil je jezelf eens voorstellen aan onze volgers?


“Hi, ik ben Kjeld van der Sanden, 24 jaar en woon samen met mijn vriendin in Wijk bij Duurstede. Voor mijn werk ben ik dagelijks in Houten te vinden bij Kids Lodge. Daarvoor heb ik Sport, Management en Ondernemen gestudeerd aan de Hogeschool van Amsterdam.”


Wie is Kjeld eigenlijk wanneer de voetbaltas even in de kast blijft staan? Waar kun je van genieten als voetbal een keer niet op nummer één staat? En als we toch bezig zijn: wat zetten we voor jou op tafel en wat drinken we daarbij in de derde helft?


“Tijdens de derde helft drink ik het liefst een biertje en als er een lekker speciaalbiertje voorbijkomt, sla ik dat zeker niet af. Naast het voetbal vind ik het vooral leuk om met vrienden op pad te zijn en lekker te eten en te drinken. BBQ’en, sushi, een biertje of een wijntje erbij: helemaal goed wat mij betreft. Ook ga ik graag naar het strand en vind ik het mooi om af en toe op vakantie of wintersport te gaan en nieuwe plekken te bezoeken. En als ik wat meer rust zoek, pak ik zo nu en dan een biografie van een sporter erbij.”


Heb je in het profvoetbal een speler naar wie je met extra belangstelling kijkt? Iemand bij wie je bepaalde eigenschappen herkent die ook bij jouw eigen spel passen?


“Een echt voorbeeld vind ik lastig te noemen. Als middenvelder heb ik een redelijke basistechniek, maar ik moet het vooral hebben van mijn conditie, wilskracht en inzicht. Je mag daar zelf een paar leuke namen bij verzinnen, haha.”


Dan noemen wij een Roy Keane, lijkt ons een mooi voorbeeld!

Dan gaan we terug naar het begin. Waar stond jouw voetbalwieg? Heb je daar de hele jeugdopleiding doorlopen of ben je al vroeg op verschillende plekken terechtgekomen? En welke trainers hebben in die jaren echt iets bij jou achtergelaten?


“Mijn voetbalwieg stond in Houten bij SV Houten. Daarna heb ik nog een korte periode bij FC Utrecht gespeeld en na onze verhuizing naar Wijk bij Duurstede ben ik uiteindelijk bij CDW terechtgekomen. Ik heb door de jaren heen veel goede trainers gehad en kon het eigenlijk met allemaal goed vinden. Zonder mensen tekort te willen doen, kijk ik bij SV Houten met veel plezier terug op mijn tijd onder André Sleurink, Quinten Dübendorfer, Mark Creutzburg en Henry Vermeulen. Later heb ik bij CDW ook veel gehad aan Jan Nienhaus en Pascal Junggeburt.”


Je kwam dus eigenlijk door de verhuizing bij CDW terecht. Was het vanaf het eerste moment een club waarbij je je thuis voelde, of moest dat gevoel in het begin nog groeien?


“De verhuizing was inderdaad een belangrijke reden dat ik bij CDW terechtkwam. In het begin waren er dus heel veel nieuwe gezichten voor mij. Een aantal jongens leerde ik vervolgens op de middelbare school kennen en daarna zijn we samen gaan voetballen in de toenmalige D1. Op die manier ben ik steeds meer in de club gerold en heb ik CDW leren kennen als een hele fijne plek om te zijn.”


Je was nog jong toen je de stap naar het eerste elftal maakte. Weet je dat debuut nog? Waar was het, wie was je trainer en merkte je direct dat seniorenvoetbal toch even iets anders was dan jeugdvoetbal?


“Als ik het mij goed herinner, debuteerde ik in een uitwedstrijd tegen Benschop onder Maurice Pot. Ik heb het nooit echt van mijn fysiek moeten hebben en ik weet nog goed dat ik die wedstrijd behoorlijk pittig vond. Het was fysiek toch wel iets anders dan ik vooraf had verwacht. Gelukkig stond er destijds een volwassen ploeg om mij heen en die jongens hielpen mij daar goed doorheen.”


Na de degradatie van CDW naar de derde klasse koos je een jaar later voor tweedeklasser FC De Bilt. Je wilde dus bewust niet nóg een niveau lager gaan spelen. Hoe kwam De Bilt uiteindelijk op jouw pad?


“Dat ik vertrok, had er voornamelijk mee te maken dat ik niet lager wilde gaan spelen. Tegelijkertijd wilde ik wel graag bij een club terechtkomen waar het naast het veld ook gezellig was. Toen ik tegen Floris-Jan, die vorig jaar de rol als hoofdtrainer bij De Bilt had overgenomen, vertelde dat ik weg wilde, zei hij eigenlijk heel simpel dat ik dan naar De Bilt moest komen. Zo gezegd, zo gedaan.”


Dat bleek achteraf geen verkeerde keuze. Je speelde drie seizoenen bij FC De Bilt en was er goed voor meer dan dertig doelpunten. Wat maakte die periode voor jou zo mooi en waarin ben je daar als voetballer vooral beter geworden?


“Bij De Bilt heb ik het echt enorm naar mijn zin gehad. Het was oprecht een feest om in die groep en voor die club te mogen spelen. Zeker in de eerste twee seizoenen onder Joël speelden we ook gewoon heel goed voetbal. Ik denk dat juist die combinatie van een hele fijne spelersgroep en goed voetbal ervoor heeft gezorgd dat ik daar zo’n mooie tijd heb gehad. Zelf ben ik daar vooral op tactisch gebied beter geworden. Ik ben het spelletje steeds beter gaan lezen. Je gaat situaties eerder herkennen en daardoor ook andere en betere keuzes maken. Daar heb ik in die drie seizoenen echt stappen in gezet.”


En dan toch terug naar CDW. Sportief gezien had je waarschijnlijk ook andere keuzes kunnen maken, maar de dagelijkse reistijd naar De Bilt begon mee te spelen. Waarom voelde juist dit als het goede moment om terug te keren naar Wijk bij Duurstede?


“De belangrijkste reden dat ik bij De Bilt wilde stoppen, was inderdaad de reistijd. Dat begon steeds zwaarder mee te wegen. Dat ik vervolgens voor CDW heb gekozen, heeft vooral te maken met de samenstelling van de huidige selectie. Er is rust binnen de club en dat zie je ook terug bij het eerste elftal. De groep van vorig seizoen is bijna volledig bij elkaar gebleven. Het is een vrij jonge selectie en een aantal van die jongens heb ik samen met Dylan van Engelen, die zelf ook in het eerste speelt, nog getraind. Tegelijkertijd loopt er met jongens als Thijs Wiegers, Yoeri Lakerveld en Roderick Sybesma ook behoorlijk wat ervaring rond. Met z’n drieën zijn zij goed voor meer dan 300 wedstrijden in het eerste elftal. Daarnaast proef je binnen de groep ook wel een gevoel van sportieve revanche. De ploeg werd vorig seizoen derde. Dat is op zichzelf natuurlijk een goed seizoen, maar uiteindelijk stonden de jongens wel met lege handen. Dat gevoel leeft en daar willen we dit seizoen iets mee doen.”


Je hebt inmiddels ook met de trainer gesproken over jouw rol. Je komt terug met drie seizoenen ervaring op een hoger niveau en de nodige doelpunten in de benen. Wat verwacht hij precies van jou? Alleen rendement voor het doel, of moet Kjeld ook één van de spelers worden die deze jonge groep bij de hand neemt?


“Dat laatste speelt zeker mee. De trainer verwacht dat ik samen met de ervaren jongens die ik net noemde help om het team neer te zetten. Daar wil ik mijn verantwoordelijkheid ook in nemen. Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat hij het ook erg prettig zou vinden als ik er gedurende het seizoen een aantal ballen inleg, haha.”

Je bent met 24 jaar nog steeds jong, maar hebt ondertussen wel de nodige wedstrijden en ervaring meegenomen. Wat wil je dit seizoen persoonlijk laten zien? En kijk je überhaupt al verder dan dit jaar, of ligt de volledige focus nu op CDW?


“Mijn belangrijkste doel voor dit seizoen is om belangrijk te worden binnen de speelwijze die de trainers voor ogen hebben. Ik wil daarin mijn taken zo goed mogelijk uitvoeren en van waarde zijn voor de ploeg. Wat er daarna gebeurt, weet ik op dit moment nog niet. Dat zie ik tegen die tijd wel.”


De voorbereiding is inmiddels begonnen. Hoe kwam je zelf uit de zomerstop? Ben jij iemand die de voetbalschoenen een paar weken volledig weggooit of begint het na een paar dagen stilzitten alweer te kriebelen?


“Mijn lichaam voelt weer fris. Helemaal niets doen is eigenlijk niet aan mij besteed. Ik heb sporten en bewegen gewoon nodig en merk dat ik een beetje onrustig word als ik te lang niets doe. Ook tijdens de zomerstop zoek ik daarom altijd wel iets van beweging op. Ik kom dus niet helemaal vanuit de luie stoel aan de voorbereiding beginnen.”


Dan de competitie. Op papier lijkt het een bijzonder interessante vierde klasse te worden. Bij verschillende clubs is behoorlijk wat veranderd en er zijn ploegen die zich flink hebben versterkt. Misschien is ‘poule des doods’ wat zwaar aangezet, maar vijf of zes ploegen die bovenin willen meedoen lijkt zeker niet ondenkbaar. Waar plaats jij CDW tussen al dat geweld?


“Het is zonder twijfel een sterke competitie met goede teams en goede spelers. Bij een aantal clubs zijn bovendien behoorlijk wat nieuwe spelers binnengekomen. Dat maakt het vooraf lastig om precies in te schatten hoe de verhoudingen liggen en of wij direct als één van de grote kanshebbers moeten worden gezien. Maar we hebben er absoluut zin in om ons met die ploegen te meten. Binnen onze eigen groep hebben we ook gewoon naar elkaar uitgesproken dat we bovenin willen meedoen. Daar hoeven we wat mij betreft niet geheimzinnig over te doen.”


Je hebt CDW tijdens je jaren bij De Bilt natuurlijk op afstand gevolgd. De ploeg van vorig seizoen bleef grotendeels intact en die jonge jongens zijn inmiddels weer een jaar verder. Waarom zou CDW dit seizoen constanter kunnen zijn dan vorig jaar?


“De selectie is inderdaad grotendeels intact gebleven. Daarnaast is er vorig seizoen onder Leroy en Craig, die inmiddels naar DOVO is vertrokken, hard gewerkt aan de speelwijze. De jongens kennen die manier van spelen inmiddels en hoeven dus niet helemaal opnieuw te beginnen.

Daar komt bij dat de jonge spelers inmiddels een seizoen ervaring in het seniorenvoetbal hebben opgedaan. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar volgens mij kan juist dat heel belangrijk zijn. Die extra ervaring moet ervoor zorgen dat we minder snel in vormschommelingen terechtkomen. Vorig seizoen heeft zo’n mindere periode de ploeg uiteindelijk veel gekost. Hopelijk kunnen we dat dit jaar voorkomen.”


Tot slot, Kjeld. We spreken elkaar volgend voorjaar opnieuw en jij kijkt met een grote glimlach terug op je terugkeer bij CDW. Wat moet er dan zijn gebeurd? Is alleen promotie voldoende, of kan het seizoen ook op een andere manier geslaagd zijn?


“Doordat een aantal ploegen behoorlijk is veranderd, is het vooraf moeilijk om precies te zeggen waar je uiteindelijk moet eindigen. Maar ik vind wel dat wij iets van elkaar mogen verwachten. Als we volgend voorjaar terugkijken, moeten we het simpelweg beter hebben gedaan dan vorig seizoen. De ploeg werd toen derde en stond uiteindelijk met lege handen. Dus derde of hoger eindigen óf minimaal een periode pakken. Ik denk dat we pas dan met recht kunnen zeggen dat we een stap vooruit hebben gezet.”

Opmerkingen


bottom of page