top of page

Jerome Gijsbertsen (Odijk), van speler naar de technische staf.

  • 6 dagen geleden
  • 8 minuten om te lezen

Na bijna tien jaar vol aanhoudende knieklachten moest Jerome Gijsbertsen noodgedwongen een punt achter zijn actieve voetballoopbaan zetten. De voetbalschoenen gaan voorlopig de kast in, maar afscheid nemen van het spelletje doet hij niet. Bij SV Odijk begint hij als assistent-trainer aan een nieuw hoofdstuk.

Hoi Jerome, voor de vele volgers die de laatste tijd bij VMN zijn aangesloten en jou misschien nog niet kennen: stel jezelf eens kort voor.


“Ik ben Jerome Gijsbertsen en ben net 28 jaar geworden. Ik woon in Odijk, samen met mijn vriendin en pasgeboren zoon. In het dagelijks leven heb ik een eigen loodgietersbedrijf, samen met mijn vader, broertje en broer. Een echt familiebedrijf dus. Binnen het bedrijf vervul ik een dubbelrol. Ik doe bijvoorbeeld de administratie, offertes en facturen en de voorbereiding, maar ben ook gewoon zelf aan het klussen.”


Je hebt vanwege aanhoudende knieklachten noodgedwongen een punt achter je actieve voetballoopbaan moeten zetten. Neem ons eens mee naar het begin: wanneer kreeg je voor het eerst last en hoe lang heb je ermee doorgelopen of doorgesukkeld? Was je al eerder bij een arts of specialist geweest en wanneer kwam uiteindelijk het moment waarop verder onderzoek noodzakelijk werd? Er volgde een MRI-scan. Wat kwam daar precies uit en welk advies kreeg je daarna?


“Het begon allemaal in de zomer van 2017 op een festival. Op een ongelukkig moment ging ik door mijn knie en had ik direct erg veel last. Gelukkig had ik toen wat verdoving op, haha. De dag erna had ik nog steeds erg veel last en had ik direct wel door dat het foute boel was.

Ik heb toen een aantal weken mijn knie rust gegeven, voordat de voorbereiding op het seizoen 2017/18 begon. Tijdens de eerste trainingen en wedstrijden bleef ik een gek en onstabiel gevoel in mijn knie houden. Toen kwam de eerste competitiewedstrijd tegen Aurora en ging het compleet mis. Bij mijn eerste balcontact probeerde ik weg te draaien en toen ging ik helemaal door mijn knie heen.

Er was een fysio aanwezig en die concludeerde direct dat mijn voorste kruisband was afgescheurd. Hierna heb ik een MRI laten maken, die deze constatering bevestigde. Ongeveer twee à drie maanden na de MRI ben ik geopereerd aan mijn voorste kruisband.

Toen begon het lange herstel en maakte ik mijn eerste minuten weer in de voorbereiding op het seizoen 2019/20. Sinds die periode is mijn knie nooit meer geworden zoals hij daarvoor was. Ik bleef na het voetballen altijd vocht en andere problemen houden en niemand kon vinden waarom dat zo was.

Vorig seizoen kwam het moment waarop het echt niet meer ging en de klachten nog erger begonnen te worden. Ik ben toen naar een privékliniek gegaan om opnieuw een MRI te laten maken. Afgelopen februari kreeg ik daar de uitslag die ik niet had gehoopt te krijgen: het dringende advies om te stoppen met voetballen, omdat ik anders binnen tien jaar een kunstknie nodig zou hebben.

Helaas is de keuze dan snel gemaakt, ondanks dat voetbal een deel van mijn leven is.”


Zo’n uitslag betekent nogal wat wanneer voetbal jarenlang een belangrijk onderdeel van je leven is geweest. Voelde je zelf al dat het einde van je actieve loopbaan dichterbij kwam, of kwam de definitieve boodschap toch hard binnen? En hoe moeilijk was het om te accepteren dat stoppen uiteindelijk de verstandigste keuze was?


“Zeker! Dit was een van de moeilijkste keuzes in mijn leven tot nu toe. Voetbal is en was echt een deel van wie ik ben. Ik was mij er zelf wel van bewust dat het moment een keer zou komen, want het werd steeds erger en erger.

Voor de uitslag was ik al wel voorbereid op minimaal een operatie, maar definitief stoppen met voetballen op niveau had ik nog niet ingeschat. Daarom kwam de boodschap erg hard binnen en ook nog eens op een moeilijk moment in het voetbalseizoen.

Ik heb toen besloten om het team niet direct in de steek te laten en het seizoen af te maken. Het is natuurlijk erg moeilijk om te accepteren, maar wel de verstandigste keuze. Mede omdat ik een fysiek beroep heb dat ik nog tot mijn pensioen wil kunnen uitoefenen.”


Betekent stoppen voor jou dat de voetbalschoenen echt definitief in de kast staan, of kun en mag je recreatief nog wel een balletje trappen? En ben jij eigenlijk wel iemand die ‘voor de lol’ kan voetballen zonder dat de oude fanatiekeling onmiddellijk weer bovenkomt?


“Een twijfelgeval. Ik moet eerst nog een operatie ondergaan in september om mijn knie voor zover mogelijk op te lappen en schoon te maken. Dit wil ik daarna eerst goed laten herstellen, om vervolgens te beoordelen of misschien een balletje trappen op recreatief niveau mogelijk is.

Iedereen kent mij wel als een heel fanatieke voetballer die weleens van zich laat horen in het veld, dus het eventueel omschakelen naar voetballen voor de lol zal wel een opgave worden.”


Vrij snel na het noodgedwongen stoppen ging er met de rol van assistent-trainer een nieuwe deur voor je open. Hoe is dat precies ontstaan: kwam de club met het idee, speelde het zelf al door je hoofd of is het eigenlijk heel natuurlijk zo gegroeid? Was je direct enthousiast over die nieuwe rol of moest je eerst wennen aan het idee dat je niet meer tussen de spelers, maar aan de andere kant van de lijn zou staan?


“Marius heeft vroeger eigenlijk hetzelfde meegemaakt als ik. Voetballen in Odijk 1 en moeten stoppen vanwege knieproblemen. Doordat hij dit al heeft meegemaakt en weet hoe dit voelt, heeft hij mij erg geholpen. Hij weet als geen ander hoe dit voelt en wat het beste is om te doen. En dat is het voetbal niet uit het oog verliezen.

Na een aantal goede gesprekken heeft Marius mij gevraagd of ik hem wilde assisteren voor het volgende seizoen en dat leek mij erg leuk. Het is voor nu wel erg wennen om aan de andere kant te staan en de jongens met wie je altijd gevoetbald hebt vanaf de zijlijn te zien.”


Je hebt jarenlang als speler naar trainers geluisterd en maakt nu zelf onderdeel uit van een technische staf. Wat heeft je tot nu toe het meest verrast aan die andere kant? Zijn er dingen waarvan je als speler eigenlijk nauwelijks besefte hoeveel voorbereiding, overleg en denkwerk erin zit?


“Ja, dat is zeker de voorbereiding! Ik weet hoeveel uur Marius in de week met voetbal bezig is om het voor de jongens zo goed mogelijk voor te bereiden en te regelen. Dat is een groot compliment waard!

Van alle trainers die ik heb gehad, is hij toch degene die net dat beetje extra voor de jongens doet, zodat iedereen het beste in zichzelf naar boven haalt.

Ook komt er bij Odijk altijd een extra factor kijken en dat is het bewaken van de breedte van de selectie. Als kleine dorpsclub moet je het doen met de jongens uit het dorp en dan merk je toch wel dat wij een minder grote selectie hebben dan andere teams. Als staf moet je daar voorzichtig mee omgaan, zodat je wel elke week een representatief team op de been hebt.”


Je hebt zelf ongetwijfeld ook weleens gemopperd op een wissel, een training of een beslissing van een trainer. Zijn er nu al momenten waarop je denkt: ‘Oké, nu begrijp ik waarom trainers dat vroeger bij mij zo deden’? En irriteer je je misschien zelfs al aan dingen die je als speler zelf ook deed? Haha.


“Jazeker. Bij mij was dit vaak tijdens trainingen en in mindere fases van wedstrijden. Ik kan mij wel voorstellen dat ik mij vanaf de zijlijn nu aan mezelf als speler zou kunnen irriteren.

Wel ben ik door de jaren heen erg gegroeid in het proberen het goede voorbeeld te geven en leiderschap op mij te nemen. Hierin heeft Marius mij ook erg goed gecoacht en geholpen.”


Hoe ziet jouw rol binnen de technische staf er concreet uit? Welke verantwoordelijkheden en ruimte krijg je van Marius tijdens trainingen en wedstrijden? Mag je bijvoorbeeld zelf oefenvormen leiden, voor de groep staan en wordt jouw mening ook meegenomen bij voetbaltechnische keuzes?


“Ik denk dat ik tijdens een wedstrijd erg goed kan inschatten welke keuzes je moet maken. Hierin kan ik Marius goed ondersteunen en kunnen wij samen onze gedachten delen om tot de juiste keuze te komen.

Omdat ik zelf natuurlijk helemaal geen ervaring heb als trainer en het allemaal erg snel is gegaan, gaan we gewoon rustig beginnen op het trainingsveld en mijn rol langzaam uitbreiden.”


Je bent pas kort geleden gestopt en kent veel jongens natuurlijk nog vanuit de kleedkamer. Dat kan een groot voordeel zijn, maar misschien soms ook lastig. Hoe bewaak je de grens tussen Jerome als voormalig ploeggenoot en Jerome als lid van de technische staf, zeker wanneer er beslissingen worden genomen waar een speler misschien niet blij mee is?


“Ik probeer gewoon mezelf te blijven en denk dat dit een natuurlijk verloop moet hebben. Ik was het afgelopen jaar natuurlijk aanvoerder, waardoor je al met zulke situaties te maken krijgt. Ik denk dat het daarom in de voorgaande jaren indirect al in gang is gezet.”


Welke eigenschappen die jou als voetballer typeerden, denk je goed te kunnen gebruiken in je nieuwe rol? En waar ligt voor jezelf juist nog het grootste leerpunt nu je het voetbal vanuit een totaal andere positie beleeft?

“Soms dingen doen die anderen niet zo snel zouden doen. Verrassingen zijn in het voetbal niet te coachen of voor te bereiden, waardoor het iets ongrijpbaars is.

Mijn grootste leerpunt is om het voetbal nu echt te gaan bekijken vanuit het perspectief van een trainer.”

Welk gedeelte van het trainersvak trekt jou het meeste, ondanks dat het natuurlijk een totaalpakket is? Zit dat bijvoorbeeld in het tactische gedeelte, het individueel beter maken van spelers, het neerzetten van trainingen, het menselijke aspect of juist het coachen en beïnvloeden van een wedstrijd?


“Het is nog heel lastig om te zeggen, omdat we eigenlijk pas twee trainingen en één oefenwedstrijd verder zijn. Op voorhand lijkt mij het menselijke aspect erg interessant om mee verder te werken en de nieuwe generatie met mijn ervaring advies te kunnen geven.”


Is deze functie voor jou voorlopig vooral een mooie manier om iets voor de club te betekenen, of heeft deze nieuwe rol inmiddels zoveel losgemaakt dat je serieus overweegt om trainersopleidingen te gaan volgen en je diploma’s te halen? Zie je jezelf uiteindelijk misschien zelfs als hoofdtrainer voor een groep staan?


“Voor nu doe ik het echt voor de club, Marius en de selectie waarin ik geloof en waarvan ik graag deel wil uitmaken. Ik heb op dit moment nog geen ambities om hier verder iets mee te doen.


Laten we ook nog even terugkijken. Als je drie momenten uit je actieve loopbaan mag kiezen die onmiddellijk weer op je netvlies verschijnen, welke zijn dat dan en waarom? Dat kan een bijzondere wedstrijd zijn, een actie, een promotie, een persoonlijke uitverkiezing of misschien iets heel anders.


“Kampioen worden met SV Odijk in de vierde klasse in het seizoen 2024/25.

Als 16-jarige aansluiten bij Odijk 1 in de eindfase van de competitie en direct een doelpunt maken in de derby tegen ’t Goy.

Met Jonathan in de beker winnen van DHSC.”


Bij mooie momenten horen helaas ook teleurstellingen. Wat was, even los van je knieblessure en het noodgedwongen stoppen, de grootste domper uit je actieve voetballeven?


“Toch wel redelijk recent: mijn enige rode kaart ooit, in de kampioenswedstrijd tegen Lopik.”

We moeten natuurlijk niet alles serieus maken: hoe zit het tegenwoordig met de derde helft? Kun je op zaterdag nog gewoon gezellig tussen de jongens staan, of valt het gesprek tegenwoordig ineens stil zodra assistent-trainer Jerome in de kantine komt aanlopen? Haha.

“Wij kennen elkaar als groep al zo lang en zijn goed bevriend met elkaar, waardoor dit soort dingen bij ons erg natuurlijk verlopen. De jongens zien mij niet anders dan voorheen.”


Nu je niet meer iedere week op je voetbalgewicht hoeft te letten: welke snack of andere guilty pleasure komt tegenwoordig wat vaker op tafel dan toen je nog actief voetballer was?


“Ik heb niet iets wat ik nu extra eet ten opzichte van voorheen.”


Tot slot kijken we vooruit. Wanneer zou jij over, pak ’m beet, drie jaar kunnen zeggen dat het noodgedwongen stoppen als speler uiteindelijk het begin is geworden van een minstens zo mooi tweede voetbalhoofdstuk? Met andere woorden: welke ambities heb je voor de komende jaren binnen het voetbal en misschien specifiek binnen de club?


“Voor nu vind ik dit lastig om te zeggen, omdat ik pas heel kort actief ben in deze rol. Ik zou zeggen: vraag het aan het einde van het seizoen nog een keer!”

Opmerkingen


bottom of page