Koen Janssen(Scherpenzeel), trainer aan het woord
Bij Scherpenzeel groeit het vertrouwen, maar blijft het team vooropstaan
Een goede start zorgt voor plezier en vertrouwen, maar hoe kijkt de trainer zelf naar de ontwikkeling van zijn ploeg? We zochten Koen op voor een gesprek over Scherpenzeel. Over de stappen die nog gezet kunnen worden, de waarde van spelers die vanaf de bank hun bijdrage leveren en het teamgevoel dat je samen moet opbouwen. Koen neemt ons openhartig mee in zijn kijk op de groep: nuchter, betrokken en met waardering voor zijn spelers.

Hoi Koen, allereerst complimenten voor wat jullie tot nu toe neerzetten. Na zes wedstrijden zegt de stand toch al iets. Hoe kijk jij tegen het volgende aan?
Scherpenzeel staat er na zes wedstrijden uitstekend voor. Ben jij als trainer verrast door deze start, of had je tijdens de voorbereiding al het gevoel dat er met deze groep dit seizoen iets moois mogelijk was?
“De voorbereiding was prima, maar de resultaten waren wisselend en het spel was ook niet altijd zoals we dat voor ogen hadden. De eerste wedstrijd was niet van een bijzonder goed niveau en ook wat het teamgevoel betreft zijn we door wat woelig water gevaren.
Het is dus te makkelijk om te zeggen dat je dit wel zag aankomen, alleen omdat de selectie op papier sterk lijkt. Daarnaast is het natuurlijk altijd de vraag welke tegenstand je in de eerste weken voor je kiezen krijgt.
Kortom, geheel verrassend is het niet, maar het is wel boven verwachting. Er staat ons bovendien nog een lang seizoen te wachten, dus het is te vroeg om conclusies te trekken.”
Van buitenaf ziet het er goed uit, maar jij ziet de ploeg natuurlijk iedere training. Hoe dicht zit Scherpenzeel op dit moment bij het niveau dat jij voor ogen hebt? Hebben we het beste van jullie al gezien, of zit er nog meer in deze groep?
“We hebben, afgaande op de ranglijst, al best wat tegenstand gehad. Daarin houden we ons in defensief opzicht goed staande, maar ik ben ervan overtuigd dat we aan de bal nog stappen kunnen én moeten maken.
Daarnaast moeten we ons gaan wapenen tegen de manier waarop tegenstanders ons benaderen. Zij hebben namelijk ook een steeds beter plan om ons te bestrijden.”
Een goede basiself is belangrijk, maar gedurende een seizoen krijgt vrijwel iedere ploeg te maken met blessures, schorsingen en mindere fases. Heb jij na deze eerste zes wedstrijden het vertrouwen dat je selectie ook in de breedte sterk genoeg is om dat op te vangen?
“Ja. We hebben een brede en goede selectie en dat komt ook tot uiting in de wedstrijden. We beslissen veel wedstrijden met invallers en in de laatste fase van de wedstrijd.
Het teamgevoel is nu goed en iedereen levert een waardevolle bijdrage, ook als je even minder speelt. Lars ten Tije was daar afgelopen week een mooi voorbeeld van, maar Pernelly heeft het tegen ADO ’20 ook super gedaan.
De jongens verdienen daarvoor een compliment. Voor een speler is het persoonlijk niet altijd makkelijk als hij niet speelt. Als je dan toch zo’n bijdrage levert aan het teamgevoel en aan een overwinning, is dat heel mooi!”
Scherpenzeel wordt qua omvang en mogelijkheden niet altijd in één adem genoemd met sommige grotere clubs in deze competitie. Toch staan jullie waar jullie staan. Is een plek in de top vijf inmiddels een reële doelstelling, of vind je het na zes wedstrijden nog te vroeg om daarover te spreken?
“Nee, die ambitie om bij de beste zeven tot vijf te eindigen, die we aan het einde van vorig seizoen hebben uitgesproken, is best reëel.”
Je blijft in je nabeschouwingen vaak behoorlijk nuchter, ook na goede prestaties. Waar komt die houding vandaan? En waar zit volgens jou op dit moment écht de kracht van Scherpenzeel: in het collectief dat steeds sterker wordt, in individuele kwaliteiten op beslissende momenten, of juist in de wisselwerking daartussen?
“In mijn ogen heeft het niet zoveel zin om voorop te lopen in de polonaise of bij een verlies met de wolven in het bos mee te huilen. Daarom komt het soms misschien wat nuchter over.
Ik ben aangesteld om over 34 wedstrijden een prestatie neer te zetten. Daarvoor zijn stabiliteit en doorzettingsvermogen in mijn ogen belangrijk. Al juich ik bij doelpunten in de laatste minuten natuurlijk net zo hard mee! 😉
We zullen het echt van het collectief moeten hebben. We hebben individuen die wedstrijden voor ons kunnen beslissen, maar zoals ik eerder al zei: een goed team is de sleutel tot succes. Als het collectief nog sterker wordt, kunnen die specifieke kwaliteiten dus ook nog beter tot hun recht komen.”
Koen, bedankt en wie weet wordt het opnieuw zo’n middag waarop Scherpenzeel laat zien dat de huidige klassering niet zomaar een momentopname is. Er liggen in ieder geval mooie wedstrijden in het verschiet.
“Met Harkema, ACV en Sparta hebben we de komende weken een mooie uitdaging. We zullen inderdaad zien of de huidige klassering dan verder gestalte krijgt. Ik heb er in ieder geval zin in!”



Opmerkingen