top of page

Max Voorbij(Graveland), trainer aan het woord

26 jul
18 minuten om te lezen

Deze week spraken wij uitgebreid met Max Voorbij, de nieuwe hoofdtrainer van ’s-Graveland. In een openhartig interview namen we zijn loopbaan, trainersvisie, ambities en verwachtingen voor het nieuwe seizoen uitvoerig met hem door.

Uit zijn antwoorden spreekt de passie van een jonge, bijzonder gedreven trainer die precies weet wat hij wil en voortdurend bezig is met zijn eigen ontwikkeling én die van zijn spelers. Ga er dus maar eens goed voor zitten en geniet van dit uitgebreide interview met Max Voorbij.

Max, allereerst van harte gefeliciteerd met je aanstelling als hoofdtrainer van ’s-Graveland. Wil je jezelf eerst voorstellen aan de volgers van Voetbal Midden Nederland?


Allereerst bedankt voor de felicitatie! Ik kan eerlijk gezegd niet wachten om te beginnen. Mijn naam is Max Voorbij, ik ben 27 jaar oud en geboren op 28 juli 1998 in Hilversum. Sinds een aantal maanden woon ik weer in Hilversum. Daarvoor heb ik een aantal mooie jaren in Amsterdam gewoond, waar ik enorm van heb genoten. Ik ben opgegroeid in Kortenhoef, waar ik tot mijn 22e heb gewoond. In het dagelijks leven werk ik bij PwC op kantoor in Amsterdam als Associate binnen de Finance Consulting-afdeling.


Wie ben je buiten het voetbal? Wat zijn je hobby’s en wat doe je graag in het weekend als er een keer geen voetbal op het programma staat?


Als ik zelf niet op het veld sta om training te geven of een wedstrijd te coachen, kijk ik thuis vooral veel voetbal. Ik ben een enorme liefhebber van het Engelse en Spaanse voetbal, dus in mijn vrije tijd kijk ik daar veel wedstrijden van. Daarnaast houd ik enorm van hardlopen en wielrennen. Ook vind ik het leuk om zo nu en dan aan krachttraining te doen. En eerlijk is eerlijk: af en toe houd ik ook wel van een gezellig feestje met vrienden.


Je bent geen onbekende bij ’s-Graveland. Je voetbalde er zelf in de jeugd. Hoe kijk je terug op die periode en welke herinneringen heb je nog aan de club?


Dat is inmiddels alweer een flinke tijd geleden. Ik ben begonnen met voetballen bij ’s-Graveland in de ‘smurfenbak’, toen ik een jaar of vijf à zes was. Daarna heb ik vijf seizoenen bij de club gespeeld in verschillende teams binnen de F- en E-pupillen. Het waren oprecht prachtige jaren. Ik voetbalde samen met vrienden die ook bij mij op de basisschool in de klas zaten en mijn vader was ieder seizoen onze trainer. Ik kan me vooral herinneren dat we eigenlijk altijd kampioen werden of in de top drie eindigden. Voor mij voelde ’s-Graveland toen al als een warm bad, waar iedereen elkaar kende. Ik had als jonge jongen bovendien al een enorme passie voor de club en zeker ook voor het eerste elftal. Ik weet nog goed dat mijn vader mij op zondag rond 11.00 uur bij de club afzette en mij pas na de wedstrijd van het eerste weer kwam ophalen. Ik bracht de hele zondag door op de club en keek naar het eerste, tweede, derde… eigenlijk alles wat speelde. Tussendoor werden in de kantine ook altijd de Eredivisie-wedstrijden uitgezonden, waardoor ik natuurlijk ook nog even mijn favoriete club Ajax kon volgen. Een van de mooiste herinneringen is misschien wel dat ik ooit samen met anderen een spandoek heb gemaakt voor een cruciale degradatiewedstrijd tegen RKDES uit Kudelstaart. We hadden het doek zelf in de kleuren blauw en wit geverfd en hingen het achter het doel op het hoofdveld. Als ik het me goed herinner, wonnen we die wedstrijd en handhaafde ’s-Graveland zich in de zondag derde klasse. Dat zijn van die momenten die je als jonge jongen nooit meer vergeet.

Je bent pas 27 jaar en hebt al relatief vroeg gekozen voor het trainersvak. Waarom heeft jouw carrière als speler niet langer geduurd? Speelden blessures daarin een rol of was het een bewuste keuze?


Ik moet allereerst eerlijk bekennen dat er aan mij absoluut geen voetbaltalent verloren is gegaan. Ik heb het voetballen als speler altijd met enorm veel plezier gedaan, maar ik denk niet dat de voetbalwereld een geweldige speler is misgelopen. Na vijf seizoenen bij ’s-Graveland maakte ik een gevoelige overstap naar buurman Altius. Daar heb ik vanaf de D-pupillen tot en met de B-junioren gespeeld. Tijdens mijn laatste seizoen in de B-selectie kreeg ik de kans om training te geven aan de jongste jeugd. Ik kreeg de toenmalige E2 onder mijn hoede en ik moet eerlijk zeggen dat ik na die allereerste training direct wist: dit is geweldig. Ik kreeg er ontzettend veel energie van en voelde meteen dat dit veel beter bij mij paste. Na dat seizoen heb ik daarom heel bewust de keuze gemaakt om te stoppen met voetballen en me volledig te richten op het trainersvak en het opleiden van jeugdspelers. Tijdens mijn laatste seizoen als speler heb ik Victoria uit Hilversum een e-mail gestuurd met de vraag of ik daar als trainer aan de slag kon en tegelijkertijd mijn trainersopleidingen mocht volgen. Uiteindelijk ben ik daar zeven jaar werkzaam geweest als jeugdtrainer en heb ik vrijwel alle selectieteams, van de O8 tot en met de O17, onder mijn hoede gehad.


Wanneer ontdekte je dat het trainerschap echt jouw passie was? Was er iemand die je daarin stimuleerde of kwam die ambitie volledig vanuit jezelf?


Eigenlijk kwam die ambitie volledig vanuit mezelf. Ik was als speler altijd iemand die veel nadacht over het spel, de tactiek en de ontwikkeling van een team. Met alle respect: ik was niet de meest beweeglijke of snelste speler. Sommige mensen noemden me sloom, maar ik noem mezelf liever wat minder snel. Ik speelde altijd als middenvelder en omdat ik fysiek niet de snelste was, moest ik positioneel slimmer zijn. Ik moest beter anticiperen, slimmer vrijlopen en verdedigend zorgen dat ik minder meters hoefde af te leggen. Juist daardoor ben ik het spel steeds meer gaan analyseren.

Tijdens mijn laatste seizoen bij Altius was Nick van Beek mijn trainer. Hij was keihard, duidelijk en tactisch enorm sterk. Tijdens de voorbereiding zag ik de selectie week na week beter worden, zowel fysiek als tactisch. Dat vond ik geweldig om te zien. Het besef dat je met een goed trainingsplan, een duidelijke speelwijze en hoge eisen spelers en teams daadwerkelijk beter kunt maken, sprak mij enorm aan. Op dat moment wist ik: dat wil ik later ook bereiken.

Het mooie is dat ik tijdens mijn laatste seizoen als trainer van de O17 bij Victoria Nick weer tegenkwam in de competitie. Hij was toen trainer van de O17 van Buitenboys uit Almere. Dat maakte de cirkel eigenlijk wel mooi rond.

Mijn passie voor het trainersvak komt uiteindelijk voort uit de drive om teams beter te maken en spelers te ontwikkelen. Toch ligt mijn grootste drijfveer uiteindelijk in het behalen van resultaten. Ik ben oprecht enorm gelukkig als ik op zaterdag aan het einde van de middag drie punten zie staan in de Voetbal.nl-app. Aan de andere kant is mijn weekend ook meteen een stuk minder leuk als we niet weten te winnen. Misschien is dat ook wel de reden dat ik uiteindelijk beter pas bij het seniorenvoetbal dan bij het jeugdvoetbal. Bij senioren draait het uiteindelijk om presteren en resultaat, terwijl bij de jeugd de nadruk vanzelfsprekend meer ligt op ontwikkeling.


Je hebt al ervaring opgedaan bij SC Buitenveldert, Victoria, FC Utrecht, Zeeburgia en Alphense Boys. Welke momenten of trainers zijn voor jouw ontwikkeling het meest bepalend geweest? En is die route langs verschillende clubs een bewuste opbouw geweest of is dat gewoon zo gelopen?


Zoals ik al aangaf, ben ik jarenlang jeugdtrainer geweest bij Victoria. Victoria heeft in de regio een uitstekende naam als het gaat om jeugdvoetbal en heeft door de jaren heen veel spelers afgeleverd aan betaaldvoetbalorganisaties. Voor mij was Victoria de ideale omgeving om mezelf als trainer te ontwikkelen. Daarnaast werkte ik daar met ontzettend goede trainers, van wie ik enorm veel heb geleerd.

Met name Yassine Hamami was voor mij van grote waarde. Ik heb ontzettend veel van hem geleerd op het gebied van trainingsvormen, speelwijze, spelprincipes en teamontwikkeling. Tijdens mijn UEFA C-opleiding was Yassine mijn begeleider en assisteerde ik hem bij de O15 van Victoria. Ik was toen pas achttien jaar oud, dus dat was ontzettend leerzaam.

Ook Frank Bruijnis vond ik een enorm sterke trainer. Frank is later hoofdtrainer geworden van Kampong en was destijds hoofd jeugdopleiding bij Victoria. Hetzelfde geldt voor Paul Voois, die jarenlang hoofd jeugdopleiding was bij Victoria en mijn begeleider tijdens de UEFA B-cursus. Van deze drie trainers heb ik ongelooflijk veel geleerd, al doe ik daarmee waarschijnlijk nog een aantal andere trainers tekort.

Op een gegeven moment combineerde ik in één seizoen de O14 van Victoria met de O9 van SC Buitenveldert. Dat was een bewuste keuze. Ik studeerde destijds in Amsterdam en wilde na mijn colleges eigenlijk direct het voetbalveld op. Buitenveldert lag letterlijk naast mijn schoolgebouw. Logistiek was het soms een uitdaging, maar het was absoluut de moeite waard.

Later verhuisde ik naar Amsterdam. In mijn eerste jaar daar was ik nog trainer van de O17 bij Victoria, maar daarna wilde ik bewust een nieuwe stap zetten. Ik zocht een andere omgeving, een andere cultuur, strengere eisen en simpelweg meer uitdaging. Die uitdaging vond ik bij Zeeburgia. Dat was enerzijds ideaal omdat de club dicht bij mijn huis lag, maar vooral omdat Zeeburgia een van de beste jeugdopleidingen van Nederland heeft en met de hoogste jeugdteams uitkomt tegen de profclubs.

Daarnaast was de cultuur compleet anders dan bij Victoria. De overstap van de brave jongens uit ’t Gooi naar de keiharde jongens uit Amsterdam-Oost was precies de uitdaging waar ik naar op zoek was. Ik wilde betere spelers, sterkere tegenstanders en daardoor ook meer van mezelf vragen als trainer.

Na mijn laatste seizoen bij Zeeburgia kwam er een einde aan mijn tijd in Amsterdam. Kort daarna werd ik gebeld door mijn UEFA B-docent Hans van Elden, die op dat moment hoofd jeugdopleiding was bij Alphense Boys. Hij vroeg of ik daar aan de slag wilde. Ondanks de flinke reistijd hoefde ik daar eigenlijk niet lang over na te denken. Bij Alphense Boys heb ik mogen werken met absolute topspelers, van wie inmiddels meerdere actief zijn bij betaaldvoetbalorganisaties. Daarnaast heb ik met de O16 en O17 wedstrijden mogen spelen tegen clubs als Ajax, AZ en FC Utrecht. Dat zijn ervaringen waar je als trainer ontzettend veel van leert en waar ik met enorm veel plezier op terugkijk.

Je bent iemand die zichzelf voortdurend wil ontwikkelen. Je leest veel over voetbal en bent altijd bezig met het trainersvak. Wie zijn jouw grootste inspiratiebronnen? En waar komt die enorme drang vandaan om jezelf steeds verder te ontwikkelen?


Ik haal mijn inspiratie zowel uit het absolute topniveau van het professionele voetbal als uit het jeugdvoetbal. Ik ben helemaal gek van de speelwijze en spelprincipes van Pep Guardiola, al zal ik daarin vast niet de enige zijn. De principes van Johan Cruijff zijn voor mij nog altijd leidend, maar Guardiola heeft daar in mijn ogen een aantal moderne accenten aan toegevoegd. Het voetbal is simpelweg veranderd en hij is daar op een fantastische manier in meegegaan. Mijn boekenplank staat inmiddels vol met boeken van zowel Cruijff als Guardiola.

Daarnaast ben ik enorm fan van de pressingmachines van Jürgen Klopp en kan ik ook echt genieten van de verdedigende speelstijl van Atlético Madrid onder Diego Simeone. Het lukt me eerlijk gezegd niet om negentig minuten naar Atlético te kijken, maar ze winnen ontzettend vaak en zijn enorm lastig te verslaan door de absolute topclubs, terwijl ze vaak over minder topspelers beschikken. Dat bewijst voor mij dat individuele kwaliteit niet alles is. Een duidelijke speelwijze, heldere principes en sterke karakters zijn misschien wel minstens zo belangrijk. Verder spreekt Simeone mij ook aan vanwege zijn passie en energie langs de lijn. Daar herken ik mezelf ook wel een beetje in.

De laatste jaren ben ik daarnaast enorm geïnteresseerd geraakt in de opbouwpatronen van Roberto De Zerbi. Als mijn ploeg van ’s-Graveland komend seizoen af en toe trekjes laat zien van de teams van Cruijff, Guardiola, Klopp én De Zerbi, dan ben ik een heel gelukkig mens.

Naast deze trainers heb ik ook veel inspiratie opgedaan van Dennis van den IJssel. Dennis was afgelopen seizoen hoofdtrainer van Koninklijke HFC en daarvoor trainer van Ajax O16. Toen hij nog bij Ajax werkte, speelde ik met mijn team van Alphense Boys tegen hem. Na die wedstrijd zijn we intensief contact blijven houden. Later werd Dennis toevallig ook hoofd jeugdopleiding bij Alphense Boys, waardoor we zelfs nog hebben samengewerkt. Dat waren voor mij ontzettend leerzame momenten.

De enorme drang om mezelf te blijven ontwikkelen komt eigenlijk voort uit het besef dat niemand ooit uitgeleerd is. Ik ben ervan overtuigd dat ik een aantal specifieke kwaliteiten heb als trainer en als mens, maar tegelijkertijd weet ik ook dat ik nog genoeg ontwikkelpunten heb. Als je beter wilt worden, moet je openstaan voor feedback, willen leren en vervolgens ook echt iets met die feedback doen.

Ik heb mooie dromen en ambitieuze doelen als trainer. Als ik daar nu al goed genoeg voor was geweest, dan had ik daar waarschijnlijk al gestaan. Dat is niet zo, dus blijkbaar moet ik mezelf nog verder ontwikkelen. Die gedachte motiveert mij juist enorm.

Daarnaast ben ik behoorlijk perfectionistisch. Ik heb vaak een heel duidelijk beeld in mijn hoofd van hoe iets moet verlopen en ik merk ook dat ik soms misschien wel iets té veel nadenk. Ik zou graag wat flexibeler willen worden en vaker tevreden kunnen zijn als dingen anders lopen dan ik vooraf had bedacht of voorspeld.


In 2017 deed je zelfs ervaring op als trainer in Amerika. Op jonge leeftijd al die stap maken is bijzonder. Wat was de reden om naar Amerika te gaan en wat heeft die ervaring jou geleerd, zowel als trainer als persoon?


In dat seizoen had ik een tussenjaar van mijn studie. Destijds was Rinus den Oudsten ook jeugdtrainer bij Victoria. We trokken veel met elkaar op en toen deze kans voorbijkwam, vonden we allebei dat we dit avontuur samen moesten aangaan. Uiteindelijk heb ik vier maanden training gegeven aan jeugdspelers van acht tot en met dertien jaar. Ik was toen pas negentien jaar oud.

Persoonlijk heb ik daar vooral geleerd om verantwoordelijkheid te nemen en goed voor mezelf te zorgen in een omgeving die totaal nieuw en onbekend was. Ook als trainer heb ik daar veel geleerd. De sportcultuur in Amerika is echt anders dan in Nederland. Daar hoor je veel minder de vraag: “Waarom doen we dit, trainer?” Er wordt simpelweg uitgevoerd wat er gevraagd wordt. Aan de andere kant merkte ik dat spelers daar soms meer moeite hadden om zelf spelsituaties te herkennen. Daardoor heb ik juist geleerd hoe belangrijk het is om tactische principes helder en eenvoudig uit te leggen, zodat spelers die situaties uiteindelijk zelf gaan herkennen en zich daarin kunnen ontwikkelen. Het was een prachtige ervaring waar ik met ontzettend veel plezier op terugkijk.


Je zet nu de stap van het topjeugdvoetbal naar het seniorenvoetbal. Wat spreekt jou het meest aan in deze nieuwe uitdaging en waarin verwacht je dat het trainerschap bij senioren wezenlijk anders is?


Zoals ik al eerder aangaf, ben ik een trainer die resultaat minstens zo belangrijk vindt als de manier waarop je speelt. Ik win eerlijk gezegd liever met 1-0, waarbij we misschien vooral goed hebben verdedigd en gevaarlijk zijn geworden in de omschakeling, dan dat ik met 3-2 verlies terwijl we fantastisch voetbal hebben laten zien. Uiteindelijk draait het om winnen.

Dat betekent overigens niet dat ik verdedigend voetbal wil spelen. Integendeel. Ik ben er juist van overtuigd dat mijn aanvallende speelwijze de kans op winnen zo groot mogelijk maakt. Seniorenvoetbal draait uiteindelijk om presteren en ik ga eerlijk gezegd heel goed op die druk. Daarnaast kun je bij senioren meer eisen stellen en vaak ook directer en duidelijker zijn. In het jeugdvoetbal werk je met kinderen die vanzelfsprekend een andere benadering nodig hebben.

Mijn ambities liggen bovendien bij het seniorenvoetbal. Daarom wist ik dat ik deze stap vroeg of laat zou moeten zetten. Dat ik deze kans nu al krijg, maakt me ontzettend trots en dankbaar. Natuurlijk zal het wennen worden en blijft het een risico. Zo werkt de voetbalwereld nu eenmaal. Winnen we drie wedstrijden op rij, dan krijgt ’s-Graveland complimenten voor het aanstellen van een jonge hoofdtrainer. Verliezen we er drie, dan zal ongetwijfeld worden gezegd dat de club gek is geweest om zo’n jong broekie aan te stellen. Ik weet hoe dat werkt. Toch heb ik ontzettend veel vertrouwen in mezelf. Ik ben ervan overtuigd dat ik deze club verder kan helpen én dat ik hier zelf ook enorme stappen ga maken.

Ook op tactisch en communicatief vlak zal het anders worden. Ik weet nog dat we afgelopen seizoen met Alphense Boys tegen Almere City O17 speelden. Zij speelden in een 5-3-2-formatie. Ik had een duidelijk wedstrijdplan gemaakt en de eerste vijftien minuten pakte dat heel goed uit. Daarna bleek de individuele kwaliteit van een betaaldvoetbalorganisatie als Almere City simpelweg zo groot dat zelfs een goed plan niet altijd voldoende is. Dat hoort ook bij voetbal.

De laatste tijd hoor ik regelmatig dat ik nu op een ‘lager’ niveau werk en mijn manier van spelen daarom zou moeten aanpassen. Daar ben ik het eerlijk gezegd niet mee eens. Je moet gewoon heel duidelijk zijn in hoe je wilt spelen, wat je van spelers verwacht en dat vervolgens blijven trainen, analyseren en ondersteunen met videobeelden. Werkt iets niet? Dan kijk je waarom het niet werkt, pas je het aan en blijf je het herhalen. Zo ontwikkel je uiteindelijk een ploeg.

Je hebt inmiddels kennisgemaakt met de selectie. Als je drie punten moet noemen waarop je tijdens je eerste groepsgesprek direct hebt gehamerd, welke zijn dat dan?


Het eerste waar ik direct duidelijk over ben geweest, is mijn speelstijl. Hoe wil ik dat mijn team speelt? Hoe vallen we aan, hoe verdedigen we en hoe gaan we om met de omschakelmomenten? Om dat zo concreet mogelijk te maken, heb ik videobeelden laten zien van verschillende teams die dit uitvoeren op een manier zoals ik het graag zie.

Daarnaast heb ik uitgelegd wat er, naast de tactiek, nodig is om succesvol te zijn. Dat betekent dat we tijdens de twee trainingen in de week én op zaterdag tijdens de wedstrijd echt volle bak moeten gaan en alles moeten geven wat binnen onze mogelijkheden ligt. Ik houd van hard werken en samen toewerken naar een gezamenlijk doel. Daarom heb ik ook benoemd wat goede teams kenmerkt en waarom sommige ploegen uiteindelijk succesvol zijn.

Als derde punt heb ik stilgestaan bij de cultuur binnen onze selectie en de vereniging. Ik vind het belangrijk dat we met respect met elkaar omgaan, maar ook respect tonen richting alle vrijwilligers die onze prachtige club draaiende houden. Zij doen er alles aan om de velden, de accommodatie, de kleedkamers en het materiaal zo goed mogelijk te verzorgen. Dat mogen we nooit als vanzelfsprekend beschouwen.

Eigenlijk heb ik nog een vierde punt benoemd. We moeten plezier en presteren met elkaar combineren. ’s-Graveland is een ontzettend gezellige vereniging met een prachtige derde helft na de wedstrijden. Dat moeten we vooral behouden. Ik wil echt een familiegevoel creëren binnen de selectie, waarin hard werken, plezier en saamhorigheid hand in hand gaan.


Hoe zou jij jouw ideale speelstijl omschrijven? Welke voetbalprincipes wil je er absoluut inslijpen en wat mogen de supporters straks van het ’s-Graveland van Max Voorbij verwachten?


Mijn speelstijl is aanvallend, intensief en gebaseerd op duidelijke spelprincipes. Zodra we de bal hebben, willen we zo snel mogelijk via een overtal de vrije man vinden en richting het doel van de tegenstander spelen. Hebben we de bal niet, dan willen we juist voorkomen dat de tegenstander een overtal creëert en eenvoudig richting ons doel kan spelen. Verliezen we de bal, dan willen we direct en vol overtuiging druk zetten om hem terug te veroveren. En zodra we de bal winnen, willen we zo snel mogelijk weer gevaarlijk worden richting het doel van de tegenstander.

Maar heel eerlijk, volgens mij zegt iedere trainer in Nederland dat hij aanvallend wil spelen en hoog druk wil zetten. Uiteindelijk gaat het er niet om wat je zegt, maar of je spelers daadwerkelijk in staat zijn om jouw speelwijze uit te voeren. Je kunt wel prachtig tiki-taka willen spelen, maar als je daardoor tien keer de bal bij de tegenstander inlevert, heeft dat weinig zin. Dan moet je durven aanpassen. Daarom wil ik dat mijn spelers begrijpen wat de situatie van hen vraagt en daarin de juiste keuzes maken.

Ik geloof heilig in de kwaliteiten van deze selectie. Op dit moment ben ik druk bezig met het ontwikkelen van een speelwijze waarin iedere speler zo veel mogelijk in zijn kracht komt. Uiteindelijk vergroot dat niet alleen de kans op goede prestaties, maar ook het spelplezier. De tactische details houd ik voorlopig nog wel even voor mezelf. Ik wil mijn collega-trainers natuurlijk niet wijzer maken dan ze al zijn.

Wat supporters mogen verwachten? Een ’s-Graveland dat wil aanvallen. Ik verwacht veel mooie, open en spannende wedstrijden. Persoonlijk kan ik niet wachten op de derby’s tegen Olympia, Loosdrecht, SDO en Wasmeer. Maar ik kijk ook uit naar het weerzien met oud-’s-Graveland-trainer Rik Klement tijdens de wedstrijden tegen Nieuwland.


Hoe belangrijk vind jij communicatie en individuele begeleiding om spelers beter te maken? Werk je daarbij veel met videobeelden en data, of vertrouw je vooral op je eigen observaties op het veld?


Communicatie is voor mij misschien wel het belangrijkste instrument dat je als trainer hebt. Uiteindelijk draait het erom hoe je informatie overbrengt op spelers en hoe je daarmee individuen én het team kunt beïnvloeden. Individuele begeleiding vind ik ontzettend belangrijk. Tegelijkertijd trainen we slechts twee keer per week, waardoor de tijd daarvoor beperkt is. Daarom probeer ik die momenten zo efficiënt mogelijk te benutten.

Ik werk intensief met videobeelden en data vanuit zowel trainingen als wedstrijden. Op zondag kijk ik de wedstrijd van zaterdag volledig terug en beoordeel ik in hoeverre wij het wedstrijdplan hebben uitgevoerd. Vervolgens maak ik verschillende videoclips van situaties die ik met de selectie wil bespreken. Op dinsdag bekijken we deze beelden gezamenlijk voorafgaand aan de training. Daarnaast laat ik voorbeelden zien van het thema en de spelprincipes die die week centraal staan.

Op donderdag kijken we voorafgaand aan de training juist naar beelden van de komende tegenstander. Daarbij analyseren we vooral waar hun kwaliteiten en kwetsbaarheden liggen en hoe wij daar met onze speelwijze op kunnen inspelen. De training van donderdag staat vervolgens grotendeels in het teken van het wedstrijdplan voor zaterdag.

Ook gedurende de week stuur ik regelmatig videoclips via WhatsApp naar individuele spelers of complete linies. Voor iedere linie heb ik een aparte groepsapp, zodat ik specifieke beelden en informatie gericht kan delen. Daarnaast werk ik met een fysieke periodisering waarbij data een belangrijke rol speelt. Daarbij kijken we onder andere naar het aantal meters dat spelers op hoge intensiteit afleggen. Die belasting willen we gedurende de voorbereiding en het seizoen stap voor stap uitbreiden. Dus wat dat betreft mogen de spelers hun borst alvast natmaken voor de voorbereiding.

’s-Graveland staat bekend als een vereniging waar veel eigen jeugd doorstroomt naar het eerste elftal. Hoe belangrijk vind jij die verbinding tussen de jeugdopleiding en de hoofdmacht? Zie jij daarin ook voor jezelf een rol, al is het misschien alleen in een adviserende vorm?


Ik vind de jeugdopleiding en de doorstroom van eigen talenten ontzettend belangrijk. ’s-Graveland heeft een uitstekende jeugdopleiding en vrijwel iedere lichting beschikt over een aantal spelers met veel potentie. Tijdens de voorbereiding krijgen vier spelers uit de O19 de kans om zich bij de eerste selectie te laten zien. Dat vind ik ontzettend belangrijk.

Daarnaast zie ik ook veel kwaliteit in het tweede elftal. Ook daar lopen spelers rond die wat mij betreft absoluut de kans verdienen om zich tijdens de voorbereiding bij het eerste te bewijzen. Waar het mogelijk is, zal ik wedstrijden en trainingen van zowel de O19 als het tweede elftal bekijken. Ik wil een goed beeld hebben van alle talenten binnen de vereniging. Als hoofdtrainer vind ik het belangrijk om precies te weten welke spelers eraan komen en wie klaar is voor een volgende stap.

Wij zijn als club niet actief bezig met het benaderen van spelers van buitenaf. Dat betekent dat wanneer spelers stoppen of ergens anders gaan voetballen, we in eerste instantie willen doorschuiven vanuit de eigen jeugd of het tweede elftal. Daarom vind ik het ook belangrijk om intensief samen te werken met de staf van beide teams. Ik wil graag dat we vanuit dezelfde voetbalvisie en speelwijze werken, zodat de overstap naar het eerste elftal voor spelers zo klein mogelijk wordt.

Natuurlijk heb je soms ook het geluk dat spelers uit zichzelf graag naar ’s-Graveland willen komen. Dat is dit seizoen gelukkig ook het geval. Maar de basis moet wat mij betreft altijd liggen bij de ontwikkeling van onze eigen spelers.


Je bent inmiddels volop bezig met de voorbereiding op het nieuwe seizoen. Merk je nu al dat het hoofdtrainerschap van een eerste elftal veel meer tijd en verantwoordelijkheid vraagt dan je rol van afgelopen seizoen bij Alphense Boys? Kun je twee of drie voorbeelden noemen waarin dat verschil het duidelijkst naar voren komt?


Ik moet eerlijk zeggen dat ik op dit moment vooral tijd bespaar. Bij Alphense Boys zat ik vier keer per week twee uur in de auto. Dan zijn de vijf minuten reistijd naar ’s-Graveland natuurlijk een enorme winst.

Inhoudelijk verandert er eigenlijk niet zo veel. Bij beide clubs ben je bezig met hetzelfde doel: een speelwijze ontwikkelen die past bij de spelers en de club, zodat je de kans op succes zo groot mogelijk maakt. Het grootste verschil zit vooral in de omvang van de selectie en de staf. Ik werk nu met een grotere spelersgroep en meer stafleden. Dat betekent dat ik als hoofdtrainer ook meer moet organiseren, afstemmen en managen dan ik gewend was bij Alphense Boys. Dat is een mooie uitdaging waar ik veel energie van krijg.


Jij bent een ambitieuze trainer en beschikt inmiddels over het UEFA B-diploma. Is het behalen van het UEFA A-diploma de volgende stap? En als je verder vooruitkijkt: waar hoop je over vijf jaar als trainer te staan? Maar eerst natuurlijk volop genieten van deze mooie uitdaging bij ’s-Graveland.


Absoluut. Het is mijn ambitie om vóór mijn dertigste het UEFA A Senioren-diploma te behalen. Ik zie die opleiding als een nieuwe uitdaging om mezelf verder te ontwikkelen als trainer.

Maar eerst ga ik vooral genieten van mijn tijd bij ’s-Graveland. Ik kan eerlijk gezegd niet wachten tot 1 augustus, wanneer we eindelijk echt gaan beginnen en kunnen toewerken naar de start van de competitie. Vanaf het eerste moment heb ik me enorm welkom gevoeld bij de club. Ik voel het vertrouwen van het bestuur, de staf en de spelers en dat geeft ontzettend veel energie.

De komende jaren wil ik graag iets moois opbouwen bij ’s-Graveland. Ik wil een ploeg ontwikkelen met veel jonge spelers uit het dorp die aantrekkelijk en aanvallend voetbal speelt. Mijn absolute droom is om ooit met deze club te promoveren. Dat is niet direct het doel voor komend seizoen. Eerst wil ik bouwen aan een stevig fundament voor de toekomst.

Natuurlijk heb ik bepaalde verwachtingen van deze groep, maar die houd ik voorlopig nog even voor mezelf. Bovendien wil ik andere clubs in de competitie niet onnodig onder druk zetten of tekortdoen. Ik verwacht namelijk een ontzettend mooie, maar ook zware competitie waarin we iedere week top zullen moeten zijn om drie punten te pakken.

Als ik iets verder vooruitkijk, hoop ik over een aantal jaar nog steeds met veel plezier trainer te zijn. Daarna zou ik graag de stap willen maken naar een club in de eerste klasse of de vierde divisie en vervolgens stap voor stap doorgroeien richting de tweede divisie. Die competitie heeft mij altijd enorm aangesproken. Grote traditionele clubs, fanatieke supporters en prachtige accommodaties: dat vind ik fantastisch.

Samen met mijn vader bezoek ik al sinds mijn tiende de wedstrijden van SV Spakenburg. Als ik één droomclub binnen het amateurvoetbal zou moeten noemen, dan is dat zonder twijfel Spakenburg.


Als de spelersgroep straks na een paar maanden drie woorden moet noemen die Max Voorbij als trainer typeren, welke drie woorden hoop jij dan terug te horen?


Ik hoop dat ze zeggen: prettige kerel, passievol en duidelijk. En als ik er stiekem toch nog een vierde aan mag toevoegen, dan hoop ik natuurlijk ook een beetje op: ‘gestoord genie’.


Max, het laatste woord is voor jou.


Allereerst wil ik jou bedanken voor dit interview en voor de mogelijkheid om mezelf voor te stellen aan de volgers van Voetbal Midden Nederland. Daarnaast wil ik al mijn collega-trainers in de derde klasse E een prachtig seizoen toewensen. Ik hoop dat we met elkaar gaan zorgen voor een mooie en spannende competitie.

Tot slot wens ik alle volgers van Voetbal Midden Nederland een fantastische zomer en vooral heel veel plezier tijdens het voetbalseizoen 2026-2027. Wij gaan er in ieder geval alles aan doen om er iets moois van te maken!

Opmerkingen


bottom of page