top of page

Richard Plug (Jos Watergraafsmeer), trainer aan het woord

  • 3 dagen geleden
  • 12 minuten om te lezen

Hij speelde jarenlang als profvoetballer in Nederland en zette die ervaring later met succes om in het trainersvak. Maar welke lessen uit zijn carrière neemt Richard Plug iedere dag mee op het trainingsveld? Welke trainer heeft hem het meest gevormd als oefenmeester en hoe kijkt hij naar het moderne voetbal? We zochten deze week de hoofdtrainer van vierde divisionist JOS Watergraafsmeer op voor een uitgebreid gesprek. De Amsterdamse club is dit seizoen ingedeeld bij onder meer SV Huizen, Victoria en Hoogland, waardoor de VMN-volgers hem regelmatig aan het werk zullen zien. Tijd dus om kennis te maken met de man achter de trainer en zijn visie op voetbal

Richard, allereerst: wil je jezelf eens voorstellen?


Mijn naam is Richard Plug, trainer van JOS/Watergraafsmeer en bijna 59 jaar oud. Ik ben vader van twee dochters en opa van een kleinzoon, waarbij er nog twee kleinkinderen op komst zijn. Ik ben getrouwd met Anouk Broersma. Eerder ben ik als trainer werkzaam geweest bij VSV, De Kennemers, Odin’59, DVS’33 en VVSB. Nu ben ik dus voor het derde seizoen trainer bij JOS. In het dagelijks leven ben ik hypotheekadviseur en verzekeringsagent en werk ik al dertig jaar als zelfstandige.


Heb je naast het voetbal nog hobby’s, volg je andere sporten of trek je er in je vrije tijd graag op uit?


Ik heb tot mijn 49e kunnen voetballen, maar ben toen helaas vier keer in één jaar aan mijn rechterknie geholpen. Inmiddels ben ik de trotse bezitter van een kunstknie. Voetballen gaat helaas dus niet meer, maar tegenwoordig padel ik twee à drie keer per week met veel oud-voetballers. Een heel leuk alternatief, moet ik zeggen. Alleen ben ik met dat spelletje ook weer enorm fanatiek. Je kunt je maat bovendien makkelijk de schuld geven, wat ik dan ook vaak doe, hahaha.

Daarnaast ga ik twee keer per week naar de sportschool om core-oefeningen te doen bij Marie-José. Een toppertje, waar ik veel baat bij heb. Mede ook omdat ik in mijn vrije tijd wel een Bourgondiër ben. Op paardensport en gemotoriseerde sporten na volg ik verder een heel breed scala aan andere sporten.


Je speelde jarenlang betaald voetbal bij Telstar, FC Zwolle en Dordrecht’90. Als je terugkijkt op die periode, welke lessen uit het profvoetbal hebben jou als mens én als trainer het meest gevormd? En welke normen en waarden probeer jij tegenwoordig nog altijd over te brengen op jouw spelersgroep?


Over het algemeen is het leven vaak een beetje een toneelspel, heb ik het idee. Je waarschuwt jouw kinderen voor dingen die je zelf verkeerd hebt gedaan, wat zij vervolgens ook weer verkeerd doen en waar zij hun kinderen later weer voor waarschuwen. Als trainer is het denk ik niet anders.

Aan de bal had ik een heel goede eredivisievoetballer kunnen zijn. Zonder bal was ik een vierdeklasse-cafévoetballer, dus dan eindig je bij de cluppies waar ik heb gevoetbald. Nu hamer ik dus veelal op omschakeling, loopacties zonder bal, et cetera. Gelukkig zijn er niet veel beelden van mijzelf waarop te zien is hoe ik omschakelde. Laat dat dan de les zijn die ik heb geleerd: een beetje spijt dat ik er niet het maximale uit heb gehaald. Dat probeer ik nu wel over te brengen.

Van welke trainer heb jij tijdens jouw spelerscarrière het meest geleerd? Wat heeft hij jou meegegeven dat je vandaag de dag nog steeds toepast in jouw eigen manier van coachen?


Met Simon Kistemaker, Ben Hendriks, Piet Schrijvers, Niels Overweg en Lex Schoenmaker heb ik redelijke trainers gehad, maar geen toppers. Het meeste heb ik geleerd bij Stormvogels van oud-prof John Weijers, die mij onder zijn hoede nam. Sowieso vind ik een goede, ervaren speler naast je veel belangrijker dan zo’n schreeuwende coach langs de lijn.

Ik had ook overal een klik met de beste spelers: Sander Oostrom en Erik Regtop bij Telstar, Harry Sinkgraven en Henry van der Vegt bij Zwolle, en Hennie de Romijn, Harry van der Laan en de beste van allemaal, Cor Lems, bij Dordrecht.

Robert Verbeek vond ik wel vernieuwend en goed. Hij kwam uit de PSV-school. Van hem heb ik de manier van trainen overgenomen. Dus niet meer in de voorbereiding veel loopwerk doen, maar gewoon alles met de bal. Een mooie kerel ook. Helaas kreeg ik ruzie met hem en ben ik toen gestopt met betaald voetbal. Iets wat ik nog steeds wel een beetje betreur.

Al betrap ik mijzelf er ook wel op dat ik wat Kistemaker-trekjes heb, terwijl ik hem toch best vaak heb vervloekt. Niels Overweg en Ben Hendriks vond ik als mens geweldig. Voor hen ging ik wel door het vuur. Lex Schoenmaker was ook een topvent, maar hij ging al snel met Van Hanegem mee naar Saoedi-Arabië.


Wat zijn de drie mooiste hoogtepunten uit jouw actieve loopbaan als profvoetballer die nog altijd op je netvlies staan? En was er ook een moment dat je als absoluut dieptepunt hebt ervaren?


Met Telstar haalden we de halve finale van de KNVB-beker en moesten we uit tegen Roda JC. Onder loodzware omstandigheden kregen we ook nog eens een rode kaart te verwerken. Helaas verloren we met 3-0, al bleef het heel lang 1-0 en kregen we kansen op de gelijkmaker. Dat was een hoogte- en dieptepunt tegelijk. Het was ook de enige keer dat ik met tranen van het veld ging. We roken de finale al bijna.

Verder denk ik dat het met name de herinneringen zijn die de hoogtepunten vormen, want met Telstar een promotie of prijs pakken was in die tijd onmogelijk. Ik ging als bijna 24-jarige middenvelder vanuit de amateurs naar Telstar. Ze hadden naast Oostrom en Regtop ook nog De Roode als nummer 10. Ik zou zogenaamd kansloos zijn, maar speelde alle wedstrijden. Dat vond ik wel mooi.

Ook het trainingskamp met Dordrecht naar Barbados was bijzonder. Onze vrouwen zwaaiden ons uit bij min acht graden, ijzel en narigheid. Of we ze zouden missen? Uiteraard. Totdat we met het vliegtuig boven die parelwitte stranden en smaragdgroene zee vlogen, hahaha.

Een ander leuk ‘dieptepunt’ was een uitwedstrijd tegen Heerenveen. We kregen een corner tegen en hun spits Camataru, honderd kilo schoon aan de haak, gaf mij net een zetje toen ik de bal wilde wegkoppen. Die verdween feilloos in de kruising, maar wel in het verkeerde doel. Toen mijn naam werd omgeroepen als doelpuntenmaker, scandeerden 12.000 Friezen mijn naam. Daarna raakte ik geen pepernoot meer.

Als trainer heb je inmiddels een indrukwekkend cv opgebouwd, met onder andere meerdere kampioenschappen en een promotie naar de Derde Divisie met Odin’59. Hoe zou jij jouw voetbalvisie omschrijven? Waar moet een ploeg van Richard Plug zich in onderscheiden, zowel mét als zonder bal?


Tien jaar geleden promoveerden wij met Odin naar de Derde Divisie en kwamen we onder andere tegen Quick Boys, Lisse, Sparta Nijkerk, IJsselmeervogels en DVS’33 te voetballen. De loopacties van hun spitsen in combinatie met hun middenvelders waren mijn spelers te machtig. Toen ben ik wat gaan experimenteren met drie man achterop en daar ben ik vrij succesvol mee geweest.

Wie Telstar de afgelopen jaren heeft zien voetballen, ziet een beetje een blauwdruk van mijn voetbalvisie. Anthony Correia is ooit assistent van mij geweest en ik heb ervoor gezorgd dat hij trainer werd van Odin’59 als mijn opvolger. Toen hebben we bij mij thuis ook nog eens gesproken over een verdere ontwikkeling van dat systeem. Dat heeft hij in mindere mate bij Katwijk, maar vooral bij Telstar tot in de puntjes uitgewerkt. Geweldig.

Naast dat hij uiteraard beter materiaal heeft, is hij ook een veel betere trainer, maar ik zag daarin dus veel van mijn visie terug. De uitvoering is weliswaar een ander verhaal.

Verder ben ik niet onderscheidend, hoor. De rol van een trainer is echt marginaal, behalve bij degenen die, waar ze ook werken, overal hetzelfde voor elkaar krijgen. Daarom geniet ik van zo’n Dick Schreuder en Peter Bosz. Die zijn pas echt onderscheidend. In Nederland kan ik er niet veel meer noemen. Ik had hoop op Ten Hag en Slot, maar die zijn uiteindelijk ook ten onder gegaan, al vind ik dat bij de laatste een belachelijke beslissing.


Vorig seizoen bereikte JOS/Watergraafsmeer de bekerfinale en de nacompetitie voor promotie. Er werd uiteindelijk geen prijs gepakt. Wanneer jij daarop terugkijkt, overheerst dan de trots over wat de ploeg heeft laten zien, of blijft toch vooral het gevoel hangen dat er meer had ingezeten?


Als je meedoet om de prijzen en ze niet pakt, houd je altijd het gevoel dat er meer in had gezeten. In de bekerfinale hebben we de eerste 35 minuten met de poep in de broek gevoetbald. Ik heb mij dood lopen irriteren. Dit deed geen recht aan ons hele seizoen. Toen we uiteindelijk in de wedstrijd kwamen, kon Ajax geen deuk meer in een pakje boter maken en bleek ook dat wij fysiek veel beter in orde waren.

Helaas kregen we een ‘onnodige’ tweede gele kaart. Wat er daarna gebeurde, was een beetje vergelijkbaar met de steun die Argentinië het hele toernooi heeft gehad. Daar heb je helaas geen invloed op. Gelukkig heeft het voetbal gezegevierd en is Spanje kampioen geworden. De medaille van de bekerfinale heb ik niet aangenomen. Die kon mij gestolen worden, met name omdat ik vond dat wij bestolen waren.

In de competitie hebben we het gewoon goed gedaan. De thuiswedstrijd tegen Purmersteijn was pure reclame voor het voetbal. Toen waren wij beter en uit bij hen waren zij veel beter. Uiteindelijk zijn zij de terechte kampioen geworden. Goede trainer ook en een mooie kerel, dus dan heb je er niet zo’n moeite mee.

In de nacompetitie speelden we denk ik de slechtste wedstrijd van het hele seizoen. De pijp was leeg en we misten Martin Campbell, de man in vorm op dat moment. Toch hadden we het thuis nog goed kunnen maken. We speelden een heel sterke eerste helft, waarin we zeker drie of vier keer hadden kunnen scoren.

Helaas had onze keeper Magdiel in de eerste wedstrijd een rode kaart gekregen en zei Abdel, onze andere en naar SteDoCo vertrekkende keeper, dat hij geblesseerd was. Maar ik ben wel trots, hoor. Soms zit alles net even mee en nu zat het een beetje tegen.

Ik denk dat wij op papier net zo goed of slecht waren als bijvoorbeeld Swift. Die zijn gedegradeerd, net als Ajax, dat misschien wel de beste spelers tot zijn beschikking had. Dan maar liever zo’n ‘net niet’-seizoen als het onze.


De voorbereiding is begonnen en de eerste oefenwedstrijd tegen Eemdijk zit erop. De uitslag is in deze fase vaak bijzaak. Waar kijk jij tijdens zo’n eerste wedstrijd vooral naar? Welke onderdelen wil je nu al terugzien en waar mag de ploeg de komende weken nog duidelijk in groeien?


Uitslagen in de voorbereiding zeggen inderdaad niets. Nu wonnen wij met 2-0, maar het had ook 0-2 of 2-2 kunnen zijn. Daarnaast wordt er meer gewisseld dan officieel is toegestaan.

Omdat wij veel nieuwe jongens hebben, kijk je vooral naar de onderlinge chemie, de aanpassing van nieuwe jongens aan wellicht een andere speelwijze, maar ook naar gedrag bij tegenvallers, balverlies en dergelijke. Technisch, fysiek en conditioneel is het nu ondergeschikt. Dat laatste groeit wel door middel van de trainingen.

Ik kies bewust voor goede tegenstanders in de voorbereiding. Dan leer je je spelers onder zware omstandigheden gelijk het beste kennen. Deze wedstrijd stemde wel tot tevredenheid, moet ik zeggen. Ondanks dat we de voor ons spelletje best belangrijke spelers Luciandro Andeloe en Martin Campbell misten, werd dit prima opgevangen.

Als iedereen fit is en fit blijft, denk ik dat we in de diepte hetzelfde niveau hebben als de afgelopen twee jaar, maar in de breedte op het eerste gezicht sterker zijn geworden.

JOS beschikt, zo lijkt het, over een ruime en kwalitatief sterke selectie. Dat betekent automatisch dat niet iedereen wekelijks speelt. Hoe lastig is het om alle spelers gemotiveerd en scherp te houden? En hoe zorg jij ervoor dat de concurrentiestrijd gezond blijft en het niveau van de groep juist verhoogt?


Ik kies al jaren bewust voor een kleine groep van ongeveer twintig à 21 spelers. Dit in tegenstelling tot veel andere selectieteams. Dus de grootte valt wel mee, hoor. Sterker nog, in feite is hij misschien iets te klein. Maar het geeft wat meer perspectief voor iedereen.

Als spelers niet scherp of gemotiveerd kunnen zijn, dan kunnen ze hun tas inleveren. Vooraf is er vanuit mijn kant veel duidelijkheid over hoe de groep eruit komt te zien, waarop je je kunt richten, wie je concurrent is, et cetera.

Het komt dan ook geregeld voor dat er na drie of vier weken een speler stopt of wordt weggestuurd. Wat overblijft, zijn de juiste gasten. En daarover heb ik bij JOS/Watergraafsmeer gelukkig niet te klagen.


Ben je trouwens tevreden over de huidige samenstelling van de selectie, of had je richting dit seizoen op één of meerdere posities nog graag extra versterking gezien? Met andere woorden: is de puzzel compleet of ontbreken er nog enkele stukjes?


Ik had er nog wel een gekke, grillige pingelaar voorin bij willen hebben. Die hadden wij met Ritchie, maar die heb ik uiteindelijk laten gaan naar Ter Leede. Vaak kan ik het goed vinden met dit soort spelers, al is het scheidingslijntje dun tussen kiezen voor grilligheid en kiezen voor echte teamspelers.

Als het uiteindelijk te weinig oplevert, te veel energie kost en irritaties gaat opleveren van één of beide kanten, is het het allemaal niet waard. Nu hebben we denk ik niet zo iemand in de selectie, terwijl je die eigenlijk wel zou moeten hebben.

Mounir Mounji en Daliel Afouzar had ik er graag bij willen hebben, maar die zijn naar SJC gegaan. En spelers die hoger spelen, komen sowieso niet snel naar JOS.


Zie jij talenten uit de eigen jeugd al nadrukkelijk op de deur kloppen? Of merk je dat de stap naar het niveau van de Vierde Divisie nog altijd enorm groot is? Hoe begeleid jij jonge spelers in dat proces, zodat zij uiteindelijk structureel kunnen aansluiten bij het eerste elftal?


JOS heeft zelf niet echt jeugdvoetbal op hoog niveau. Dus als ik jeugd wil inpassen, moet ik ze uit Onder 23 halen. Maar deze jongens komen veelal van buiten de vereniging.

In het eerste jaar maakte Jason Sumter de stap en vorig jaar Benis Fazili. Zij kregen heel veel speeltijd, maar de keerzijde is dat ze vervolgens ook snel weer voor een andere stap kiezen. Ik heb dus wel oog voor talenten, maar besef ook terdege dat voor JOS/Watergraafsmeer spelers als Boris Santen, Jurre Duinen en Max Verstegen veel meer waarde hebben. Zij blijven op donderdag in de kantine hangen en voetballen er ondertussen al meerdere jaren.

Overigens vind ik die hele Onder 23-competities een farce, hoor. Ik was achttien jaar toen ik bij Stormvogels in de selectie kwam, dat destijds op het hoogste amateurniveau voetbalde, en je zag maar dat je je redde. Het maakt je snel volwassen. Nu komen er jongens van 22 aansluiten die nog jeugdspelertjes zijn. Maar goed, misschien ben ik ouderwets.


Dit wordt jouw derde seizoen als hoofdtrainer van JOS/Watergraafsmeer. Dat zegt iets over het vertrouwen tussen trainer, spelersgroep en club. Hoe zorg je ervoor dat een groep na meerdere seizoenen toch fris, scherp en hongerig blijft?


Ik denk dat je sowieso ieder jaar wat mutaties in je spelersgroep moet hebben. Dit jaar was het met twaalf spelersmutaties veel te extreem. Daarnaast vertrokken een fysiotherapeut, een verzorger, een assistent-trainer en een keeperstrainer. Misschien zegt dat wel iets over het vertrouwen, hahaha.

Gekkigheid. Eén op één is alles wel te verklaren. Een fysiotherapeut die naar een BVO gaat. Met Hanne Hagary hebben we een inmiddels echte clubjongen als nieuwe assistent. Een verzorger en keeperstrainer die dichter bij huis op een hoger niveau kunnen werken.

Overigens geldt hetzelfde voor de spelers. Yamiro Macrander, Randy Schiltmeijer en Daan Wensink had ik graag behouden. De rest was een kwestie van natuurlijke selectie: te weinig speeltijd, ouderdom, blessuregevoeligheid, verandering van werk of het willen maken van een wereldreis.


Tegenwoordig worden wedstrijden vaak beslist op details. Hoe belangrijk is voor jou de rol van wedstrijdcoaching? Ben jij een trainer die tijdens de wedstrijd veel probeert te beïnvloeden met omzettingen en wissels, of leg je juist vooraf zoveel mogelijk vast zodat spelers het binnen de lijnen zelf oplossen?


Heel eerlijk: we trainen twee à drie keer per week. Ik speel altijd hetzelfde en kijk bijna nooit naar de tegenstander. Soms leg ik een klein accent als er echt iets bovenmodaals bij de tegenstander rondloopt, maar verder niet.

Voor de rest kijk je hoe de wedstrijd loopt en wat je op de bank hebt zitten om de wedstrijd tot een goed einde te brengen of te laten kantelen. Verder heb ik niet het idee dat wedstrijden op details worden beslist. Ik heb als voetballer de rol van een trainer altijd gebagatelliseerd, dus dat doe ik nu nog steeds, hoor.

Leeft binnen JOS de nadrukkelijke ambitie om terug te keren naar de Derde Divisie? Is deze selectie daar op dit moment ook klaar voor? En wat is dan volgens jou de belangrijkste stap die de club nog moet zetten om die ambitie daadwerkelijk waar te maken?


Bij JOS/Watergraafsmeer willen ze denk ik gewoon leuk voetbal zien, met een elftal dat er alles aan doet om te winnen en daarnaast spelers die hun gezicht na afloop laten zien in de kantine. Presteren in combinatie met gezelligheid.

Er is geen enorm brandende ambitie om naar de Derde Divisie te promoveren. Maar we zijn allemaal sportmensen en dus wil je het hoogst haalbare. Ik had met deze selectie ook in de Derde Divisie durven voetballen. Dan zou je niet meedoen om de prijzen, maar zou het gewoon knap zijn om je te handhaven.

Daar zou ik overigens met één of twee versterkingen, en dan wel met een selectie van 23 man, heilig in geloven. Het is ook niet echt een derde-divisievereniging, als ik heel eerlijk ben. Kijk maar eens wat voor ploegen daar spelen, wat hun budgetten zijn en over welke accommodaties ze beschikken.

Dat neemt niet weg dat JOS met bescheiden middelen en een gedateerde accommodatie het maximale eruit haalt. Bovendien is deze Vierde Divisie een geweldige competitie, al is het zonde dat Swift en Ajax er niet meer in zitten.


Het seizoen moet nog beginnen, maar wanneer is het voor Richard Plug écht geslaagd? Is dat alleen promotie naar de Derde Divisie, of kijk jij ook nadrukkelijk naar zaken als speelwijze, de ontwikkeling van de selectie, de doorstroming van eigen talenten en de verdere groei van de club?


Als dit seizoen hetzelfde verloopt als de afgelopen twee jaar, dan ben ik dik tevreden. Wederom meedoen om de prijzen, hopelijk een klein succesje behalen in het hoofdtoernooi van de beker en daarnaast leuk voetbal spelen om naar te kijken, met goede gasten en als een echt team.

Buiten het veld willen we gewoon de gezelligheid behouden. Mede daarom heb ik het uitstekend naar mijn zin bij JOS/Watergraafsmeer. En dat terwijl ik iedere keer als ik het sportpark oprijd, kijk naar de plek waar mijn vader vorig jaar tijdens de finale van de nacompetitie zijn fatale hartstilstand heeft gekregen.

Op de eerste keer na, nadat dit gebeurde, ben ik nog geen enkele keer met een knoop in mijn maag naar de club gereden. Ik heb het nooit uitgesproken, maar als dat niet was gebeurd, denk ik dat de kans heel groot was geweest dat wij met JOS al in de Derde Divisie hadden gespeeld. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Opmerkingen


bottom of page