top of page

Guus Uhlenbeek(Nieuw Utrecht) ass.trainer aan het woord

  • 10 jul
  • 5 minuten om te lezen

Guus Uhlenbeek: 'Het draait niet om mij, maar om spelers beter maken'

Voormalig profvoetballer Guus Uhlenbeek kent het voetbal van binnen en van buiten. Van de jeugdopleiding van Ajax tot twaalf seizoenen in het Engelse profvoetbal: overal deed hij ervaringen op die hem vormden als trainer. Inmiddels voelt hij zich helemaal thuis in de rol van assistent-trainer, waar hij liever op de achtergrond werkt dan in de schijnwerpers staat. In dit openhartige gesprek blikt Uhlenbeek terug op zijn carrière, vertelt hij waarom Engeland hem het meest heeft gevormd en kijkt hij vooruit naar het nieuwe avontuur dat hij samen met Roy Versluis aangaat bij Nieuw Utrecht. Eén ding is duidelijk: voor Guus draait het niet om persoonlijke erkenning, maar om spelers elke dag een beetje beter maken.


Stel jezelf eens voor.


“Ik ben Guus Uhlenbeek, 55 jaar, getrouwd met Nathalie en samen hebben we twee zonen: Celso (29) en Rio (27). Ik ben voormalig profvoetballer. Mijn carrière begon bij VVA, nu VVA Spartaan, in Amsterdam-West. Op mijn vijftiende maakte ik de overstap naar Ajax, waar ik de hele jeugdopleiding heb doorlopen en uiteindelijk ook mijn debuut maakte in het eerste elftal. Daarna speelde ik voor Cambuur en TOP Oss, voordat ik in 1995 naar Engeland vertrok. Daar heb ik twaalf jaar gespeeld voor verschillende clubs in de Championship.


Je begon als voetballer bij Ajax. Als je nu terugkijkt, wat heeft die club jou het meest geleerd?


“Het spelen en trainen op het hoogste niveau. Bij Ajax leer je dat je een topclub vertegenwoordigt en dat je dat ook buiten het veld moet uitstralen. Je laat niets aan het toeval over, doet er alles aan om te winnen en bent altijd kritisch op je eigen handelen, zowel binnen als buiten het veld.”


Je hebt bij veel Engelse clubs gespeeld. Welke club voelt voor jou nog altijd als 'thuis'?


Ik denk dat ik de sterkste band heb met Ipswich Town, omdat zij mij de kans hebben gegeven om in Engeland te spelen. Daarnaast kijk ik met veel trots terug op mijn tijd bij Fulham, waar ik heb meegewerkt aan de stappen die de club uiteindelijk heeft gezet. Maar eigenlijk heb ik bij iedere club waar ik gespeeld heb mooie herinneringen en veel liefde voor de club en vooral voor de supporters.

Wat was het grootste cultuurverschil tussen het Nederlandse en Engelse voetbal?


“Voetbal leeft pas écht als je in Engeland hebt gespeeld of daar een wedstrijd live hebt meegemaakt. Dan ervaar je pas het verschil. De passie en werklust van spelers en supporters zijn daar enorm. Op dat gebied kunnen we in Nederland nog wel wat leren.”


Wanneer wist je dat je trainer wilde worden?


“Toen ik bij Pancratius werd gevraagd om het team van mijn zoon te trainen. Vanaf dat moment kreeg ik de smaak echt te pakken.”


Neem je nog steeds dingen mee uit je tijd bij Ajax of juist uit Engeland?


“Ik denk toch vooral uit mijn tijd in Engeland.”


Zijn spelers tegenwoordig moeilijker te coachen dan vroeger?


“Dat denk ik wel. Vooral als je kijkt naar de mentaliteit en het voetbalgogme.”


Je bent inmiddels al jarenlang assistent-trainer. Is dat een bewuste keuze of is het gewoon zo gelopen?


“Dat is een bewuste keuze. Ik sta liever dicht bij de spelers en zie mezelf als een verlengstuk van de hoofdtrainer. Met kleine aanwijzingen en tips probeer ik spelers net dat beetje beter te maken. Al nemen ze maar één procent mee van wat je zegt, dan is dat al winst.”


Waarom ben je gestopt als hoofdtrainer bij DWS?


“Door omstandigheden en doordat er uiteindelijk geen goede structuur meer was. Samen met Kwadjo hebben we DWS in twee seizoenen van de vierde naar de tweede klasse gebracht. Daarna besloot de club een andere richting op te gaan en was er geen plek meer voor ons.”

Ben jij degene die de hoofdtrainer afremt of juist degene die hem aanjaagt?


“Dat hangt helemaal van de hoofdtrainer af. Bij Kwadjo moest ik hem soms afremmen, haha. Met Roy vullen we elkaar juist perfect aan. We denken vaak hetzelfde over voetbal en dat is best bijzonder.


Krijg jij als assistent eigenlijk wel genoeg waardering?


“Ik ben niet op zoek naar waardering. Daarom ben ik ook geen hoofdtrainer geworden. Ik haal mijn voldoening uit spelers beter maken en ze iets leren. Daar krijg ik energie van. Het draait niet om Guus Uhlenbeek.”


Ben je thuis ook assistent of ben jij daar wél de hoofdtrainer?


“Thuis ben ik honderd procent de assistent.”


Als Roy een verkeerde wissel doet... zeg je dat dan meteen of wacht je tot maandag?


“Wij nemen die beslissingen samen. Dus als een wissel verkeerd uitpakt, is dat onze gezamenlijke verantwoordelijkheid.”


Je werkte eerder samen met Kwadjo Boateng. Wat heb je uit die samenwerking meegenomen?


“Kwadjo is tactisch heel sterk en werkt ontzettend professioneel. Op dat gebied heb ik veel van hem geleerd.”

Nu stap je samen met Roy Versluis over naar Nieuw Utrecht. Waarom werkt dat tussen jullie zo goed?


“Als ik dat wist, had ik die formule kunnen verkopen. Soms heb je gewoon een klik. We laten elkaar in onze waarde, vertrouwen elkaar blind en sparren veel over spelers, systemen en keuzes.”


16. Waarom sprak Nieuw Utrecht jullie aan?


“Het is een mooie en ambitieuze club met veel potentie in de spelersgroep. Bovendien is het weer eens iets anders dan Het Gooi met al die koorknapen.”


Hoe willen jullie dat Nieuw Utrecht straks speelt?


“Ik denk niet heel anders dan nu. Ze hebben goede spelers en er komen nog nieuwe jongens bij. We moeten eerst kijken hoe iedereen het beste in het geheel past. Iedereen wil aanvallend en aantrekkelijk voetbal spelen, maar daar heb je ook de juiste spelers voor nodig. De uitdaging is om dat in vier tot zes weken als team voor elkaar te krijgen. Dat maakt het trainersvak juist zo mooi.”


Waar moet de ploeg over zes maanden in gegroeid zijn?


“In ieder geval op het gebied van fitheid. Daarnaast willen we dat de spelers elkaar technisch en tactisch beter aanvullen en dat we één hechte selectie worden. Niet alleen de eerste elf, maar de hele groep.”


Welke normen en waarden willen jullie in de kleedkamer terugzien?


“Volwassenheid en een stukje professionaliteit. Als dat aanwezig is, wordt ons werk een stuk makkelijker. Daarnaast natuurlijk de normale normen en waarden die bij iedere club horen.”

Hoe belangrijk wordt de eigen jeugd?


“De jeugd is voor iedere club belangrijk. Kijk maar naar BFC, waar veel jeugdspelers zijn doorgestroomd naar het eerste elftal. Een goede jeugdopleiding is het visitekaartje van een club, al is dat natuurlijk nooit vanzelfsprekend.”


Hebben jullie al bepaald wie de pionnen opruimt?


“Nee, niet echt. Maar is dat nou echt een taak? Meestal zet ik de warming-up uit, dus ruim ik de pionnen ook weer op. Doet Roy een oefening, dan doet hij dat. We helpen elkaar daarin en bij BFC hielpen de spelers ook altijd mee.”


Wie deelt de boetes uit?


“Als die er al komen, is dat een mooie taak voor iemand uit de staf. Wij zijn er niet om boetes te innen; wij houden ons bezig met voetbal.”


Als jullie promoveren... wie staat er als eerste op tafel?


“Sowieso Roy! 😂”

Het laatste woord is voor jou...


“Ik wil de club (red: BFC), de staf en alle spelers nogmaals bedanken voor een prachtige tijd. Zeven jaar is lang, maar het is voorbijgevlogen. We hebben mooie momenten meegemaakt en successen behaald. Ik hoop dat de club zich blijft ontwikkelen en een stabiele eersteklasser wordt én blijft.”


Exclusief voor VMN

Robyn de Boer

Opmerkingen


bottom of page