Henry Timmer(SC Hoevelaken) keeperstrainer aan het woord.
Daar zit je dan, rustig in de dug-out bij SC Hoevelaken. Als keeperstrainer én, voor het geval dat, als reservedoelman. Negen jaar geleden zette je een punt achter het selectievoetbal. Maar ach, alleen bij hoge nood moeten de handschoenen nog eens aan. Wat kan er gebeuren?
Nou, een rode kaart voor de keeper na dertien minuten bijvoorbeeld. Ineens wordt dat plekje op de bank ingeruild voor een plek onder de lat. Het overkwam de 45-jarige Henry Timmer afgelopen zaterdag. Zonder uitgebreide voorbereiding, maar mét een tas vol ervaring moest hij er direct staan. Wat volgde, werd voor hem een middag om te koesteren. De waardering achteraf? Die was hem meer waard dan een vette premie.
Zo’n rentree vraagt natuurlijk om een goed gesprek. Daarom zochten we Henry deze week op. Over die onverwachte terugkeer, maar ook over het voetballeven dat eraan voorafging. Van zijn eerste stappen bij SC Hoevelaken naar Vitesse, FC Utrecht en NEC, en via tal van amateurclubs uiteindelijk weer terug naar zijn vertrouwde nest. Een openhartig verhaal over een uitgekomen jeugddroom, de harde kanten van het betaalde voetbal, persoonlijke worstelingen en het terugvinden van plezier tussen die twee palen.

Henry, voordat we jouw keepershandschoenen uit de tas halen: wie is de persoon achter de keeper?
Ik ben op 20 januari 1981 geboren in Hoevelaken. Inmiddels werk ik al 22 jaar bij Club Pellikaan in Amersfoort. In die jaren heb ik verschillende rollen vervuld; momenteel ben ik facilitair coördinator. Ik ben alleenstaand en heb geen kinderen.
Neem ons eens mee naar het begin van jouw voetballeven. Bij welke club zette je je eerste stappen op het veld? Stond je meteen graag onder de lat, of moest iemand je er eerst van overtuigen dat die plek tussen de palen bij jou paste?
Op mijn zesde begon ik met voetballen bij SC Hoevelaken. Ik ging al vrij snel keepen. Eerst wisselden we elkaar af, maar niet veel later had ik mijn vaste plekje onder de lat gevonden.
Op welk moment kwam het betaalde voetbal in beeld? Kun je je nog herinneren hoe je hoorde dat een BVO belangstelling voor je had, wat dat thuis teweegbracht en bij welke club je uiteindelijk terechtkwam?
Rond mijn twaalfde werd ik geselecteerd voor het jeugdplan van de afdeling Utrecht. Daar speelde ik een aantal jaren, onder anderen samen met Alje Schut, die later bij FC Utrecht speelde, en Jurgen Collins, die bij Ajax terechtkwam.
Toen die periode eindigde, werd ik op mijn vijftiende gescout door zowel FC Utrecht als Vitesse. Eerst kreeg ik een afwijzingsbrief van FC Utrecht, maar diezelfde week kwam er een positieve reactie van Vitesse. Daar mocht ik als tweedejaars B-junior aansluiten bij de A1. Dat was natuurlijk een jeugddroom die uitkwam!

Van je vertrouwde amateurclub naar een BVO: dat moet als jonge keeper een behoorlijke stap zijn geweest. Hoe heb jij die overgang beleefd? Wat maakte de meeste indruk en waaraan moest je wennen, zowel op het trainingsveld als aan de verwachtingen en afspraken daarbuiten?
Achteraf was die stap voor mij veel te groot. Ik was vijftien en speelde op een gemiddeld niveau in de B-jeugd. Ineens stond ik tussen jongens van zestien tot achttien jaar, onder wie Theo Janssen, Remco van der Schaaf en Peter Wisgerhof.
Hoewel vooraf duidelijk was afgesproken dat ik tweede keeper zou worden, had ik vooral in het eerste halfjaar veel moeite met het hoge niveau. Dat team werd destijds tweede van Nederland, achter Ajax. Na twee seizoenen bij Vitesse ging ik naar FC Utrecht, waar ik drie jaar in de A1 en het tweede elftal speelde.
Als je terugdenkt aan die opleiding, welke trainer of keeperstrainer heeft jou dan het meest gevormd? Wie gaf jou het gevoel dat je verder kon groeien? Wat leerde diegene je over het keepersvak én over discipline, voorbereiding en omgaan met fouten? Zijn er lessen die je tegenwoordig nog steeds gebruikt of doorgeeft?
Abe Knoop, destijds reservekeeper achter Westerveld bij Vitesse, was een heel fijne keeperstrainer. Hij was erg kundig, maar vooral zijn sociale kant waardeerde ik enorm. Bij FC Utrecht heb ik veel geleerd van Maarten Arts. Dat was een vakman in hart en nieren!

Hoe verliep jouw weg richting het seniorenvoetbal? Heb je ook je debuut in het betaalde voetbal mogen maken? Neem ons eens mee naar die eerste periode tussen de senioren: bij welke club was dat, onder welke trainer en met hoeveel kriebels in de buik stapte je het veld op?
In het seizoen 1999/2000 speelde ik bij het tweede elftal van FC Utrecht. De overgang van de jeugd naar de senioren was opnieuw een enorme omschakeling. Ik trainde ook regelmatig mee met het eerste elftal, bijvoorbeeld wanneer eerste keeper Harald Wapenaar individuele training kreeg en er een extra keeper nodig was.
Zowel fysiek als mentaal vroeg dat veel van me. Ik heb die periode zeker niet altijd als positief ervaren.

Als je nu terugkijkt op jouw tijd bij een BVO, welk gevoel overheerst dan? Wat heeft die periode je gebracht, als keeper en als mens? En welke moeilijke momenten zijn je bijgebleven? Als je daarover wilt vertellen: hoe kijk je daar nu op terug?
Na FC Utrecht speelde ik één seizoen, van 2000 tot 2001, bij DOVO in de hoofdklasse. In dat seizoen werd ik geselecteerd voor het Nederlands amateurteam. Het jaar daarop kon ik bij zowel FC Groningen als NEC derde keeper worden. Ik koos voor NEC. Daar heb ik ongeveer tien wedstrijden achter Dennis Gentenaar op de bank gezeten, omdat de tweede keeper geblesseerd raakte. Een officieel debuut in het betaalde voetbal heb ik nooit gemaakt.
Heel eerlijk: mijn periode in het betaalde voetbal heb ik niet vaak als positief ervaren. Achteraf had ik spijt van mijn keuze voor NEC. Het werd een grote teleurstelling, zowel sportief als mentaal. Dat gevoel kende ik ook van de overstap van de jeugd naar de senioren bij FC Utrecht.
Ik kampte al jaren met terugkerende depressieve periodes, iets waar destijds weinig aandacht voor was. De wereld van het betaalde voetbal was hard en de manier waarop mensen met elkaar omgingen, voelde lang niet altijd oprecht en eerlijk.
Hoe liep jouw keeperscarrière na die periode verder en wanneer kwam voor jou het moment om te stoppen? Bij welke club en op welke leeftijd sloot je jouw actieve loopbaan af? Was dat een weloverwogen besluit, of bleef het toch een beetje kriebelen zodra je langs een veld stond?
Na NEC zette ik mijn loopbaan voort bij OBW in Zevenaar. Ik volgde toen de CIOS-opleiding in Arnhem en OBW wilde promoveren naar de hoofdklasse. Dat waren leuke seizoenen.
Tussen 2003 en 2014 speelde ik achtereenvolgens in de selecties van DVS’33, VVOG, Be Quick Zwolle, Sparta Nijkerk en NSC Nijkerk, soms als eerste en soms als tweede keeper.
In 2017 stopte ik op 36-jarige leeftijd halverwege het seizoen vanwege de persoonlijke omstandigheden die ik eerder noemde. Ik was toen net een paar jaar terug op het oude nest bij SC Hoevelaken, als selectiespeler en keeperstrainer. Bij diezelfde club heb ik dit seizoen, na negen jaar afwezigheid, de handschoen weer opgepakt. Al is dat normaal gesproken gewoon in de rol van keeperstrainer.

Je mag drie momenten uit jouw rijke voetballeven nog één keer beleven. Welke kies je? Dat kan een prachtige redding of een kampioenschap zijn, maar ook een ontmoeting of een moment in de kleedkamer dat je nooit bent vergeten. Wat maakt juist die drie momenten voor jou zo bijzonder?
De bekerwedstrijd met DOVO tegen Willem II is er zeker één. We verloren met 0–3, maar ik kon veel reddingen verrichten en vond het een heerlijke wedstrijd. De beelden heb ik nog op videoband.
Ook mijn eerste wedstrijd als basiskeeper in de A1 van Vitesse zou ik graag opnieuw beleven.
En het klinkt misschien gek, maar afgelopen zaterdag hoort daar absoluut bij. Toen ik in 2017 noodgedwongen stopte, bleef het gevoel hangen dat mijn carrière als een nachtkaars was uitgegaan. Dat ik nu nog eens zo’n moment van euforie mocht beleven, was ontzettend mooi!
Nu geef je als keeperstrainer jouw ervaring weer door. Waar haal jij daarin het meeste plezier uit? En hoeveel van jouw eigen BVO-opleiding zien jouw keepers terug op het trainingsveld? Denk aan techniek, maar ook aan op tijd komen, serieus trainen en goed voor jezelf zorgen. Heb je de ambitie om als keeperstrainer bij een BVO te werken, of voel je je juist helemaal op je plek zoals het nu is?
Bij SC Hoevelaken voelt het als thuiskomen. Ik werk met een groep voornamelijk jonge seniorenkeepers. Onze eerste doelman is net 28, dus die kan nog wel wat jaren mee!
Mijn BVO-opleiding zie je zeker terug in mijn trainingen. Ik besteed bijvoorbeeld veel aandacht aan het insnijden en aanvallen van de bal, en aan het meevoetballen, dat de afgelopen decennia steeds belangrijker is geworden. Tegelijkertijd vind ik een goede balans tussen hard trainen en plezier heel belangrijk. We spelen tenslotte bij de amateurs.
Op dit moment past dit perfect in mijn dagelijks leven. Ik heb dan ook geen plannen om als keeperstrainer ergens anders aan de slag te gaan. Als speler heb ik naar mijn gevoel al vaak genoeg mijn geluk elders gezocht. Voor de toekomst sluit ik niets uit, maar dan denk ik eerder aan een rol als keeperstrainer op een hoger amateurniveau.

En dan ben je 45 en sta je ineens zelf weer onder de lat! Hoe beleefde je dat moment? Schakelde de keeper in jou meteen weer aan, of moest het lichaam eerst even bijgepraat worden? Door de rode kaart krijgt jouw rentree misschien nog een vervolg. Hoe kijk je daarnaar en tot wanneer mogen ze jou bij keepersnood eigenlijk nog bellen?
Aan het begin van het seizoen had ik met de trainersstaf afgesproken dat ik, naast mijn rol als keeperstrainer, af en toe zou meetrainen, voor zover mijn lichaam dat toeliet. We hadden ook al gepland wanneer ik als reservekeeper zou aansluiten.
Afgelopen zaterdag stond eigenlijk niet op die planning. Dan moet je na dertien minuten ineens het veld in tijdens een thuiswedstrijd. Het was meteen omschakelen en terugvallen op mijn ervaring. Gelukkig pakte dat goed uit en heb ik er enorm van genoten. De waardering na afloop was voor mij zoveel meer waard dan een vette premie!
Ook reis je op vrijdagavonden vanuit Amersfoort naar Victoria om zelf te voetballen. Wat maakt die avonden zo mooi dat je daar graag voor in de auto stapt? Met wie speel je in dat team en hoe fanatiek gaat het eraan toe zodra de bal rolt? Want de jaren mogen dan tellen, die wil om te winnen raak je vermoedelijk niet zomaar kwijt!
In 2024 kwam ik met een flinke burn-out thuis te zitten. Toen ik eind dat jaar mijn werk geleidelijk weer oppakte, vroeg een goede vriend of ik eens wilde meespelen bij Picobello. Dat team speelde in de 7-tegen-7-Koningsklasse van Victoria in Hilversum en had een keeper nodig.
Na een paar wedstrijden kreeg ik het plezier in keepen terug. Vervolgens kreeg ik een ‘contract’ aangeboden, haha. We spelen gemiddeld één keer per maand, dus dat is goed te combineren met mijn rol bij SC Hoevelaken.
In juni zijn we zelfs met veertien man een lang weekend naar Napels geweest. Ontzettend gezellig! Wat mij betreft zet ik deze combinatie de komende jaren voort.



Opmerkingen