top of page

Roy van Rooijen (Oranje Wit Elst), trainer aan het woord

  • 8 uur geleden
  • 7 minuten om te lezen

Roy van Rooijen: "Eerst een hecht team bouwen, daarna volgt het resultaat vanzelf"

Voor Roy van Rooijen begint bij Oranje-Wit Elst een bijzonder hoofdstuk in zijn trainersloopbaan. Na jaren ervaring als speler, jeugdtrainer en assistent-trainer krijgt de bijna 39-jarige inwoner van Eck en Wiel voor het eerst de volledige verantwoordelijkheid over een eerste elftal. De ambitieuze oefenmeester werkte jarenlang stap voor stap aan dit moment en wil bij de warme dorpsclub vooral bouwen aan een hecht collectief, herkenbaar voetbal en een stabiele toekomst. In een uitgebreid gesprek met Voetbal Midden Nederland vertelt Van Rooijen over zijn weg naar het hoofdtrainerschap, zijn voetbalvisie, de eerste weken bij Oranje-Wit Elst en de ambities die hij samen met de club wil waarmaken.

Roy, allereerst welkom bij Voetbal Midden Nederland. Wil je jezelf eens voorstellen aan onze volgers?


"Mijn naam is Roy van Rooijen. Zaterdag word ik 39 jaar. Ik ben geboren in Maurik en woon tegenwoordig in Eck en Wiel. Ik ben getrouwd en samen hebben we een zoon van elf jaar. In het dagelijks leven werk ik bij Waterschap Rivierenland als assistent-gebiedsbeheerder. Daarnaast volg ik een opleiding en loop ik mee voor de functie van opzichter-uitvoerder Buitenruimte. Ook daarin wil ik mezelf graag blijven ontwikkelen."


Je voetbalde jarenlang bij SV MEC'07 en stond al op jonge leeftijd in het eerste elftal. Uiteindelijk dwong een zware kruisbandblessure je om te stoppen. Hoe is jouw trainersloopbaan eigenlijk begonnen?


"Ik begon op mijn vijfde met voetballen bij SV Maurik, dat later opging in SV MEC'07. De complete jeugdopleiding heb ik daar doorlopen. Op mijn vijftiende sloot ik al aan bij het eerste elftal en vanaf mijn zestiende speelde ik daar als vaste buitenspeler. Toen ik 25 was, scheurde ik mijn kruisband. Ik wilde koste wat kost terugkomen en dat lukte ook, maar helaas scheurde ik in mijn tweede wedstrijd opnieuw dezelfde kruisband af. Toen wist ik eigenlijk wel dat mijn actieve voetbalcarrière erop zat. Mijn toenmalige trainer Gert van Esterik vroeg mij vervolgens om grensrechter te worden bij het eerste elftal. Dat heb ik een seizoen gedaan, maar eerlijk gezegd lag mijn hart veel meer bij het spel dan bij het vlaggen. Een jaar later zat Dames 1 zonder trainer en vroegen zij of ik dat wilde oppakken. Daar is mijn passie voor het trainersvak echt ontstaan. Ik heb de dames drie jaar getraind en maakte daarna de stap naar het tweede elftal. Ondertussen behaalde ik mijn trainerspapieren en werd ik assistent van Leonard Refualu bij het eerste elftal van SV MEC'07."

Vorig seizoen was je trainer van een JO 19-1 team, heb je meerdere jeugdteams in het verleden getraind? Waarom voelt juist dit moment als het juiste om hoofdtrainer van een eerste elftal te worden?


"Vorig seizoen trainde ik de JO19-1 van Theole uit Tiel. Dat was eigenlijk het enige jeugdteam buiten mijn eigen club dat ik heb getraind. Daarnaast ben ik al jarenlang betrokken als trainer bij het team van mijn vrouw en onze zoon, die komend seizoen in de JO13 van SV MEC'07 speelt. Toch lag mijn ambitie altijd bij het seniorenvoetbal. Na mijn periode als assistent voelde ik dat ik klaar was voor de volgende stap. Dit is voor mij het juiste moment om die uitdaging aan te gaan."


Voor het eerst ben jij nu eindverantwoordelijk voor een eerste elftal. Merk je dat daar veel meer bij komt kijken, misschien ook door de reistijd?


"Doordat ik tweeënhalf jaar assistent ben geweest, wist ik redelijk goed wat er allemaal bij komt kijken. Natuurlijk is het spannend om nu zelf eindverantwoordelijk te zijn, maar gelukkig word ik binnen Oranje-Wit ontzettend goed ondersteund. Qua tijdsinvestering valt het eigenlijk mee. Veel zaken zoals trainingsschema's en organisatie deed ik als assistent ook al. Alleen voer je nu meer gesprekken met spelers, staf en bestuur. Uiteindelijk bereik je succes nooit alleen; daar heb je de hele club voor nodig. Ook de reistijd is ideaal. Voor trainingen en thuiswedstrijden stap ik gewoon op de fiets. Via het pontje bij Ingen sta ik binnen ongeveer twintig minuten op het sportpark."


Welk trainersdiploma heb je inmiddels behaald? En smaakt dat naar meer?


"Ik ben in het bezit van UEFA C, het voormalige TC3. Lange tijd dacht ik dat dit voldoende was, maar inmiddels begint UEFA B toch steeds meer te kriebelen. Eerst wil ik mijn opleiding op het werk afronden. Daarna ga ik zeker bekijken of ik die volgende stap als trainer wil zetten."


Hoe kwam het gesprek tot stand en hoe verliepen die met Oranje-Wit Elst?


"Vorig jaar heb ik ook al gesolliciteerd bij Oranje-Wit. Toen koos de club uiteindelijk voor een andere trainer en ben ik bij Theole aan de slag gegaan. Dit seizoen wilde ik heel graag een eerste elftal trainen. Toen Oranje-Wit opnieuw contact opnam, voelde dat direct goed. De gesprekken verliepen erg prettig en vooral de visie van de club sprak mij enorm aan. Daardoor was de keuze eigenlijk snel gemaakt."


Oranje-Wit Elst staat bekend als een warme dorpsvereniging met een relatief kleine selectie. Welke ambities leven er op dit moment binnen de club? Ligt de focus de komende jaren vooral op sportieve prestaties, of is het minstens zo belangrijk om eerst te bouwen aan een bredere en stabielere selectie? En hoe kijkt de club naar de toekomst als het gaat om de jeugdopleiding en de doorstroming van eigen talent?


"Dat warme karakter voel je direct als je binnenkomt. We beschikken momenteel over een selectie van twintig spelers, inclusief drie keepers. Voor mij ligt de nadruk dit seizoen vooral op het bouwen van een hecht team. Veel spelers kenden elkaar nog nauwelijks en de leeftijdsverschillen zijn groot. De jongste speler is zestien jaar en de oudste 38. Dat is een flinke generatiekloof, maar tegelijkertijd ook een enorme kans. De ervaren jongens kunnen de jeugd begeleiden en andersom brengen de jongeren weer nieuwe energie. Als we eerst een echte eenheid worden, geloof ik dat de resultaten vanzelf volgen.

Voor de langere termijn zou het prachtig zijn als de club weer een tweede zaterdagelftal en uiteindelijk ook jeugdteams kan opbouwen. Maar dat is geen doel voor volgend seizoen; dat is eerder een plan voor de komende tien jaar."

Iedere trainer heeft zijn eigen voetbalvisie. Maar bij een kleinere vereniging is het soms belangrijker om te kijken naar de kwaliteiten van de spelersgroep. Hoe vind jij daarin de juiste balans? Pas jij jouw speelwijze aan op de mogelijkheden binnen de selectie of blijf je vasthouden aan jouw eigen voetbalideeën?


"Je moet altijd kijken naar de spelers die je tot je beschikking hebt. Natuurlijk wil iedereen aantrekkelijk en aanvallend voetbal spelen, maar het moet wel realistisch zijn. Op dit moment zijn we daar nog niet, maar dat is wel waar we naartoe willen groeien. Hoe snel dat lukt, zal de tijd moeten uitwijzen."


De voorbereiding is inmiddels begonnen. Waar ligt voor jou de nadruk? En zie je de bekerwedstrijden vooral als een verlengstuk van de voorbereiding waarin je jouw speelwijze verder wilt ontwikkelen? Wat ons logisch lijkt?


"We zijn bewust al op 25 juli gestart. Vooral om elkaar goed te leren kennen en om de fysieke basis op orde te krijgen. Er zijn jongens die één of meerdere jaren niet gevoetbald hebben. Dan merk je dat conditie, handelingssnelheid en precisie nog ontbreken. We trainen veel op kracht en conditie, maar altijd mét een bal. We zitten tenslotte op voetbal en niet op atletiek. De Prima Voor Elkaar Cup en de bekerwedstrijden gebruiken we vooral om automatismen te ontwikkelen en aan elkaar te wennen. In wedstrijden zie je toch weer andere dingen dan op de training. Daarnaast hebben we in september nog drie oefenwedstrijden gepland. Zo krijgt iedereen een eerlijke kans om zich te laten zien én werken we verder aan het wedstrijdritme."


Bij een kleinere vereniging is een selectie vaak kwetsbaar. Hoe belangrijk is de samenwerking binnen de club?


"Ontzettend belangrijk. Met twintig spelers weet je dat je iedereen nodig gaat hebben. Gelukkig zijn er spelers uit het tweede elftal die willen bijspringen als dat nodig is. Dat is het voordeel van een kleine, hechte vereniging. Het enige nadeel is dat het tweede op zondag speelt. Daardoor is de wisselwerking wat lastiger. Hopelijk ontstaat er in de toekomst ook weer een tweede zaterdagelftal. Dat zou de doorstroming alleen maar verbeteren."

Buiten het voetbal om: hoe ontspant Roy van Rooijen?


"Ik rijd graag motor met vrienden. Even lekker uitwaaien en mijn hoofd leegmaken. Daarnaast geniet ik vooral van tijd met mijn gezin. Een terrasje pakken, uit eten, een dagje pretpark of samen naar Ajax; dat vinden we allemaal leuk. Al draait ons gezinsleven eerlijk gezegd voor een groot deel gewoon om voetbal."


Zijn er trainers die jou inspireren?


"Ik heb niet één trainer waarvan ik alles wil kopiëren. Bij de profs kijk ik graag naar trainers als Pep Guardiola, Arne Slot, Erik ten Hag, Peter Bosz en Jürgen Klopp. Van allemaal kun je wel iets leren.

Maar misschien heb ik nog wel het meeste meegenomen van mijn eigen trainers. Van Gert van Esterik heb ik vooral het menselijke aspect geleerd en van Leonard Refualu veel over de veldtrainingen. Ik vind het belangrijk om veel over voetbal te praten, goed te luisteren en open te staan voor ideeën van andere trainers én spelers. Zo blijf je jezelf ontwikkelen."


Kun je in de zomer het voetbal echt loslaten?


"Normaal gesproken wel, maar dit jaar heb ik bewust geen vakantie gepland. Ik wilde me volledig kunnen richten op mijn eerste seizoen als hoofdtrainer. Dat betekent overigens niet dat ik dag en nacht met voetbal bezig ben. Je moet ook kunnen ontspannen. Wel vind ik dat je begin augustus alles georganiseerd moet hebben, zodat je tijdens het seizoen niet achter de feiten aanloopt."


Waar hoop je over een jaar als trainer in gegroeid te zijn?


"Ik merk dat ik soms nog iets zakelijker mag zijn. Ik ben van nature iemand die het graag voor iedereen goed wil doen. Dat lukt alleen niet altijd. Juist daarom wil ik veel vlieguren maken. Door ervaring op te doen word je vanzelf sterker, zowel op voetbalinhoudelijk als persoonlijk vlak."


Tot slot. Wanneer kijk jij straks met een tevreden gevoel terug op jouw eerste seizoen bij Oranje-Wit Elst?


"Als we aan het einde van het seizoen een hecht team hebben staan dat precies weet wat elkaars kwaliteiten zijn, dan hebben we al een enorme stap gezet. Sportief hoop ik dat we in de middenmoot eindigen en misschien zelfs een periode kunnen meepakken. Maar nog belangrijker vind ik dat we een herkenbare speelstijl ontwikkelen waarop we de komende jaren kunnen voortbouwen. Mijn ambitie is dat we uiteindelijk structureel kunnen meedoen in de top van de vijfde klasse en dat de club verder groeit. Dat mensen zien dat gezelligheid en goed voetbal bij Oranje-Wit Elst prima samengaan.

Ik hoop dan ook dat veel mensen dit seizoen eens een wedstrijd komen bekijken of gezellig langskomen in het clubhuis."

bottom of page