top of page

Casper Nelis(Keeperstrainer) aan het woord.

  • Foto van schrijver: William Puyk
    William Puyk
  • 5 jan
  • 4 minuten om te lezen

Hij kan terugkijken op prachtige jaren als actieve keeper in het betaald voetbal. Een carrière waarin hij zelfs heel dichtbij het vasthouden van de Champions League Cup kwam. Uiteindelijk maakte Louis van Gaal destijds een andere keuze achter Edwin van der Sar.

Vandaag de dag staat hij nog altijd tussen de palen, zij het in een andere rol. Als keeperstrainer bij Graveland en Loosdrecht geeft hij zijn ervaring en passie door aan een nieuwe generatie keepers. Een rol waarin hij duidelijk zijn ei kwijt kan en waarin de liefde voor het vak nog elke dag zichtbaar is.

Tijdens de jaarwisseling zochten wij hem even op voor een gesprek. Voormalig Jong Oranje-international Casper Nelis.


Hoi Casper, stel jezelf even voor.

“Casper Nelis, 49 jaar, woonachtig in Loosdrecht. Ik ben getrouwd en heb twee dochters.”


Wanneer wist jij dat je keeper wilde worden?


“Toen ik vier jaar was, ben ik begonnen met keepen bij SV ’s-Graveland. Ik was echter nog te jong en liep tegen HSV Victoria tegen de lamp. Daarna moest ik wachten tot ik zes jaar was.”


Hoe kijk je terug op je eerste jaren bij ’s-Graveland en je overstap naar de jeugd van Ajax?


“Mijn vader was elftalleider van mijn team en iedere thuiswedstrijd gingen we op zondag ook kijken bij het eerste elftal van SV ’s-Graveland. In de herfstvakantie ging ik naar een open dag bij Ajax. Omdat mijn ouders een stomerij hadden, vonden ze het wel prettig om even één kind minder te hoeven vermaken.”


Wat maakte spelen en trainen bij Ajax zo bijzonder voor jou?


“Na de open dag werd ik uitgenodigd voor een proefwedstrijd en werd ik direct aangenomen. Ik kwam als tweedejaars D-junior (net 11 jaar) in een team terecht met Clarence Seedorf, Patrick Kluivert, Dave van den Bergh, Danny Landzaat en Mario Melchiot. Dat team bleef bij elkaar tot het einde van de jeugdopleiding, later aangevuld met spelers als Martijn Reuser, Hans van der Haar en Alex Kroes (nu technisch directeur van Ajax).”


Je zat bij Ajax 1 achter Edwin van der Sar en Fred Grim. Wat heb je van die periode geleerd?


“In de jeugd had ik al een zeer goede concurrent in Nikkie van Aart (nu keeperstrainer bij AZ). Pas toen ik tweedejaars A-junior was (18 jaar) maakte trainer Co Adriaanse de keuze om voorlopig voor mij als eerste keeper te kiezen.”

Hoe beleefde je het om onderdeel te zijn van de Ajax-selectie, ook al speelde je geen officiële wedstrijden?


“Van de vijf seizoenen dat ik bij Ajax Reserves speelde, was er drie seizoenen sprake van concurrentie tussen Fred Grim en mij. Helaas viel de keuze uiteindelijk op Fred en moest ik uitkijken naar een andere club. Het niveau van Van der Sar was voor mij niet haalbaar; hij was nooit geblesseerd. Daardoor kwam ik niet verder dan oefenwedstrijden in Ajax 1.”


Waarom koos je in 1999 voor een overstap naar Willem II?


“In 1998 kon ik een vierjarig contract tekenen bij UD Las Palmas, maar op het laatste moment ketste dat af omdat mijn toenmalige zaakwaarnemer te veel commissie vroeg. Willem II had ik al afgezegd, maar gelukkig kwamen zij een halfjaar later alsnog bij me terug.”


Hoe speciaal was het voor jou om je Eredivisie-debuut te maken?


“Niet echt speciaal. Het was een vreemd seizoen voor mij bij Willem II. Achteraf is het natuurlijk wel leuk om op terug te kijken.”


Na je profcarrière ging je verder in het amateurvoetbal. Wat trok je daarin aan?


“Ik kon een profcontract voor drie jaar tekenen bij FC Omniworld (nu Almere City). Ze hadden grote plannen om zo snel mogelijk het betaalde voetbal te bereiken. Ik speelde samen met spelers als Toine Rorije, Elroy Kromheer, Ab Plugboer, Stanley Strobbe, Melvin Donleben, Roy van der Meije en Ramon Beerens. Totdat de gemeente Almere de financiële stekker uit het project trok. Het heeft daarna nog jaren geduurd voordat Almere een profclub kreeg.”

Bij welke amateurclubs heb je met het meeste plezier gespeeld, en waarom?


“SO Soest, omdat het een warme club is en ik daar met fijne teamgenoten heb gespeeld.”


Tegenwoordig ben je keeperstrainer bij SV Loosdrecht en ’s-Graveland. Hoe is die rol ontstaan?


“Ik ben door beide clubs gevraagd. Bij SV ’s-Graveland train ik zowel senioren als jeugd, en bij SV Loosdrecht de selectie, aangevuld met een aantal talenten uit de bovenbouw van de jeugd.”


Wat vind je het leukste aan het werken met keepers langs de lijn in plaats van op het veld?


“Dat keepers op hun eigen niveau de basisbeginselen van het keepen leren beheersen en dit vervolgens kunnen toepassen in wedstrijden.”


Welke lessen uit je profcarrière gebruik je nu in je werk als keeperstrainer?

“Dat je vooral veel plezier moet hebben. En als je een keer minder goed speelt, komt er altijd weer een nieuwe wedstrijd waarin je als keeper belangrijk kunt zijn voor je team.”


Wat probeer je jonge keepers vooral mee te geven in hun ontwikkeling?

“Dat keepers onderdeel zijn van het hele team en niet, zoals vroeger, als eenlingen worden gezien. Frans Hoek noemt dit de ‘Goal Player’.”


Als je terugkijkt op je carrière, waar ben je het meest trots op?


“Dat ik meerdere keren ben geselecteerd voor Jong Oranje (O21) en zelfs een interland heb gespeeld.”


Welk advies zou je geven aan jonge keepers die dromen van het profvoetbal?


“In Nederland hebben BVO’s een uitstekend netwerk van amateurclubs en scouting. Als je talent hebt, komt die kans uiteindelijk een keer.”


Het laatste woord is aan jou…


“Graag wens ik iedereen een gezond, sportief en gezellig 2026.”


Exclusief voor VMN

Robyn de Boer

Opmerkingen


bottom of page