Conner van der Werf (DVSU), trainer aan het woord

Voor het naar de vierde klasse gepromoveerde DVSU en trainer Conner van der Werf begon de competitie direct met een flinke vuurdoop. Op bezoek bij VVJ, dat vooraf tot een van de kampioenskandidaten wordt gerekend, moest de Utrechtse ploeg na negentig minuten een 5-2-nederlaag incasseren.
Toch gaf DVSU zich niet zomaar gewonnen. De ploeg bleef hard werken en wist zichzelf in de tweede helft met twee doelpunten te belonen. Na afloop vroegen wij de trainer hoe hij op deze zware competitieouverture terugkeek.
Hoi Conner, jullie begonnen direct met een bijzonder lastige uitwedstrijd tegen kampioenskandidaat VVJ. Hoe heb jij de wedstrijd beleefd en heeft DVSU voldoende tegenstand kunnen bieden om met vertrouwen verder te gaan?
“Dit was zeker een nederlaag tegen een echte kampioenskandidaat. Ik was onder de indruk van de individuele kwaliteiten binnen de ploeg van VVJ. Eigenlijk beschikt iedere speler over persoonlijke kwaliteiten waarmee hij op beslissende momenten het verschil kan maken.
VVJ heeft bovendien veel verschillende wapens. Daardoor was het voor ons lastig om overal een passend antwoord op te vinden en gedurende de hele wedstrijd voldoende tegenstand te bieden. Als ploeg word je op zo’n middag direct geconfronteerd met het niveau dat in deze klasse wordt gevraagd.
Ondanks dat ben ik tevreden over de manier waarop we zijn blijven werken. De spelers hebben hun hoofd niet laten hangen en bleven ook in de tweede helft hard knokken. Uiteindelijk hebben we onszelf daarvoor beloond met twee doelpunten. Freek van Wijngaarden en Carinho de Miranda waren namens ons trefzeker.
Die twee goals waren voor de ploeg een mooie beloning voor het harde werken. Natuurlijk hadden we gehoopt op een beter resultaat, maar we moeten ook eerlijk zijn over de kwaliteiten van de tegenstander.
Als VVJ fit en volledig blijft, verwacht ik dat deze ploeg heel snel klaar zal zijn voor de derde klasse. Voor ons was dit direct een stevige kennismaking met de competitie, maar ook een wedstrijd waaruit we veel kunnen meenemen naar de komende weken.”



Opmerkingen